eigentijdse kunst

Zoveel meer

Zaterdag naar de uitreiking van de Schefferprijs geweest in het Dordrechts Museum. Interessante interviews met de genomineerden, Faria van Creij-Callender, Ricardo van Eyk en Lorian Gwynn. De prijs ging naar Faria. Voor de aansluitende borrel de tentoonstelling bezocht en genoten van het werk van alle drie de kandidaten. Er is veel moois te zien in het museum. De tentoonstelling van Turner en Assmann en nu ook deze van de Scheffer. Vlak ook de vaste collectie niet uit. Met enige regelmaat loop ik het museum binnen om naar een aantal parels uit die collectie te kijken. Te Noorden bij Nieuwkoop van Weissenbruch bijvoorbeeld, maar er is zoveel meer. Ik zou er drie pagina’s A4 mee kunnen vullen.

Gistermiddag ‘Vertel je verhaal’ in Visser, de verhalenmiddag die ik samen met Jet Hoogerwaard, Nahed Hallak, Walter van de Lagemaat en Mohammed Benzakour organiseer. Tien vertellers met ieder een waar gebeurd verhaal. Het was een sfeervolle middag. Visser was bijna tot de laatste plaats vol. Wel de nodige last van de rug. Misschien omdat ik ’s morgens had gewerkt als stadsgids, al geef ik liever het verzetten van de klok de schuld. Wintertijd, zomertijd, wintertijd, zomertijd…. Niemand die het wil, maar toch ieder half jaar weer dat malle gedoe en dat al decennia lang.

Na afloop wilden we met een klein gezelschap gaan eten bij Olivia, maar dat zat helemaal vol. Daarom werd het Portobello, waar het gezellig was, maar waar ik de wagenwielpizza uiteraard niet in zijn geheel naar binnen kreeg. Met de helft had ik, hoewel hij lekker was, als kleine eter al moeite. De laatste keer dat ik daar at, was op de sterfdag van Stella, ruim achttien jaar geleden. Beetje bijzonder wel. Het goot van de regen, toen ik uiteindelijk naar huis fietste, en het woei dat het een aard had. Beroerd weer dat mijn humeur grondig bedierf, al weet ik dat dat niet helpt.

Foto: Walter van de Lagemaat

Door |2026-03-30T05:54:34+00:0030 maart, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Groot talent

Tijdens mijn studie moest je enkele zogenaamde bijvakken volgen. Tegenwoordig heet dat een ‘minor’, anders snapt de spoken word-generatie het niet meer. Er werd vanuit de opleiding enige druk uitgeoefend op de studenten om vooral sociaal-economische geschiedenis te nemen, dat zou geweldig belangrijk, ja bijna onmisbaar zijn als je je als historicus wilde ontplooien. Ik heb me van die druk niets aangetrokken en koos als bijvakken koloniale geschiedenis en kunstgeschiedenis. Ik heb daar nooit spijt van gekregen en profiteer bij ieder bezoek aan een museum nog steeds van wat ik bij die vakken opstak.

Binnen kunstgeschiedenis is de tijd van pakweg 1850 tot 1940 mijn favoriete periode. Hedendaagse kunst kon mij aanvankelijk maar matig bekoren, maar in de loop der jaren is dat langzamerhand veranderd. Ik heb meer oog gekregen voor eigentijdse kunst en begin die steeds meer te waarderen. Zo heb ik genoten van de overzichtstentoonstelling van het werk van Richard van den Dool, nog niet zo lang geleden in het Dordrechts Museum. Zijn abstracte landschappen zijn wonderbaarlijk inspirerend.

Iemand van wie het werk mij ook bijzonder interesseert, is de Dordtse schilderes Leonie (Lé) Holshuijsen. Ik heb haar intensief gevolgd vanaf het ogenblik dat ze aan de kunstacademie te Arendonk begon, waarvan ze inmiddels is afgestudeerd. Het is fascinerend om een groot talent zich te zien ontwikkelen en te groeien. Bij mij aan de muur hangt een indrukwekkend schilderij van haar, dat me iedere morgen bij het openen van de gordijnen weer treft en boeit, een werk dat nooit zal vervelen.

Op haar website is die ontwikkeling te volgen, een ontwikkeling die, naar ik zeker weet, nog lang zal doorgaan en tot nog meer verrassende kunstwerken zal leiden. Werk van haar is op het ogenblik ook te zien bij De Kinky Kapper, Voorstraat 253, Dordrecht.

Door |2023-10-30T10:08:15+00:0028 oktober, 2023|Tags: , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant