Bij de Zuidhaven

De reünie van het Stedelijk Dalton Lyceum is alweer zestien dagen geleden. Ik geniet nog een beetje na van al die leuke ontmoetingen. Toen ik er nog lesgaf, werd aan het eind van het jaar altijd een fietstocht georganiseerd door de Dordtse Biesbosch. Een tocht met opdrachten, gemaakt door de sectie aardrijkskunde, want er moest ook worden geleerd. Ik stond tijdens de laatste tocht voor mijn pensionering met een paar collega’s langs de route om de fietsende jeugd zonodig op weg te helpen.

Een van de fietspaden stond wegens hevige regenval onder water. Verstandige leerlingen, meestal meisjes, reden een stukje om, stoere leerlingen, vaak jongens, gingen er dwars doorheen, met alle druipende gevolgen van dien. Gelukkig werkte het weer die dag mee. Er werd veel gelachen.

Het was in de buurt van de Zuidhaven. Als je in de richting van het Hollands Diep keek, zag je de stille, groene polders. Keek je in de richting van het gemaal, dan doemden op veel te korte afstand de flats van Sterrenburg op. De bebouwing mag niet over de Zeedijk, hebben we ooit afgesproken, maar met de overambitieuze plannen van de overheid voor dit eilandje van krap vijfennegentig vierkante kilometer, duizenden inwoners erbij, vrees ik voor de toekomst het ergste.