De winter van ’63

Er ligt een dun laagje sneeuw, dus worden de sociale media gevuld met winterse foto’s. Zo bijzonder is sneeuw in Nederland tegenwoordig. Ik herinner me de winter van 1963, die zo streng was dat de rivieren rond het Eiland van Dordrecht waren bevroren, zodat we over het ijs naar mijn oom en tante in Zwijndrecht konden lopen. Sneeuw viel er toen iedere winter. In de pauze op school gooiden we sneeuwballen met kiezelsteentjes erin. Eentje ging door de ruit van het schoolhoofd. Dat was sensatie. Iedereen wist wie had gegooid, maar niemand die zijn mond open deed.

Aan het begin van het schooljaar 1963-64 ging ik naar mulo-Groenedijk. Ik was in de zesde klas van lieverlee afgezakt uit de meest rechtse rij, waar degenen zaten die toelatingsexamen voor de HBS mochten doen, naar bijna de meest linkse. Die moesten naar de huishoudschool of de LTS. Ik mocht nog net naar de MULO, waar ik evenmin zin had om iets uit te voeren. Pas nadat ik in de tweede was blijven zitten en mijn vader dreigde dat ik bij herhaling van zetten koekjes kon gaan omdraaien aan de lopende band in de Victoriafabriek, ging ik iets doen. Tenslotte slaagde ik met een rij achten en negens, een zesje voor tekenen en een vier voor wiskunde, maar dat lag aan de leraar. Later hoorde ik van een vriendje, die er een tijdje had gewerkt, dat er heel leuke meisjes waren bij de Victoria, maar toen was het te laat.

Er zijn mensen die beweren dat ‘later’ en ‘laat’ in dezelfde zin een stijlfout is. Van Karel van het Reve leerde ik dat je je daar niets van aan moet trekken. Karel van het Reve, welke middelbare scholier weet nog wie dat is?