geschiedenis

Te goeder trouw

Onlangs ben ik begonnen aan mijn werk als jurylid van een schrijfwedstrijd. Leuk werk, veel mooie verhalen en gedichten. Vaak ook goed geschreven, maar aangezien er slechts één prijs kan worden uitgereikt, maakt dat het werk ook moeilijk. Het vereist veel wikken en wegen, maar gelukkig bevind ik mij op een plaats waar dat ook uitstekend kan. Ik heb even een pauze genomen met andere werkzaamheden, dus er is tijd genoeg voor de nodige reflectie.

Jaren geleden zat ik eens in de jury van een dichtwedstrijd. Net als nu moest je daarvoor niet eerder gepubliceerd werk insturen. Er zat een opvallend mooie tekst tussen van een nogal bekende dichter, een inspirerend vers, maar iets schuurde bij het lezen. Herkenning. Na even zoeken ontdekte ik dat het al eens in een literair tijdschrift had gestaan. We moesten de inzending verwerpen, maar dat voelde nogal ongemakkelijk. We waren ervan overtuigd dat de dichter te goeder trouw was, maar ook dichters houden soms hun administratie niet nauwkeurig bij. Ik heb zelf ook weleens een dubbele inzending naar tijdschriften gestuurd. Gelukkig nam het ene die wel op en het andere niet, zodat het probleem zich had opgelost voor ik het zelf ontdekte.

Ondertussen ontving ik bericht van een vriendin die met haar zeilboot onderweg is naar Griekenland. Mijn stoere zeevrouw vriendin. Ze zeilt langs de westkust van Spanje en Portugal, een gebied waar orka’s voorkomen die het leuk vinden tegen zeilschepen aan te botsen, wat soms tot gevaarlijke schade kan leiden, bijvoorbeeld aan het roer. Leuke beesten om te zien, die orka’s, maar je komt ze liever niet tegen in het wild. Ik maak me een beetje zorgen over die vriendin op dat bescheiden jacht, iets wat soms de concentratie bij het jureren even in de weg staat. Gelukkig heb ik nog ruim de tijd voor ik mijn oordeel moet insturen.

Door |2026-10-06T10:37:15+00:006 oktober, 2026|Tags: , |0 Reacties

Oost-Romeins

Opeens herinner ik me een avond met volle maan in Thessaloniki met een gratis concert van de zangeres Nena Venetsanou bij de Yedi Kuleh, ofwel de Eptapirgos. Dat is de Oost-Romeinse citadel in de bovenstad, die jarenlang diende als gevangenis. Nu is het een museum en gedeeltelijk opslagplaats van de archeologische dienst. Stella en ik genoten van het concert. Na afloop opende het gevangenismuseum zijn deuren en gingen we er voor het eerst een kijkje nemen. ‘Pame stin filaki’ (we gaan naar de gevangenis) grapten we.

Ik spreek liever van het Oost-Romeinse rijk dan van Byzantium. Hoewel in het Oost-Romeinse rijk overwegend Grieks werd gesproken en de hoofdstad Constantinopel verrees op de plek van de Griekse kolonie Byzantion, zouden de bewoners raar hebben opgekeken als iemand ze Byzantijnen zou hebben genoemd. Natuurlijk wil ik niet roomser zijn dan de paus, dus als het zo uitkomt gebruik ik ook de termen Byzantium en Byzantijns, maar daarbij houd ik altijd dat Oost-Romeinse in gedachten. Toen Rome viel anno 476, bleef in het oosten het Romeinse rijk nog zo’n kleine duizend jaar bestaan, tot aan de verovering van Constantinopel door de Osmaanse sultan Mehmet II in 1453.

Ik moet ook aan Cyprus denken, eveneens lange tijd deel van het Oost-Romeinse rijk. Het is alweer tien jaar geleden dat ik op dat fascinerende, maar treurig verdeelde eiland was. Tijdens zijn lange geschiedenis was Cyprus vaak de speelbal van machtige rijken in de buurt, zoals dat van de Assyriërs, de Egyptenaren, de Romeinen en de Osmanen. De sporen zijn nog op vele plekken op het eiland te zien. Die tonen de grootse geschiedenis van een klein land dat zich nog steeds nabij een van de gevaarlijkste gebieden ter wereld bevindt.

Door |2026-08-29T04:50:46+00:0028 augustus, 2026|Tags: , , , |0 Reacties

Taxi’s

Gebroeders De Witt

De hittegolven kijken voorlopig voorbij. Het weer is fris en wisselvallig, met buien. Dat verveelt snel. Wat mij betreft wordt het iedere dag dertig graden, met wat malse buitjes in de nachtelijke uren, maar wie bij de weerfabriek luistert naar mij?

Donderdag was ik bij de herdenking van de moord op de gebroeders De Witt. Ik heb gefilmd en een aantal van die beelden verwerkt in mijn ‘Praatje’ op youtube. Daar hoef ik dus niet over te schrijven. Je kunt het hier horen en zien.

Vriendin L. is met haar zeilschip vanuit Guernsey naar Bretagne gevaren. Ze ligt in een ‘port a flot’. Volgens het internet is dat een haven met een constant waterpeil. De dichtstbijzijnde plaats van enige betekenis is Lannion, denk ik, als ik de kaart van MarineTraffic met die uit de atlas vergelijk. Bij Bretagne moet ik altijd denken aan de Vlaamse schrijver Jan Deloof (1930), die veel uit het Bretons vertaalde. Ik leerde Jan kennen in de tijd dat ik meewerkte aan Kruispunt. Ik bewonder hem om zijn veelzijdigheid.

Over een paar weken ga ik enkele dagen naar Veenhuizen. Aanleiding is onze jaarlijkse familiedag. Ik heb een gunstig bekend staand hotel besproken en ga er heen met het openbaar vervoer. Vanaf Assen neem ik een taxi. Als dat maar goed gaat. Vooralsnog heb ik meer vertrouwen in de taxi dan in de trein, maar ik waag het er maar op. Ik zou een auto kunnen huren, maar dan kan ik onderweg niet lezen. Bovendien heb ik zo lang niet gereden dat ik bang ben dat ik het een beetje ben verleerd.

Over taxi’s gesproken. Vriendin I. betaalde, na het missen van de bus en de pont, bijna honderd euro voor een ritje van Dordrecht naar Papendrecht. Die taxi moest omrijden, omdat de Papendrechtse brug er voor maanden uit ligt. Voor honderd euro brengt een taxi mij van Dordrecht naar Schiphol. Dat ritje is fors langer, ik denk dat vriendin L. is getild.

Door |2026-08-22T10:17:48+00:0022 augustus, 2026|Tags: , , , , |0 Reacties

Wortelsap

Lé, olieverf op doek. 2026

Een paar dagen geleden heb ik weer een Boekenpraatje on-line gezet. Al een paar jaar geleden heb ik besloten om alleen nog maar geschiedenisboeken en biografieën te bespreken, anders is het niet vol te houden. Andere literatuur bespreek ik soms op mijn histoblog. Het nieuwste Boekenpraatje gaat over het boek van Peter Malcontent over Israël, Nederland en Palestina en over de biografie van Karel van der Heijden door Vilan van de Loo. Door dat boek ben ik weer volop in de koloniale geschiedenis terechtgekomen. Inmiddels lees ik de biografie van Frits van Daalen (De Atjeh-generaal), ook geschreven door Vilan van de Loo, van wie ik eerder de uitstekende biografie van generaal Van Heutsz las, die ik zes jaar geleden in een Boekenpraatje besprak (link).

Ondertussen geniet ik van het aangename zomerweer, al kost het soms wat moeite om het geklaag over ‘de hitte’ in mijn omgeving te negeren. Ik vind het pas een beetje te gek worden als het over de dertig graden is en ook daar kan ik ondanks mijn enigszins gevorderde leeftijd blijkbaar nog steeds goed tegen. Toen Stella nog leefde en we de zomervakanties altijd in Griekenland doorbrachten, maakten we wel wat anders mee en toch kwamen we nooit in de verleiding een airco te laten installeren. Een stevige ventilator garandeerde een uitstekende nachtrust.

Terwijl ik dagelijks op het terras van mijn stamkroeg geniet van een borrel, heeft de gezondheidsraad de aanval ingezet op de alcohol. In een buitengewoon betuttelend en eenzijdig advies wordt gesteld dat elk glas alcohol gevaarlijk is. Dat alcohol heerlijk ontspannend kan zijn, stress vermijdend en dus heel gezond kan werken, daar hebben ze het niet over. Nee, we moeten naar een samenleving waarin voor geen enkel pleziertje meer plaats is. Wortelsap drinken tussen de veganisten, ik zie het me niet doen. Ik heb bij zulke adviezen zelfs de neiging om maar weer naar de sigarenboer te fietsen voor een kistje rookgenot.

Door |2026-07-10T10:26:20+00:0010 juli, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Liever op dan in het water

Je moet niet te snel in superlatieven vervallen, maar gisteren had ik weer een erg leuke lezing aan boord van een cruiseschip dat Dordrecht aandeed. Britse gasten, voor mij dus een soort thuiswedstrijd, maar vooral een belangstellend, ontwikkeld publiek. Dat bleek weer uit de interessante gesprekken die ik na afloop had. De man verantwoordelijk voor het ‘entertainment’ aan boord, vroeg me of er in Dordrecht ook een openluchtzwembad is. Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden. Het dichtstbijzijnde is het Wantijbad, dat tijdens de hittegolf van de afgelopen dagen stijf gesloten was voor het publiek wegens uit de hand gelopen werkzaamheden. Of dat het gevolg is van een domme planning of het werk van een klunzige aannemer, weet ik niet. Wel wist RTV-Dordrecht te melden dat medewerkers van het bad er vrijdag met hun kinderen hebben gezwommen.

Het Wantijbad roept bij mij altijd koude herinneringen op aan de zwemles in mijn lagere schooltijd. Na de zomervakantie werden die lessen in september nog in het Wantijbad gegeven. Dan kwam je ’s morgens vroeg met de klas aanfietsen en zag je dat verdomde bordje voor het raam van de kassa met de watertemperatuur. Altijd rond de zestien graden, soms minder, wat het zwemmen nog akeliger maakte. Ik weet het, er zijn mensen die in de winter graag buiten zwemmen, die dat heerlijk vinden, maar ik heb er een pesthekel aan. Misschien komt mijn credo dat water er niet is om in te liggen, maar om over te varen, daar vandaan. Wie zal het zeggen?

Glibberige herinneringen heb ik aan de periode dat je aan de hengel moest zwemmen. Dan kreeg je een koude, slijmerig aanvoelende leren band om je heen. Was je wat verder gevorderd dan volstond de badmeester met een haak onder je kin en als die niet meer nodig was, werd je geacht in het diepe te springen. Deed je dat vanwege de waterkoude niet snel genoeg, dan duwde het hoofd der school (in onze tijd van titelinflatie heet zo iemand directeur) je er onverbiddelijk in. Hij was wel zo sportief om er uiteindelijk zelf ook in te springen, maar dat maakte nooit dat ik het schoolzwemmen, hoe noodzakelijk het is, ook maar eventjes leuk vond.

Door |2026-06-29T10:23:45+00:0029 juni, 2026|Tags: , , , |0 Reacties

Moeilijk doen als het makkelijk kan

Oei, gisteravond kwam er plotseling een noodoproep van de overheid binnen op de telefoon. Een poepbacterie in het drinkwater. Mijd het kraanwater of kook het voor een minstens drie minuten! Weer eens iets anders, in ieder geval een bijzondere afsluiting van de week.

Volgens de krant rende de halve stad onmiddellijk naar de supermarkt om flessen water te hamsteren. Dezelfde reactie als toen corona toesloeg, alleen ging het in dat geval om kakpapier. Zo zijn veel mensen. Moeilijk doen als het makkelijk kan. Ik heb vanwege alle gedram van de overheid over mogelijke rampen tegenwoordig een paar flessen water als ‘noodvoorraad’ staan en een blik knakworsten. Die worsten heb ik onder het stof gelaten, over de flessen heb ik maar even een doekje gehaald en ik ontdekte ook nog een fluitketel in het aanrechtkastje. We komen die poeprijke dagen wel door.

Woensdag gaf ik een rondleiding door Dordt aan Amerikaanse nazaten van Jacob de Witt, de vader van, zoals iedere Dordtenaar hoort te weten, onder meer Cornelis en Johan. We bezochten uiteraard het standbeeld van Dupuis op de Visbrug, het stadhuis, de werkplek van zowel Jacob de Witt als zijn zoon Cornelis als burgemeester en heel even van de jonge Johan als pensionaris van Dordrecht. Vervolgens de plek van het woonhuis in de Grotekerksbuurt, de graven van Jacob de Witt en zijn vrouw Anna van de Cornput, dat van Jacobs ouders en het graf van Johanna de Witt en Jacob van Beveren in de Grote Kerk. Daarna volgden uiteraard de Houttuinen en heb ik hen nog heel wat meer van de stad laten zien. Het gezelschap wist veel van de familiegeschiedenis en ervoer naar eigen zeggen het bezoek aan het ‘ancestral home’ als een buitengewone ervaring.

Gisteren zat ik bij Visser toen de avondvierdaagse langskwam. Het was de laatste avond, dus er was muziek. Jammer voor al die enthousiaste kinderen en hun begeleiders dat er maar één muziekkorps bij was, vergeleken met de tijd dat ik zelf als kind meeliep was dat nogal magertjes. Gelukkig bleef het droog, ook al was de temperatuur onder de maat voor de tijd van het jaar, maar goed, een mens kan niet alles hebben. Ik was nog niet thuis of dat alarmbericht verscheen op de telefoon. Ik heb toen maar een soepje opgewarmd en ben een boek gaan lezen, want dat wereldkampioenschap voetbal laat ik vanwege Trump en Infantilo dit jaar aan me voorbij gaan.

Door |2026-06-13T09:41:40+00:0013 juni, 2026|Tags: , , , |0 Reacties

Uit de bocht

Afgelopen woensdag was ik bij de presentatie van twee delen uit de serie Verhalen van Dordrecht. Een reeks boekjes waarin op heldere en beknopte wijze onderwerpen uit de Dordtse geschiedenis en cultuur worden belicht, met daarbij rijke illustraties. Ideaal voor wie weinig tijd heeft om te lezen, maar toch geïnformeerd wil worden. Zelf schreef ik ooit deel 38, over de geschiedenis van de Dordtse letteren. Dit keer ging het om deel 17, een herdruk, want het is een populair boekje, de Kroniek van Dordrecht, geschreven door Jan Alleblas. Het tweede was deel 48, Geschiedenis van het Dordrechts Museum, door Pim Arts. Niet verbazingwekkend dus dat de presentatie werd gehouden in de Schouwmanzaal van het museum, met een gezellige borrel na in de wijnbar van Art & Dining.

Na de presentatie las ik thuis de wekelijkse column van Thijs Blom in weekkrant Dordt Centraal. Ik vind zijn stukken doorgaans goed, maar nu ging het over Dordtse geschiedenis en daar schoot hij zo uit de bocht dat een weerwoord geboden was. Dat staat op Via078, waar ik op mijn beurt stukjesschrijver voor ben.

Gisteren was ik voor de verandering eens niet ’s middags in Visser, maar bij collega Guus de Landtsheer en zijn vrouw, waar we een gezellig etentje hadden, zeer geslaagd, want Guus is een voortreffelijk kokend historicus. We zouden ons daar ook buigen over het programma voor de kroegcolleges van het seizoen 2026/27, maar vanwege de gezelligheid hebben we dat maar even opgeschoven tot volgende week.

Door |2026-06-06T10:58:18+00:006 juni, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Geweldig idee, maar…

Vanmorgen met Guus de Landtsheer ons verhaal over de geschiedenis van de Dordtse Riedijk gehouden in de bibliotheek op de Groenmarkt. Het was druk. Een leuk, belangstellend publiek dat volop vragen stelde. Uiteraard moest aan het begin iemand van de bibliotheek opdraven om de power point (modern voor ‘lezing met lichtbeelden’) in te stellen, maar toen het eenmaal liep, bleef het lopen.

In het gebouw zagen we reeds allerlei sporen van de aanstaande verhuizing naar het nieuwe stadskantoor aan de Spuiboulevard. Ik ben bang dat men over een paar jaar heel erg spijt gaat krijgen van het weghalen van de bibliotheek uit het historische hart van de stad. Een mooiere plek dan waar hij nu zit zal de bibliotheek niet meer krijgen. Bovendien vrees ik dat dat ‘Dordthuis’, zoals het stadskantoor moet gaan heten, op den duur weleens een financieel debacle van heb ik jou daar kan worden. Zoiets als het Energiehuis. Geweldig idee was dat, we zijn er trots op, maar qua financiën is het een ondoordachte afgang. Bovendien een theater annex poppodium waar na zes uur ’s middags geen openbaar vervoer meer langs komt, hoe krijg je het verzonnen?

Mijn vorige lezing in de bibliotheek begon ’s morgens om tien uur, dus ging ik er voetstoots vanuit dat het vandaag weer zo zou zijn. Het bleek elf uur te zijn. Klein foutje, maar om tien uur gaat Centre Ville open, dus zijn we even overgestoken naar het geboortehuis van mijn grootvader. Centre Ville heeft gelukkig geen plannen om te verkassen naar het nieuwe stadskantoor. Dat zit daar al meer dan honderddertig jaar op een van de beste plekken van de stad, als we dat oerlelijke gedrocht op de Voorstraat, waarin nu Medikamente die Grenze zit, even wegdenken. Welke idioot die gruwel ooit heeft ontworpen weet ik niet, maar dat het ding er staat is een doorslaggevend pleidooi voor het afschaffen van die belachelijke welstandscommissie die we nog steeds in Dordrecht hebben.

Door |2026-05-18T11:38:57+00:0018 mei, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Moederdag-effect

Foto: Cees Kloosterman

We merkten wel een beetje het moederdag-effect, maar desondanks was er een ruime opkomst bij de presentatie van Verscholen in het groen, afgelopen zondagmiddag in Visser’s Poffertjes aan de Dordtse Groenmarkt. Archie Wijngaarde, met wie ik al tweeënvijftig jaar bevriend ben, nam het ere-exemplaar in ontvangst en sprak mooie woorden over het boek. Neerlandicus, dichter en criticus Erick Kila las prachtige gedichten voor uit zijn nieuwe bundel Het geruis van wind en betekenis en tenslotte droeg ik zelf enkele fragmenten voor uit Verscholen in het groen, deel negen van mijn serie literaire dagboeken, dat gaat over de jaren 1989 en 1990. Daarna gingen we over tot de orde van de dag, dat wil zeggen een borrel en de gelegenheid om het boek te kopen en te laten signeren. Cees Kloosterman filmde een deel van de presentatie, die ik heb verwerkt in mijn jongste Youtube-praatje, dat hier te zien is voor wie het heeft gemist en er toch even bij wil zijn.

Ondertussen gaat het met het weer van kwaad tot erger. Maandag, toen ik een geanimeerde stadswandeling had met een groep Canadezen en Amerikanen, was het fris, maar toch nog zonnig. Gisteren woei een vuile noordenwind over de stad en die smeerlap brengt vandaag ook nog eens een aantal regenbuien met zich mee. Klagen over het weer is een van de zinlooste bezigheden waarmee de mens zich onledig kan houden, ik doe dat dan ook niet, maar wind, regen en kou trekken wel een wissel op mijn humeur, vooral in mei. Gelukkig ben ik nog steeds bezig in de dagboeken van J.J. Voskuil en die toont zich ook niet altijd een lachebekje.

Ik kreeg een uitnodiging voor het jaarlijkse congres van het KNHG dat over egodocumenten gaat. Ik zou er graag heengaan, maar dan moet ik al rond half tien ’s morgens aan de Cruquiusweg in Amsterdam zien te geraken. Met de huidige staat van het openbaar vervoer! En als dat lukt en ik ’s avonds terugreis, kan ik bij wijze van spreken direct weer instappen, omdat de volgende dag de Haarlem Branch van de Dickens Fellowship bijeenkomt. Ik zou die logistieke narigheid kunnen oplossen door van donderdag tot en met zondag een hotel te boeken, maar hotels in Haarlem of Amsterdam zijn eigenlijk voor een modaal historicus niet meer te betalen, ik bedoel, ik kan dat wel, maar drie nachten in een hotel voor de prijs van een business class ticket Athene-Amsterdam vreet ook aan mijn humeur. Waarom moeten zulke dingen ook altijd in dat smoezelige Amsterdam plaatsvinden en niet in het frisse, vrolijke en voor mij veel gemakkelijker bereikbare Utrecht?

Door |2026-05-13T08:59:27+00:0013 mei, 2026|Tags: , , , |0 Reacties

Heldenverering en mythologie

Vanmorgen koffie bij Baraka met D., hoogleraar aan de pedagogische faculteit en redacteur van Stella’s vertaling van mijn geschiedenis van Cyprus. In de ochtend komen er vaker professoren bij Baraka, voornamelijk gepensioneerde. Er zat ook een dameskransje dat een geweldig lawaai voortbracht. Allemaal doof, vermoed ik. Zelf hoor ik ook zo scherp niet meer, al wijst iedere gehoortest tot nu uit dat nog ik voldoende hoor voor de verzekering om geen apparaten te vergoeden.

Ik dacht na het betalen van de belastingaanslag een onbezorgde tijd door te kunnen brengen, maar nee, de bank stuurt me dringende berichten dat ik allerlei papieren moet opsturen of inleveren, anders kan ik straks mijn rekening niet meer gebruiken. Die papieren heb ik al talloze malen moeten insturen. Er schijnt nu ook iets mis te zijn met het nummer van mijn ID. Vroeger liep ik dan even binnen bij het kantoor in Ano Toumba, waar ik ook regelmatig geld kwam halen. Daar zaten twee caissières met wie ik in de loop van de tijd een goede band opbouwde. Ik bracht zelfs op hun verzoek nu en dan tulpenbollen mee uit Nederland. Die dames zijn ontslagen en binnenlopen kun je niet meer als je iets te vragen hebt. Je moet een afspraak maken. Vanuit Nederland had ik dat geprobeerd, maar er waren geen data beschikbaar. Nu, drie weken later, kon ik ineens ruim kiezen. Binnenkort dus de confrontatie.

Met D. gesproken over zijn laatste boek en het genoegen dat hij beleeft aan de literatuur. Van enkele bevriende schrijvers heeft hij boeken geredigeerd, helaas liefdewerk oud-papier, maar wel degelijk liefdewerk. Ik herinnerde me de presentatie van Stella’s vertaling van Afrodite en Europa. D. was een van de sprekers en nam het voor me op toen ik het hevig aan de stok kreeg met een andere hoogleraar die beweerde dat ik het Ottomaanse Rijk niet ‘de zieke man van Europa’ mocht noemen. Het moest ‘de zieke man’ zijn, want Turken waren geen Europeanen. Voor hij benoemd werd tot professor in de geschiedenis werkte hij bij het Museum van de Macedonische Strijd, een nationalistische instelling vol negentiende-eeuwse heldenverering en aanklevende mythologie. Samen dienden we de man stevig van repliek, waarna ik hem nooit meer ergens heb ontmoet, ook niet in Baraka, maar dat zal niet aan ons liggen.

Door |2026-04-21T16:05:54+00:0021 april, 2026|Tags: , , , , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant