beeldende kunst

Akoestiek

Jaap Schlee (1948-2016), portret van Paul Léautaud. Tekening, potlood.

Gisteravond met  en haar moeder naar een concert door Merwe’s Oratorium Vereniging in de Augustijnenkerk. Het Requiem van Duruflé, het Stabat Mater van Josef Rheinberger en het lied ‘Verleih uns Frieden’ van Mendelssohn. Indrukwekkend mooi, met bijzondere begeleiding op het kerkorgel en door een vioolorkest. Ik moest aan mijn ouders denken, die in 1947 in de Augustijnenkerk zijn getrouwd en in het bijzonder aan mijn vader, die in onze tijd in de kosterswoning van de Remonstrantse kerk regelmatig op het orgel speelde. Toen we een bandje hadden, in de jaren zestig, repeteerden we weleens in de kerk, die de beste akoestiek van alle Dordtse kerken heeft. Soms speelde pa op het orgel een paar nummers mee.

Na afloop werd ik aangesproken door een dame die vroeg of ik Kees Klok was. Het bleek dat we klasgenoten waren op de Boermanschool. We hadden elkaar drieënzestig jaar geleden voor het laatst gezien. Dat ze me herkende na zo’n lange tijd! Misschien omdat mijn kop met enige regelmaat opduikt in de plaatselijke media?

’s Middags het portret van Paul Léautaud, getekend door Jaap Schlee, opgehaald bij de lijstenmaker in de Vriesestraat. Ik kocht het een paar jaar geleden tijdens een tentoonstelling in Pictura, waarna het lang in een map op mijn werkkamer stond. Hij hangt nu in de woonkamer naast het schilderij van Dimitris Xonoglu. Het was een aangename zestien graden toen ik naar het centrum fietste, na afloop van het concert was het rond het vriespunt. Dat was even slikken.

Roest

J.W.M. Turner, Harlech Castle gezien vanaf de Twgwyn Ferry

Een mooie bespreking van de tentoonstelling Water en Licht (Dordrechts Museum) vanmorgen in Trouw, door Joke de Wolf. Jammer dat ze alleen waarderend over Turner schrijft, maar niets over Nicky Assmann. Ik kan me niet voorstellen dat dat deel van de tentoonstelling, dat prachtig aansluit bij het latere werk van Turner, haar is ontgaan. Beetje merkwaardig ook dat ze het imposante, laat-dertiende eeuwse Harlech Castle, dat in een van Turners schilderijen figureert, een fort noemt, maar verder is ze zeer positief over de expositie en dat is terecht. Ik heb hem nu drie keer gezien en ga beslist nog eens. Ik kan er geen genoeg van krijgen en ik ben bovendien bang dat ik het van mijn levensdagen niet nog een keer ga meemaken dat die unieke schilderijen in Nederland te zien zijn.

Gisteren onder handen genomen door de mondhygiëniste. Nooit een fijne ervaring al is het een bijzonder aardige vrouw. Na een half uur was alle roest eraf, maar toen mocht ik nog een uur lang niet eten of drinken. Gelukkig was het mooi weer, terrasweer, dus na dat uur ben ik als een speer naar een terras gefietst waar enige vrienden zich al hadden verzameld.

Op maandag zitten we vaak bij Centre Ville, waar, zoals al mijn lezers al menigmaal hebben moeten horen, in 1891 mijn grootvader ter wereld is gekomen. Als ik naar het toilet moet, op de eerste verdieping waar zich de geboorte heeft voltrokken, hoop ik nog altijd een keer de geest van mijn overgrootvader tegen te komen. Ik heb hem zo het een en ander te vragen. Nee, overgrootvader is daar niet overleden, dat was op de Vrieseweg, in 1948, maar dat huizenblok is in de jaren tachtig wegens verregaande bouwvalligheid afgebroken en je kunt toch veronderstellen dat zo’n geest dan op zoek gaat naar een andere, bekende plek. Hij kan ook naar Bodegraven zijn vertrokken, waar hij werd geboren. Ik vraag me af hoe hij Anna Recourt uit Dubbeldam heeft ontmoet, waarmee hij in 1888 trouwde. Het jonge stel heeft nog even in Bodegraven gewoond, daarna kort in Rotterdam, maar uiteindelijk vestigden ze zich in Dordrecht. Een beslissing waar ik nog altijd blij om ben.

Door |2026-03-10T14:59:06+00:0010 maart, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Code

Foto: Lé

Nachtvorst na een verregende dag. Dat betekent weer allerlei codes in delen van het land. Zou iemand zich daar nu werkelijk iets van aantrekken? Een paar weken geleden kwam er zo’n waarschuwing omdat een storm over het land zou trekken. Het zal ongetwijfeld op sommige plekken hard hebben gewaaid, maar op ons eiland viel het alles mee, een windje, dat was het wel.

Twee dingen waar ik slecht tegen kan: winters weer en vergaderen. In deel IX van het literair dagboek, waaraan ik dagelijks braaf werk (we halen publicatie in het voorjaar wel), moet ik vaak vergaderen. Te vaak. Eerlijk gezegd waren dat vergaderen en het inkorten met een week van de zomervakantie belangrijke redenen om een punt achter mijn loopbaan in het onderwijs te zetten. Altijd weer die mannetjes en vrouwtjes, mannetjes vaker, die tijdens de rondvraag toch nog eens een plasje moesten doen over een onderwerp waarover allang was besloten, altijd weer een kletsmeier die over niet ter zake doende dingen begon, altijd weer een haantje dat zichzelf te graag hoorde praten.

Toch was ik gisteren weer eens op een vergadering. In Pictura, het oudste Teekengenootschap van Nederland. Daar ben ik kunstlievend lid van. Het was vooral koud in de vergaderruimte, want hoe verwarm je met winters weer een kolossaal zestiende eeuws gebouw? De kille zit was echter de moeite waard. Aan het einde ging het over kunst. Goede vriendin Lé gaf een presentatie van haar werk en die was geweldig. Daarna gingen we samen met een nazaat van Abraham van Strij, in 1774 een van de vier oprichters van Pictura, borrelen in een nabij gelegen etablissement. Dat zit in een goed verwarmd pand uit 1902 met een fraaie Jugendstil-gevel.

Door |2025-11-20T10:08:10+00:0020 november, 2025|Tags: , |0 Reacties

Unieke kans

Ik ben een liefhebber van de Haagse School en van de ‘Hollandse’ wolkenluchten die je tegenkomt op sommige schilderijen van Willem Roelofs, J.H. Weissenbruch of Gerard Bilders, om een paar namen te noemen. Soms kom je zo’n lucht op onverwachte plekken tegen. Begin mei was ik een paar dagen op het Griekse eiland Syros en daar zag ik, wandelend langs de haven, deze prachtige wolkenlucht.

Even vond ik het jammer dat ik qua tekenen nooit verder gekomen ben dan een hert bij een vijver aan een bosrand. Bedoeld ter illustratie van een fictieve biologieles aan wat toen nog de ‘lagere school’ heette. Gelukkig hebben smartphones tegenwoordig vaak heel behoorlijke camera’s, al vind ik fotograferen met mijn digitale spiegelreflex net even prettiger.

Op de achtergrond staat het hotel waar ik altijd logeer als ik Syros bezoek. Op een landtong met zicht op de haven en de zee. In de verte, op een half uur varen, doemt het eiland Tinos op. De volgende morgen ontbeet ik op het terras aan de zonovergoten haven. De rest van de dagen hebben we geen wolk meer gezien.

Door |2025-10-15T14:03:04+00:0015 oktober, 2025|Tags: , , |0 Reacties

Spiegelbeeld

Ik was er nog niet geweest, in het Depot van Boijmans in Rotterdam (in de volksmond De Pot). Een uniek, spiegelend gebouw in de vorm van een bloempot met op het dak een restaurant omringd door bomen en struiken. Binnenin is het voornamelijk doorzichtig, met hier en daar een glazen vloer waardoor je diep in het gebouw kijkt. Nogal een opgave voor iemand met hoogtevrees, zoals ik.

Ik heb het niet op hoogten en hoewel de ‘skyline’ van Rotterdam vanaf het dak van De Pot indrukwekkend is, houd ik het liever bij laagbouw. Ik hoop dan ook dat de megalomane plannen voor het Dordtse Maasterras niet door zullen gaan, al is er natuurlijk niemand die mij gaat dwingen in te trekken in een woontoren. Als ik moet kiezen tussen de Zalmhaventoren in Rotterdam of de Hofstraat in Dordrecht, dan wordt dat zonder aarzeling het laatste.

Ik heb mij zo goed en zo kwaad als mogelijk over mijn hoogtevrees heengezet en ben met het zweet in mijn handen door het gebouw gaan zwerven, samen met Lé, een goede vriendin. We hebben ook deelgenomen aan een rondleiding door een medewerkster. Dat bracht ons in een van de ruimten waar de collecties liggen een opgeslagen. Ik moest denken aan mijn bezoek, vorig jaar, aan het depot van de gemeente Dordrecht, nabij de Moerdijkbrug, waar ik ineens met een duizend jaar oude schedel in mijn handen stond. Hier mochten we, terecht, er liggen zeer kwetsbare voorwerpen, niets aanraken.

Na afloop zaten we nog even op een bank in het Museumpark en ontdekten we ons spiegelbeeld in De Pot. Op grote hoogte keken we vanaf de begane grond naar onszelf. Een bijzondere ervaring.

Foto: Lé Holshuijsen

Door |2025-08-09T06:41:49+00:009 augustus, 2025|Tags: , |0 Reacties

Onder de indruk

Twee jaar geleden slaagde mijn goede vriendin Lé Holshuijsen met vlag en wimpel aan de kunstacademie van Arendonk. Zij was een van de weinigen die zich op grond van haar talent nog twee jaar aan het instituut verder mocht specialiseren. Gisteren maakten we een uitstapje naar Arendonk, waar ter afsluiting van de specialisatie een groepstentoonstelling werd gehouden.

Na een rit door het fraaie landschap van de Kempen kwamen wij ter plekke, zoals de Hermandad altijd plastisch vermeldt. We troffen een veelzijdige expositie met werk van hoge kwaliteit, een enkele uitzondering daargelaten. Het werk van Lé sprong direct in het oog, het was wat mij betreft het hoogtepunt van de tentoonstelling, al zullen sommige lezers misschien denken dat ik bevooroordeeld ben, want ze is een vriendin en bovendien oud-leerlinge. Jammer voor die lezers. Door mijn degelijke opleiding tot historicus aan de School voor Taal- en Letterkunde in Den Haag en de Universiteit Utrecht, ben ik ook in dit geval tot afstandelijk en neutraal oordelen in staat. Ik heb bovendien als bijvak kunstgeschiedenis gedaan, wat eveneens mijn blik beïnvloedt. Een bijvak dat mij ooit werd afgeraden, want ‘sociaal-economische geschiedenis is toch veel belangrijker?’ maar waaruit ik mijn leven lang al veel genoegen put.

Kortom, ik heb in Arendonk genoten en vooral van het werk van Lé, van wie ik thuis ook een prachtig schilderij heb hangen. Ik hoop dat we nog veel van haar zullen horen en vooral: zullen zien!

Door |2025-05-26T09:21:12+00:0026 mei, 2025|Tags: , |0 Reacties

Zwerftocht

Gisteren nog een keer naar Schilderachtig Dordrecht geweest in het Dordrechts Museum. Ik heb er al eens over geschreven op Via078. Een heerlijke tentoonstelling, een aangename wandeling door mijn stad, door Jongkind in zijn tijd de mooiste van Holland genoemd. Na afloop kocht ik De schilders van Dordrecht, het fraaie boek van Sander Paarlberg en Pim Arts. Dat maakte de zwerftocht door het Dordtse verleden compleet. Ik kwam een verrassing tegen: een tekening door Lucebert van het geboortehuis van mijn grootvader, het huidige Centre Ville. Dat zelfde pand staat op een foto uit 1935, met een grote reclame voor het teloor gegane Dordtse Sleutelbier op het dak.

Met op de achtergrond Franse liederen, in het kader van de tentoonstelling Liberté, nam ik ruim de tijd om het boek door te bladeren in de serre van Art & Dining het museumrestaurant. Het was genieten, maar het stemde me ook een beetje melancholiek. Zoveel moois is uit Dordrecht verdwenen door sloop en lelijke nieuwbouw, waarbij uitzonderlijk weinig respect is getoond voor de geschiedenis van de stad.

Met alle waardering voor het werk van Paarlberg en Arts vind ik het jammer dat 1220 weer opduikt als jaar van de Dordtse stadsrechten. Dat is toch echt achterhaald. Vaststaat dat Dordrecht als stad ouder is en dat het eerste stadsrecht vermoedelijk dateert van net voor 1200. Ook de omstreden bewering dat op de statenvergadering van 1572 de basis werd gelegd voor de vrijheid van godsdienst kwam ik tegen. Ik heb er maar snel overheen gelezen.

Door |2025-03-10T11:15:35+00:0010 maart, 2025|Tags: , , |0 Reacties

Pictura

Gisteren met mijn goede vriendin Lé Holshuijsen naar de nieuwjaarsborrel van het stokoude, maar nog springlevende Pictura geweest. Behalve de borrel en een indrukwekkende dichterlijke voordracht, werden er drie tentoonstellingen geopend. In de zaal Consolation, in de foyer Achter de stilte en in de kelder een ‘verrassing’, Roundabout, van een groep jonge kunstenaars.

Het was bijzonder gezellig en fijn een aantal oude bekenden weer eens te spreken, maar om de tentoonstellingen goed en op ons gemak te bekijken gaan we binnenkort nog eens uitgebreid terug.

In Pictura krijg ik altijd wat nostalgische gevoelens. Ik ontmoette er Kees Buddingh’ voor het eerst in 1969, begin van een vriendschap tot zijn overlijden in 1985. Ik kwam regelmatig over de vloer bij Ton en Nelly van Dalen, die in de jaren zeventig beheerders van het gebouw waren en woonden waar nu de foyer is. Ik trad er enige malen als dichter op en nu heeft Lé er haar atelier. Pictura is ook de plek waar ik als kleuter kennismaakte met Lou ten Bosch (1923-2018), toen mijn moeder mij meenam naar een van zijn pantomime voorstellingen. Later werd Lou de beste tekenleraar die ik ooit heb gehad en een vriend. Toen hij naar landgoed ’t Waliën in Warnsveld verhuisde, werd het contact minder, maar toch bezocht ik Lou en zijn vrouw Ank nu en dan met andere vrienden, tot zijn overlijden op hoge leeftijd.

Door |2025-01-12T12:31:56+00:0012 januari, 2025|Tags: , , |0 Reacties

The Lady of Shalott

In 1848 richtte een aantal Engelse kunstschilders de Pre-Raphaelite Brotherhood op, een beweging die zich afzette tegen de ‘officiële’ academische schilderkunst, zoals voorgeschreven door de Royal Academy of Arts. De Pre-Raphaelieten wilden terug naar de ‘eenvoudige’ schilderkunst van voor Rafaël (1483-1520). Na 1860 verandert de beweging enigszins van karakter. Men gaat meer en meer het zogenaamde estheticisme aanhangen, waarbij de schoonheid, de esthetische waarde, van een kunstwerk het belangrijkste werd. Vaak hadden deze schilderijen een melancholische ondertoon, die mij vooral in mijn studententijd nogal aansprak. In enkele kritieken van mijn dichtbundels wordt ook gewag gemaakt van een lichte melancholie in sommige van mijn gedichten. Een mooi voorbeeld van de latere Pre-Raphaelieten vormt het werk van John William Waterhouse (1849-1917). Een van zijn bekendste schilderijen is The Lady of Shalott, geïnspireerd door het gelijknamige gedicht van lord Alfred Tennyson, dat gaat over de Arthurlegende uit de Engelse geschiedenis. Het schilderij is te zien in de Tate Gallery in Londen.

Door |2023-11-13T15:10:12+00:0010 november, 2023|Tags: , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant