Altijd wat

Ik heb de calculator maar snel weggelegd en de laatste pagina’s van de drukproef van Verscholen in het groen doorgenomen. Er moest nog een probleempje worden opgelost: de oneven paginanummers stonden een regel hoger dan de even. Dat bleek een zaak van een verkeerd vinkje te zijn, maar het duurt even voor je, als halve digibeet, zoiets door hebt.
Er komt voor de zekerheid nog een tweede drukproef om door te nemen, maar daarna is het basta. Uiteraard zal er ergens wel een typefoutje in de tekst overblijven, maar daar haal ik dan mijn schouders over op. In het eerste deel van mijn serie literaire dagboeken, verschenen onder de titel En vooral: de gordijnen dicht, komen ergens oplaatbare batterijen voor. Het heeft jaren geduurd voordat iemand opviel dat het oplaadbare moest zijn en toen ik er door die lezer over werd beknord, moest ik eerlijk gezegd hartelijk lachen.
Vanmorgen luisterde ik op Radio1 uiteraard naar Onvoltooid Verleden Tijd terwijl de regen op de lichtluiken kletterde. Ik moest even denken aan de gitaarlessen die ik halverwege de jaren zestig kreeg. Dat ging met liedjes als Ritme van de regen en Brandend zand. Die gitaar heb ik nog steeds, al heb ik hem in geen veertig jaar meer aangeraakt. Toen ik vanmiddag het huis verliet om in de stamkroeg mijn zuurverdiende centen te gaan uitgeven, was het ritme van de regen gelukkig verstomd, alleen die ellendige, harde wind vertikte het om te gaan liggen.









