Ik was er nog niet geweest, in het Depot van Boijmans in Rotterdam (in de volksmond De Pot). Een uniek, spiegelend gebouw in de vorm van een bloempot met op het dak een restaurant omringd door bomen en struiken. Binnenin is het voornamelijk doorzichtig, met hier en daar een glazen vloer waardoor je diep in het gebouw kijkt. Nogal een opgave voor iemand met hoogtevrees, zoals ik.

Ik heb het niet op hoogten en hoewel de ‘skyline’ van Rotterdam vanaf het dak van De Pot indrukwekkend is, houd ik het liever bij laagbouw. Ik hoop dan ook dat de megalomane plannen voor het Dordtse Maasterras niet door zullen gaan, al is er natuurlijk niemand die mij gaat dwingen in te trekken in een woontoren. Als ik moet kiezen tussen de Zalmhaventoren in Rotterdam of de Hofstraat in Dordrecht, dan wordt dat zonder aarzeling het laatste.

Ik heb mij zo goed en zo kwaad als mogelijk over mijn hoogtevrees heengezet en ben met het zweet in mijn handen door het gebouw gaan zwerven, samen met Lé, een goede vriendin. We hebben ook deelgenomen aan een rondleiding door een medewerkster. Dat bracht ons in een van de ruimten waar de collecties liggen een opgeslagen. Ik moest denken aan mijn bezoek, vorig jaar, aan het depot van de gemeente Dordrecht, nabij de Moerdijkbrug, waar ik ineens met een duizend jaar oude schedel in mijn handen stond. Hier mochten we, terecht, er liggen zeer kwetsbare voorwerpen, niets aanraken.

Na afloop zaten we nog even op een bank in het Museumpark en ontdekten we ons spiegelbeeld in De Pot. Op grote hoogte keken we vanaf de begane grond naar onszelf. Een bijzondere ervaring.

Foto: Lé Holshuijsen