herinneringen

Altijd wat

Ik ben niet zo van het centen tellen en zelden te beroerd om een fooi te geven, maar vanavond heb ik voor de aardigheid eens gekeken hoeveel ik deze maand, die nog niet eens helemaal voorbij is, in mijn stamkroeg heb uitgegeven: zeshonderdachtentwintig euro. Daar moet ik toch eens even bij stilstaan. Ik weet het, ik ben wel van ‘gezelligheid kent geen tijd’, maar daarbij vergeet je weleens dat er ook een prijskaartje aan hangt. Nu is dat geld niet alleen opgegaan aan drank, we nuttigen ook iedere week een lekkere stamppot ter plekke en anderhalve week geleden hadden we een heerlijke en dolgezellige Franse maaltijd, maar toch heb ik een beetje het gevoel dat ik niet echt in de wieg ben gelegd voor minister van financiën.

Ik heb de calculator maar snel weggelegd en de laatste pagina’s van de drukproef van Verscholen in het groen doorgenomen. Er moest nog een probleempje worden opgelost: de oneven paginanummers stonden een regel hoger dan de even. Dat bleek een zaak van een verkeerd vinkje te zijn, maar het duurt even voor je, als halve digibeet, zoiets door hebt.

Er komt voor de zekerheid nog een tweede drukproef om door te nemen, maar daarna is het basta. Uiteraard zal er ergens wel een typefoutje in de tekst overblijven, maar daar haal ik dan mijn schouders over op. In het eerste deel van mijn serie literaire dagboeken, verschenen onder de titel En vooral: de gordijnen dicht, komen ergens oplaatbare batterijen voor. Het heeft jaren geduurd voordat iemand opviel dat het oplaadbare moest zijn en toen ik er door die lezer over werd beknord, moest ik eerlijk gezegd hartelijk lachen.

Vanmorgen luisterde ik op Radio1 uiteraard naar Onvoltooid Verleden Tijd terwijl de regen op de lichtluiken kletterde. Ik moest even denken aan de gitaarlessen die ik halverwege de jaren zestig kreeg. Dat ging met liedjes als Ritme van de regen en Brandend zand. Die gitaar heb ik nog steeds, al heb ik hem in geen veertig jaar meer aangeraakt. Toen ik vanmiddag het huis verliet om in de stamkroeg mijn zuurverdiende centen te gaan uitgeven, was het ritme van de regen gelukkig verstomd, alleen die ellendige, harde wind vertikte het om te gaan liggen.

Door |2026-02-22T21:49:48+00:0022 februari, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Zestig

Hoorde ik Ronald Giphart zojuist bij het begin van De Taalstaat nu zeggen dat Kees Buddingh’ zijn voornaam met een C is? Ik hoorde het niet goed omdat de afzuigkap aanstond, anders gaat tijdens het bakken van mijn eieren met spek de rookmelder loeien, dus wellicht vergis ik me. Ik hoop het maar, want anders zou het een kleine blamage zijn. Zoals de naam Cees op Buddingh’s grafsteen geen kleine blamage is, maar een wonderlijk negeren van des schrijvers wensen, zoals iedereen weet die de dagboeken van Buddingh’ heeft gelezen.

Ik was drieëntwintig toen ik als onderwijzer begon op de Openbare Lagere School nummer drie in de Hoogstraat in Hendrik-Ido-Ambacht. Ik had daar de derde klas. Kindertjes van rond de negen, die nu rond de zestig zijn. Een van hen, Astrid, schreef daar gisteren iets over op Facebook. Zestig, evenals Ronald Giphart. Toen ik kwekeling (toch een veel mooier woord dan stagiair) was op School Vest in Dordrecht, dezelfde waarvan ik aan het eind van de tweede wegens wangedrag werd verwijderd, liep daar ook de kleine Ronald Giphart rond, maar dit terzijde.

De Taalstaat is een van mijn favoriete radioprogramma’s, evenals OVT en Met het oog op morgen. Op zaterdag- en zondagmorgen moeten ze me niet bellen tussen respectievelijk elf en een en tien en twaalf, dan neem ik eenvoudig niet op. Ik ben veel meer een radiomens dan een televisiemens. Voordeel van de radio is dat je er al luisterend iets bij kunt doen. Een gedicht schrijven of zoals nu, heel toepasselijk tijdens De Taalstaat, het corrigeren van een drukproef.

Door |2026-02-14T11:03:18+00:0014 februari, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Rond de Reeweg

Met  gisteren naar Muziek rond de Reeweg geweest. Drie optredens bij mensen thuis. Vroeger zeiden ze ’tussen de schuifdeuren’, maar in de meeste huizen zijn de schuifdeuren weggehaald. Ook het onze is door vorige bewoners op die wijze onherstelbaar verminkt. Het waren vrolijk stemmende optredens, in de Madoerastraat, op de Reehof en in de Bankastraat.

De Madoerastraat was een appartement in de voormalige Ambachtsschool. Die is, anders dan de HTS, ontsnapt aan de sloopwoede van de gemeente. Iets verderop vonden we de Reehof. Ik woon nu zesenveertig jaar in het Reeland, maar van die hof had ik nog nooit gehoord. Een stuk grond tussen de Reeweg en de spoorlijn naar Gorinchem. Vroeger stonden er kassen, nu dus die hof. De ingang ligt tegenover de Ceramstraat, waar ik weleens wijn koop. Misschien moet ik opmerkzamer zijn als ik door mijn eigen buurt fiets.

Ik eindigde in de Bankastraat, vlakbij het Halmaheiraplein. Lé ging nog naar een vierde optreden, maar ik vond dat te laat worden en ben door de Bankastraat naar Visser gefietst. Daar noteerde ik, bij gebrek aan mijn notitieboekje, in mijn telefoon een eerste aanzet voor het gedicht Vraag me niet. Dat gaat over wat ik in de Bankastraat allemaal heb gezien of meegemaakt en inmiddels is verdwenen. Het Gemeenteziekenhuis met daar tegenover de Ziekenverpleging, waar ik ter wereld ben gekomen. Het huis van Kees en Stientje Buddingh’ waar ik regelmatig te gast was. De woning van meester De Kramer, een van mijn onderwijzers op de J.W. Boermanschool, mijn school vanaf de derde klas. Op die plek staan nu appartementen. Wie in Dordt weet trouwens nog wie W.J. Boerman was?

Ik memoreerde het al: aan het eind van de Bankastraat, hoek Oranjelaan, is de HTS ook verdwenen. Er staan nu woningen en gelukkig niet eens in de vigerende blokkendoosarchitectuur die de saaiheid van de Stadswerven, de nieuwe wijk op de Staart, benadrukt. Bij het oversteken van de Oranjelaan miste ik het spoor met die langzaam voortsukkelende goederentrein en de man met de rode vlag, die altijd vooruit liep.

Het gedicht heb ik naar mezelf gemaild en vanmorgen afgemaakt. Het ligt nu op de plank om te rijpen, want je weet het nooit met gedichten. De ene dag ben je laaiend enthousiast, de volgende wacht nog weleens de prullenbak. Nog een paar dagen afwachten maar.

Door |2026-01-26T13:25:32+00:0026 januari, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Het Oog

Ik luister naar de jubileumuitzending van Met het oog op morgen. Het programma bestaat vijftig jaar. Ik denk aan de keren dat ik er te gast was om het een en ander te vertellen over de toestand in Griekenland of op Cyprus. Ik heb er een aardig klokje aan overgehouden, dat op de schoorsteenmantel in mijn werkkamer staat, en een CD met muziek uit de uitzendingen.

Bijdragen aan het programma was altijd een genoegen. Je werd gastvrij ontvangen en soms ontmoette je interessante medegasten. Ik herinner me bijvoorbeeld Hedy d’ Ancona en wijlen Aad Veldhoen. Ik ontmoette er een paar keer een professor in de economie van Nyenrode, waarvan ik de naam ben vergeten. Dat ligt niet aan die econoom, ik ben gewoon slecht in namen. Ik zei weleens tegen mijn leerlingen: ‘Hadden jullie maar een nummer, dan wist ik wie wie was’.

Een van de presentatoren die grote indruk op me maakte was John Jansen van Galen. Een expert op het gebied van de geschiedenis van Suriname, al kwam ik om iets uit te leggen over Griekenland. Journalisten hebben de neiging om te vragen naar de toekomst, maar historici dienen daarover uiterst terughoudend te zijn. Het heden duiden is al ingewikkeld genoeg. Zo’n vraag over de toekomst werd me in Het Oog nooit gesteld.

John Jansen van Galen sloot zijn presentatie altijd af met een gedicht. Op een avond las hij tot mijn verbazing een gedicht uit mijn bundel In dit laagland. Afsluiten met een gedicht wordt niet meer gedaan. Desalniettemin luister ik nog altijd met genoegen naar Het Oog. Ik hoop dat het programma mij ruimschoots gaat overleven.

Door |2026-01-04T21:58:57+00:004 januari, 2026|Tags: , , |0 Reacties

De winter van ’63

Er ligt een dun laagje sneeuw, dus worden de sociale media gevuld met winterse foto’s. Zo bijzonder is sneeuw in Nederland tegenwoordig. Ik herinner me de winter van 1963, die zo streng was dat de rivieren rond het Eiland van Dordrecht waren bevroren, zodat we over het ijs naar mijn oom en tante in Zwijndrecht konden lopen. Sneeuw viel er toen iedere winter. In de pauze op school gooiden we sneeuwballen met kiezelsteentjes erin. Eentje ging door de ruit van het schoolhoofd. Dat was sensatie. Iedereen wist wie had gegooid, maar niemand die zijn mond open deed.

Aan het begin van het schooljaar 1963-64 ging ik naar mulo-Groenedijk. Ik was in de zesde klas van lieverlee afgezakt uit de meest rechtse rij, waar degenen zaten die toelatingsexamen voor de HBS mochten doen, naar bijna de meest linkse. Die moesten naar de huishoudschool of de LTS. Ik mocht nog net naar de MULO, waar ik evenmin zin had om iets uit te voeren. Pas nadat ik in de tweede was blijven zitten en mijn vader dreigde dat ik bij herhaling van zetten koekjes kon gaan omdraaien aan de lopende band in de Victoriafabriek, ging ik iets doen. Tenslotte slaagde ik met een rij achten en negens, een zesje voor tekenen en een vier voor wiskunde, maar dat lag aan de leraar. Later hoorde ik van een vriendje, die er een tijdje had gewerkt, dat er heel leuke meisjes waren bij de Victoria, maar toen was het te laat.

Er zijn mensen die beweren dat ‘later’ en ‘laat’ in dezelfde zin een stijlfout is. Van Karel van het Reve leerde ik dat je je daar niets van aan moet trekken. Karel van het Reve, welke middelbare scholier weet nog wie dat is?

Door |2026-01-03T14:39:08+00:003 januari, 2026|Tags: , |0 Reacties

Flop

Brigitte Bardot is overleden. Ze bereikte de respectabele leeftijd van eenennegentig jaar. Toen ik zestien was, in dat jaar precies de helft van haar leeftijd, vond ik het een prachtige vrouw. In de klas zat een meisje dat veel van haar weghad. Onze eigen BB, maar ik, onzekere puber, was nog iets te verlegen voor de liefde. Ik durfde haar nauwelijks te groeten. Onze BB is jong gestorven. De Franse ontwikkelde zich later niet alleen tot dierenactiviste, maar ook tot een akelige, extreem-rechtse vrouw.

In 1967 meerde een schip af aan het Groothoofd in Dordrecht voor opnamen van de film Professor Columbus. Ze hadden figuranten nodig. Een deel van de klas wilde dat wel. Tot onze verbazing kregen we daarvoor zomaar vrij van school. Of onze BB onder de figuranten was herinner ik mij niet.

Een van de actrices was Phil Bloom, die rondliep als naakte hippie. Een jaar later zou zij als eerste vrouw bloot verschijnen in het VPRO-programma Hoepla. Heel Nederland stond op zijn kop, zoals het in het preutse, hedendaagse tijdsgewricht wellicht weer zou gebeuren.

Twee dagen sjouwden we rond op dat schip, daarna keerde de rust terug aan het Groothoofd. Vol verwachting trokken we maanden later naar de bioscoop. We waren een seconde of twee in beeld. Geen wonder dat Professor Columbus volledig flopte.

Door |2025-12-30T13:52:10+00:0030 december, 2025|Tags: , |0 Reacties

Italiaanse brandy

Gisteren raakten we in Centre Ville in gesprek met een groepje Amerikaanse toeristen. Ze hadden net een wandeling met een collega gids achter de rug en waren enthousiast over Dordrecht. Leuk hen nog even te kunnen vertellen dat mijn grootvader in het pand van Centre Ville is geboren. Dat was in 1891. Ik heb zijn geboorteacte gevonden in het archief. Het klopt precies. Het is een verhaal dat ik wel meer vertel als ik mensen in Centre Ville spreek.

We namen met een ‘merry Christmas’ en een ‘happy new year’ afscheid. Of het werkelijk een happy 2026 wordt met Trump in het Witte Huis vraag ik me af, maar daar hebben we het maar niet over gehad.

Ik was vast van plan om thuis te koken, alles daarvoor lag al klaar op het aanrecht, maar toch kwam ik met een vriendin terecht bij Costa d’ Oro. Het was weer goed toeven in de oudste pizzeria van de oudste stad van Holland. De herinneringen daar stapelen zich op. Het was het eerste restaurant waar ik met Stella at, toen ze voor het eerst naar Nederland kwam en het laatste waar we aten voor ze overleed. Ik kwam er voor het eerst met vrienden na een weekend in Parijs, in het vroege voorjaar van 1973, en ik kom er nog altijd. Helaas is een aantal van die vrienden inmiddels ook overleden. Dat stemt soms wat weemoedig en dan neem ik maar snel een Vecchia Romagna, een niet te versmaden Italiaanse brandy. Dat helpt altijd.

Door |2025-12-09T11:17:17+00:009 december, 2025|Tags: , |0 Reacties

Buskruit

Gisteren een rondleiding gehad in een deel van wat ooit ’s lands wapenarsenaal was, aan de Houttuinen in Dordrecht. In 1790 gebouwd, meen ik te hebben onthouden, op de plaats waar ook eerder al magazijnen van het leger stonden. Buskruit naast de Grote Kerk. Ik moest even denken aan de ontploffing van het kruitschip in Leiden, in 1807, maar gelukkig staat de Grote Kerk er nog. Nu en dan valt een steen uit de toren, maar daarover schreef de krant geruststellend dat de constructie veilig was. In Rome is onlangs een middeleeuwse toren ingestort. Daarvoor hoeven we, als we de BOGA’s (de Boven Ons Gestelde Autoriteiten) mogen geloven, niet te vrezen.

Het was een buitenkans zo’n stuk erfgoed tijdens de restauratie van binnen te bekijken. Dank aan de huidige eigenaar en mijn collega stadsgids Pieter van Loon. Ik vond alleen de nogal uitgesleten trap naar de tweede etage een tikje eng. Dat komt door mijn rug en mijn leeftijd. Eenmaal boven zag ik een meisje met lichte tred dezelfde trap op huppelen en door een deur verdwijnen naar de belendende horecazaak. Die heette vroeger De Kazerne, een verkeerde naam, want het arsenaal was nooit een kazerne.

De Kazerne had een nachtvergunning. Nachthoreca trekt types aan die je liever niet wilt in je stad. Ik moest denken aan het voormalige café Noordzicht, dat wij ‘Nooitdicht’ noemden. Het is verdwenen, evenals vermaarde etablissementen als Sprankje Groen en Wolkje Blauw. Mijn overgrootvader had tot 1946 een kroeg op de hoek van de Nieuwbrug en de Wijnstraat. Die sloot hij als het avond werd. Hij was nogal matineus ingesteld. Later zat daar nog een tijdje de Lord Lister. Ook verdwenen in wat schrijver L.H. Wiener zo mooi ‘de mist der mensen’ noemt.

Door |2025-12-08T11:14:47+00:008 december, 2025|Tags: , |0 Reacties

Magisch eiland

Kafeneion ‘Ta Therma’, Samothraki

Hoewel ik nog niet helemaal klaar ben met het herzien van het manuscript van literair dagboek IX ben ik al wel begonnen om te zoeken naar een geschikte foto voor het voorplat. Zodoende kwam ik op het magische eiland Samothraki terecht, waar ik acht jaar geleden voor het laatst was. Alleen en in het voorseizoen. Er was nog weinig open in Loutros, waar ik een huisje had gehuurd, maar de rust beviel me wel en mijn favoriete kafeneion, Ta Therma, was gelukkig open. De reis is een beetje ingewikkeld. Je moet met de trein of bus van Thessaloniki naar Alexandroupolis en vandaar over met de boot. Die vaart niet iedere dag, althans toen niet. Daarom moest ik overnachten in Alexandroupolis, maar die stad beviel zo goed dat ik op de terugweg ook nog een nachtje ben blijven hangen.

Samothraki, ik ben er een aantal malen met Stella geweest en na haar overlijden een keer met vrienden Kostas en Vassiliki. Ik moest bij het zien van de foto’s even de neiging onderdrukken om direct in het voorjaar een hotel of huisje te boeken, maar wie weet. De laatste keer reisde ik met een bus van de KTEL. Prima vervoer, maar ik hou toch meer van de trein, ondanks dat die in Griekenland niet de veiligste van Europa is.

Vanmorgen weer naar de fysio geweest. Hard nodig met dit weer, dat mijn rug allesbehalve goed doet. Ik kan er weer een weekje tegen. Daarna boodschappen gedaan. Het moet maar eens uit zijn met al dat zondige buitenshuis eten, al verheug ik me nu al op de stamppot, morgen, bij Visser. Voorlopig staat er een pan babi ketjap te pruttelen, bereid volgens Surinaams recept.

Door |2025-12-02T15:10:13+00:002 december, 2025|Tags: , |0 Reacties

Misschien houden ze het droog

Vanmorgen een ellendige, snijdende wind, waardoor het veel kouder aanvoelde dan het eigenlijk was. Slecht voor de rug en de gewrichten. Morgen snel naar de fysiotherapie. De voorspelde regen bleef uit tot het ogenblik dat ik begon te denken aan de kroeg. Die heb ik maar eens een keer overgeslagen. Nat regenen op de terugweg is minder vervelend, dan trek je thuis gewoon iets droogs aan.

Waar het ook flink kan regenen is Suriname. Dat heb ik indertijd ervaren. De koning en koningin zijn er nu op staatsbezoek. Ik was er in een ander seizoen, dus misschien houden ze het droog. Ik herinner me ons bezoek aan de granman van de Saramaccaners, die een groot portret van Juliana en Bernhard aan de muur had. Suriname was al zeven jaar geen kolonie meer, maar het koningshuis was nog populair. Ik ken ook Nederlanders die een foto van Claus en Beatrix aan de wand hebben. Het leek me beter om in Paramaribo maar niet al te luid te verkondigen wat ik van de monarchie vind.

Na het avondeten de documentaire bekeken die ze op Cyprus hebben gemaakt over Stephanos Stephanides. Hij staat op Youtube. Een groot dichter van wie ik werk in het Nederlands heb vertaald. Stella nam hem op in onze bloemlezing over Cypriotische literatuur Wij wonen in een taal (Kruispunt, Brugge 2004). We hebben hem verschillende keren in Nicosia ontmoet. Door de documentaire voel ik het verlangen opkomen weer eens naar Cyprus te gaan.

Door |2025-12-01T21:21:03+00:001 december, 2025|Tags: , , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant