Het Oog

Ik luister naar de jubileumuitzending van Met het oog op morgen. Het programma bestaat vijftig jaar. Ik denk aan de keren dat ik er te gast was om het een en ander te vertellen over de toestand in Griekenland of op Cyprus. Ik heb er een aardig klokje aan overgehouden, dat op de schoorsteenmantel in mijn werkkamer staat, en een CD met muziek uit de uitzendingen.

Bijdragen aan het programma was altijd een genoegen. Je werd gastvrij ontvangen en soms ontmoette je interessante medegasten. Ik herinner me bijvoorbeeld Hedy d’ Ancona en wijlen Aad Veldhoen. Ik ontmoette er een paar keer een professor in de economie van Nyenrode, waarvan ik de naam ben vergeten. Dat ligt niet aan die econoom, ik ben gewoon slecht in namen. Ik zei weleens tegen mijn leerlingen: ‘Hadden jullie maar een nummer, dan wist ik wie wie was’.

Een van de presentatoren die grote indruk op me maakte was John Jansen van Galen. Een expert op het gebied van de geschiedenis van Suriname, al kwam ik om iets uit te leggen over Griekenland. Journalisten hebben de neiging om te vragen naar de toekomst, maar historici dienen daarover uiterst terughoudend te zijn. Het heden duiden is al ingewikkeld genoeg. Zo’n vraag over de toekomst werd me in Het Oog nooit gesteld.

John Jansen van Galen sloot zijn presentatie altijd af met een gedicht. Op een avond las hij tot mijn verbazing een gedicht uit mijn bundel In dit laagland. Afsluiten met een gedicht wordt niet meer gedaan. Desalniettemin luister ik nog altijd met genoegen naar Het Oog. Ik hoop dat het programma mij ruimschoots gaat overleven.