Met  gisteren naar Muziek rond de Reeweg geweest. Drie optredens bij mensen thuis. Vroeger zeiden ze ’tussen de schuifdeuren’, maar in de meeste huizen zijn de schuifdeuren weggehaald. Ook het onze is door vorige bewoners op die wijze onherstelbaar verminkt. Het waren vrolijk stemmende optredens, in de Madoerastraat, op de Reehof en in de Bankastraat.

De Madoerastraat was een appartement in de voormalige Ambachtsschool. Die is, anders dan de HTS, ontsnapt aan de sloopwoede van de gemeente. Iets verderop vonden we de Reehof. Ik woon nu zesenveertig jaar in het Reeland, maar van die hof had ik nog nooit gehoord. Een stuk grond tussen de Reeweg en de spoorlijn naar Gorinchem. Vroeger stonden er kassen, nu dus die hof. De ingang ligt tegenover de Ceramstraat, waar ik weleens wijn koop. Misschien moet ik opmerkzamer zijn als ik door mijn eigen buurt fiets.

Ik eindigde in de Bankastraat, vlakbij het Halmaheiraplein. Lé ging nog naar een vierde optreden, maar ik vond dat te laat worden en ben door de Bankastraat naar Visser gefietst. Daar noteerde ik, bij gebrek aan mijn notitieboekje, in mijn telefoon een eerste aanzet voor het gedicht Vraag me niet. Dat gaat over wat ik in de Bankastraat allemaal heb gezien of meegemaakt en inmiddels is verdwenen. Het Gemeenteziekenhuis met daar tegenover de Ziekenverpleging, waar ik ter wereld ben gekomen. Het huis van Kees en Stientje Buddingh’ waar ik regelmatig te gast was. De woning van meester De Kramer, een van mijn onderwijzers op de J.W. Boermanschool, mijn school vanaf de derde klas. Op die plek staan nu appartementen. Wie in Dordt weet trouwens nog wie W.J. Boerman was?

Ik memoreerde het al: aan het eind van de Bankastraat, hoek Oranjelaan, is de HTS ook verdwenen. Er staan nu woningen en gelukkig niet eens in de vigerende blokkendoosarchitectuur die de saaiheid van de Stadswerven, de nieuwe wijk op de Staart, benadrukt. Bij het oversteken van de Oranjelaan miste ik het spoor met die langzaam voortsukkelende goederentrein en de man met de rode vlag, die altijd vooruit liep.

Het gedicht heb ik naar mezelf gemaild en vanmorgen afgemaakt. Het ligt nu op de plank om te rijpen, want je weet het nooit met gedichten. De ene dag ben je laaiend enthousiast, de volgende wacht nog weleens de prullenbak. Nog een paar dagen afwachten maar.