Moederdag-effect
We merkten wel een beetje het moederdag-effect, maar desondanks was er een ruime opkomst bij de presentatie van Verscholen in het groen, afgelopen zondagmiddag in Visser’s Poffertjes aan de Dordtse Groenmarkt. Archie Wijngaarde, met wie ik al tweeënvijftig jaar bevriend ben, nam het ere-exemplaar in ontvangst en sprak mooie woorden over het boek. Neerlandicus, dichter en criticus Erick Kila las prachtige gedichten voor uit zijn nieuwe bundel Het geruis van wind en betekenis en tenslotte droeg ik zelf enkele fragmenten voor uit Verscholen in het groen, deel negen van mijn serie literaire dagboeken, dat gaat over de jaren 1989 en 1990. Daarna gingen we over tot de orde van de dag, dat wil zeggen een borrel en de gelegenheid om het boek te kopen en te laten signeren. Cees Kloosterman filmde een deel van de presentatie, die ik heb verwerkt in mijn jongste Youtube-praatje, dat hier te zien is voor wie het heeft gemist en er toch even bij wil zijn.
Ondertussen gaat het met het weer van kwaad tot erger. Maandag, toen ik een geanimeerde stadswandeling had met een groep Canadezen en Amerikanen, was het fris, maar toch nog zonnig. Gisteren woei een vuile noordenwind over de stad en die smeerlap brengt vandaag ook nog eens een aantal regenbuien met zich mee. Klagen over het weer is een van de zinlooste bezigheden waarmee de mens zich onledig kan houden, ik doe dat dan ook niet, maar wind, regen en kou trekken wel een wissel op mijn humeur, vooral in mei. Gelukkig ben ik nog steeds bezig in de dagboeken van J.J. Voskuil en die toont zich ook niet altijd een lachebekje.
Ik kreeg een uitnodiging voor het jaarlijkse congres van het KNHG dat over egodocumenten gaat. Ik zou er graag heengaan, maar dan moet ik al rond half tien ’s morgens aan de Cruquiusweg in Amsterdam zien te geraken. Met de huidige staat van het openbaar vervoer! En als dat lukt en ik ’s avonds terugreis, kan ik bij wijze van spreken direct weer instappen, omdat de volgende dag de Haarlem Branch van de Dickens Fellowship bijeenkomt. Ik zou die logistieke narigheid kunnen oplossen door van donderdag tot en met zondag een hotel te boeken, maar hotels in Haarlem of Amsterdam zijn eigenlijk voor een modaal historicus niet meer te betalen, ik bedoel, ik kan dat wel, maar drie nachten in een hotel voor de prijs van een business class ticket Athene-Amsterdam vreet ook aan mijn humeur. Waarom moeten zulke dingen ook altijd in dat smoezelige Amsterdam plaatsvinden en niet in het frisse, vrolijke en voor mij veel gemakkelijker bereikbare Utrecht?









