Dordrechts Museum

Uit de bocht

Afgelopen woensdag was ik bij de presentatie van twee delen uit de serie Verhalen van Dordrecht. Een reeks boekjes waarin op heldere en beknopte wijze onderwerpen uit de Dordtse geschiedenis en cultuur worden belicht, met daarbij rijke illustraties. Ideaal voor wie weinig tijd heeft om te lezen, maar toch geïnformeerd wil worden. Zelf schreef ik ooit deel 38, over de geschiedenis van de Dordtse letteren. Dit keer ging het om deel 17, een herdruk, want het is een populair boekje, de Kroniek van Dordrecht, geschreven door Jan Alleblas. Het tweede was deel 48, Geschiedenis van het Dordrechts Museum, door Pim Arts. Niet verbazingwekkend dus dat de presentatie werd gehouden in de Schouwmanzaal van het museum, met een gezellige borrel na in de wijnbar van Art & Dining.

Na de presentatie las ik thuis de wekelijkse column van Thijs Blom in weekkrant Dordt Centraal. Ik vind zijn stukken doorgaans goed, maar nu ging het over Dordtse geschiedenis en daar schoot hij zo uit de bocht dat een weerwoord geboden was. Dat staat op Via078, waar ik op mijn beurt stukjesschrijver voor ben.

Gisteren was ik voor de verandering eens niet ’s middags in Visser, maar bij collega Guus de Landtsheer en zijn vrouw, waar we een gezellig etentje hadden, zeer geslaagd, want Guus is een voortreffelijk kokend historicus. We zouden ons daar ook buigen over het programma voor de kroegcolleges van het seizoen 2026/27, maar vanwege de gezelligheid hebben we dat maar even opgeschoven tot volgende week.

Door |2026-06-06T10:58:18+00:006 juni, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Zoveel meer

Zaterdag naar de uitreiking van de Schefferprijs geweest in het Dordrechts Museum. Interessante interviews met de genomineerden, Faria van Creij-Callender, Ricardo van Eyk en Lorian Gwynn. De prijs ging naar Faria. Voor de aansluitende borrel de tentoonstelling bezocht en genoten van het werk van alle drie de kandidaten. Er is veel moois te zien in het museum. De tentoonstelling van Turner en Assmann en nu ook deze van de Scheffer. Vlak ook de vaste collectie niet uit. Met enige regelmaat loop ik het museum binnen om naar een aantal parels uit die collectie te kijken. Te Noorden bij Nieuwkoop van Weissenbruch bijvoorbeeld, maar er is zoveel meer. Ik zou er drie pagina’s A4 mee kunnen vullen.

Gistermiddag ‘Vertel je verhaal’ in Visser, de verhalenmiddag die ik samen met Jet Hoogerwaard, Nahed Hallak, Walter van de Lagemaat en Mohammed Benzakour organiseer. Tien vertellers met ieder een waar gebeurd verhaal. Het was een sfeervolle middag. Visser was bijna tot de laatste plaats vol. Wel de nodige last van de rug. Misschien omdat ik ’s morgens had gewerkt als stadsgids, al geef ik liever het verzetten van de klok de schuld. Wintertijd, zomertijd, wintertijd, zomertijd…. Niemand die het wil, maar toch ieder half jaar weer dat malle gedoe en dat al decennia lang.

Na afloop wilden we met een klein gezelschap gaan eten bij Olivia, maar dat zat helemaal vol. Daarom werd het Portobello, waar het gezellig was, maar waar ik de wagenwielpizza uiteraard niet in zijn geheel naar binnen kreeg. Met de helft had ik, hoewel hij lekker was, als kleine eter al moeite. De laatste keer dat ik daar at, was op de sterfdag van Stella, ruim achttien jaar geleden. Beetje bijzonder wel. Het goot van de regen, toen ik uiteindelijk naar huis fietste, en het woei dat het een aard had. Beroerd weer dat mijn humeur grondig bedierf, al weet ik dat dat niet helpt.

Foto: Walter van de Lagemaat

Door |2026-03-30T05:54:34+00:0030 maart, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Roest

J.W.M. Turner, Harlech Castle gezien vanaf de Twgwyn Ferry

Een mooie bespreking van de tentoonstelling Water en Licht (Dordrechts Museum) vanmorgen in Trouw, door Joke de Wolf. Jammer dat ze alleen waarderend over Turner schrijft, maar niets over Nicky Assmann. Ik kan me niet voorstellen dat dat deel van de tentoonstelling, dat prachtig aansluit bij het latere werk van Turner, haar is ontgaan. Beetje merkwaardig ook dat ze het imposante, laat-dertiende eeuwse Harlech Castle, dat in een van Turners schilderijen figureert, een fort noemt, maar verder is ze zeer positief over de expositie en dat is terecht. Ik heb hem nu drie keer gezien en ga beslist nog eens. Ik kan er geen genoeg van krijgen en ik ben bovendien bang dat ik het van mijn levensdagen niet nog een keer ga meemaken dat die unieke schilderijen in Nederland te zien zijn.

Gisteren onder handen genomen door de mondhygiëniste. Nooit een fijne ervaring al is het een bijzonder aardige vrouw. Na een half uur was alle roest eraf, maar toen mocht ik nog een uur lang niet eten of drinken. Gelukkig was het mooi weer, terrasweer, dus na dat uur ben ik als een speer naar een terras gefietst waar enige vrienden zich al hadden verzameld.

Op maandag zitten we vaak bij Centre Ville, waar, zoals al mijn lezers al menigmaal hebben moeten horen, in 1891 mijn grootvader ter wereld is gekomen. Als ik naar het toilet moet, op de eerste verdieping waar zich de geboorte heeft voltrokken, hoop ik nog altijd een keer de geest van mijn overgrootvader tegen te komen. Ik heb hem zo het een en ander te vragen. Nee, overgrootvader is daar niet overleden, dat was op de Vrieseweg, in 1948, maar dat huizenblok is in de jaren tachtig wegens verregaande bouwvalligheid afgebroken en je kunt toch veronderstellen dat zo’n geest dan op zoek gaat naar een andere, bekende plek. Hij kan ook naar Bodegraven zijn vertrokken, waar hij werd geboren. Ik vraag me af hoe hij Anna Recourt uit Dubbeldam heeft ontmoet, waarmee hij in 1888 trouwde. Het jonge stel heeft nog even in Bodegraven gewoond, daarna kort in Rotterdam, maar uiteindelijk vestigden ze zich in Dordrecht. Een beslissing waar ik nog altijd blij om ben.

Door |2026-03-10T14:59:06+00:0010 maart, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Lichtpuntje

Ik had beter niet tegen de dokter kunnen zeggen dat het eigenlijk heel aardig met me gaat, toen ik bij hem was voor een zalfje, want nog geen drie dagen later kreeg ik ineens pijn in mijn schouder en nu heb ik moeite mijn rechterarm op te heffen. Dat is lastig, want ik ben uitgesproken rechtshandig. Ik was net blij dat ik dankzij de fysiotherapie nog maar vrij spaarzaam pijnstillers nodig heb voor mijn rug en nu zit ik er weer aan vanwege die schouder. Ik heb wat oefeningen mee gekregen van de fysiotherapeut om er beweging in te houden en derhalve goede hoop binnenkort weer van de pijn af te zijn. Tot zover het medisch bulletin.

Woensdag was ik bij de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Dordrecht. Niet op het stadhuis, maar in Art & Dining het restaurant van het Dordrechts Museum. Mooie omgeving met zicht op de prachtige museumtuin met zijn indrukwekkende platanen, paardenkastanjes en beuken. Het was druk, ik heb veel handen geschud, waaronder die van de nieuwe wethouder van cultuur en uiteraard die van onze burgemeester en zijn partner. Ik denk dat we het getroffen hebben met burgemeester Mol, een aardige, toegankelijke man, die ook uitstraalt dat hij zich de kaas niet van het brood laat eten. Dat hebben wij Dordtenaren nodig.

Donderdagavond had ik alweer een nieuwjaarsborrel, bij de vereniging Oud-Dordrecht. Daar presenteerde Kees Thies de jaarlijkse historische quiz, waaraan wij deelnamen met een gemengd team bestaande uit de aanwezige stadsgidsen, de voorzitter van Oud-Dordrecht en iemand die net lid is geworden. We werden derde. Niet slecht als je bedenkt dat er tien teams deelnamen.

Voor het komende jaar is het even klaar met de nieuwjaarsborrels, waarmee we de eerste helft van de doorgaans saaie wintermaand januari toch weer vrolijk zijn doorgekomen en er is nog een lichtpuntje: aanstaande donderdag, de 22e, vindt in Visser (voor wie hier nieuw is: Groenmarkt 9 in Dordrecht) het uitgestelde kroegcollege van Marian Vermeeren plaats over de geschiedenis van de fotografie. Het begint om acht uur en het is nog gratis ook.

Ga naar de bovenkant