Met R. naar de presentatie van Het lied van Agilouz geweest, de nieuwe roman van Mohammed Benzakour. De ondertitel luidt Hoe ik vogels bevrijdde in Indonesië. Het boek begint met een ontroerend verhaal over een ontmoeting met een vogel, nadat Mohammed heel slecht nieuws ontving over de gezondheid van zijn moeder, na een herseninfarct. Over zijn moeder heeft hij de prachtige roman Yemma. Stilleven van een Marokkaanse moeder geschreven, maar dit terzijde. Er werd ook werkelijk een vogel bevrijd: een merel uit de vogelopvang kreeg in de tuin van boekhandel Van Gennep aan de Oude Binnenweg in Rotterdam, waar de presentatie plaatsvond, de vrijheid en zit daar nu hopelijk volop te kwinkeleren.

Het was druk bij Van Gennep, maar gelukkig vond ik nog een plekje om te zitten, want mijn rug wilde gisteren niet echt meewerken. Aan het prachtige lenteweer zal het niet hebben gelegen. Ik had op tijd een pilletje moeten slikken, denk ik. Er was mooie muziek, een combinatie van Koerdische luit en dwarsfluit. De musici hadden nooit eerder samen gespeeld, maar het klonk prachtig. Kees Moeliker sprak in vogeltaal en cabaretier en schrijver Hans Dorrestein hield een puntige lofrede. Voor zover ik het kon verstaan, want de microfoon bij Van Gennep had iets harder mogen klinken. De knappe dame die ik na afloop met Hans Dorrestein op het terras van Sijf zag, vroeg of ik Kees was van de verhalenmiddag in Visser, wat mij enigszins verraste.

We waren met de trein naar Rotterdam gekomen. Geen pretje in de spits. Normaal reis ik eersteklas, maar voor dat korte stukje vanaf Dordrecht even niet. Gelukkig was er nog wel een zitplaats in de boemel die zich tegenwoordig sprinter noemt. Ik heb het niet op sprinters, maar dat had ik ook niet op boemeltreinen. Omdat we aan de vroege kant waren legden we even aan in Melief Bender, een stokoud en bijzonder prettig etablissement. Ik weet zeker dat opa Klok, mijn Rotterdamse grootvader, er ook weleens kwam. Lang geleden, want hij is in 1963 gestorven.

Na afloop zijn we opnieuw naar Melief Bender getogen voor een afzakker. Daarna wilden we een patatje halen op Rotterdam CS, voor we terug spoorden naar Dordrecht. Dat konden we vergeten, er was om negen uur ’s avonds op het station van de grootste havenstad van Nederland geen frietje meer te krijgen. In arren moede toen maar een sausijzenbroodje gekocht bij Albert Heijn. Gelukkig geen vegetarisch, zoals je alleen maar kunt krijgen in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordt. Ik heb niets tegen vegetarisme, al doe ik er zelf niet aan, maar ik haat het als je mensen geen keuze gunt.