Zoals het niet moet

Het is fijn dat we niet met al te grote groepen werken, een twintigtal gasten per gids is wel het absolute maximum. Het prettigst is een wat kleinere groep omdat je dan meer persoonlijk contact hebt met de bezoekers, die werkelijk uit alle windstreken komen. Ik gids in het Nederlands (uiteraard), Engels, Duits en Grieks, al komen Grieken tot nu toe uitsluitend naar Nederland om hier te werken en niet om vakantie te vieren, geloof ik. Nu en dan ontmoet je bijzondere mensen wat tot interessante gesprekken kan leiden. Zoals onlangs een hoogbejaarde Arabist uit de voormalige DDR die boeiende verhalen had over zijn werk en de plaatsen waar hij in dat kader verbleef. Een groot kenner van het Nabije Oosten. Ook sprak ik een een gepensioneerd hoogleraar van de University of Minnesota waaraan ik zelf korte tijd met een Fulbright-beurs verbleef. Hij doceerde geen geschiedenis, dus we hebben elkaar in die tijd niet ontmoet, maar zoiets schept wel een band. Zo kan ik nog een poosje doorgaan.
Ik ken vrijwel alle stadsgidsen die in Dordrecht actief zijn, of het nu voor Ontdek Stadswandelingen, het VVV of het Gilde is, maar gisteren zag ik een mij onbekende collega aan het terras van Visser voorbij lopen met een stoet van naar schatting tussen de veertig en vijftig gasten, allen uitgerust met een ‘oortje’ zodat hij ze via een microfoon kon toespreken. Wie de man was en van welk schip deze mensen kwamen, weet ik niet, maar dat is toerisme zoals het absoluut niet moet. Wat hij van Dordrecht weet kan ik niet bevroeden, maar als je met zo’n idioot grote groep minuten lang voor de deur van Coffeelicious staat te praten en vervolgens achteloos voorbij loopt aan het beeld van Ary Scheffer, heb ik zo mijn bedenkingen, al was die groep ook veel te groot om met zijn allen om dat beeld te kunnen staan. Met meer dan veertig man op stap, ik moet er niet aan denken!








