radio

Zestig

Hoorde ik Ronald Giphart zojuist bij het begin van De Taalstaat nu zeggen dat Kees Buddingh’ zijn voornaam met een C is? Ik hoorde het niet goed omdat de afzuigkap aanstond, anders gaat tijdens het bakken van mijn eieren met spek de rookmelder loeien, dus wellicht vergis ik me. Ik hoop het maar, want anders zou het een kleine blamage zijn. Zoals de naam Cees op Buddingh’s grafsteen geen kleine blamage is, maar een wonderlijk negeren van des schrijvers wensen, zoals iedereen weet die de dagboeken van Buddingh’ heeft gelezen.

Ik was drieëntwintig toen ik als onderwijzer begon op de Openbare Lagere School nummer drie in de Hoogstraat in Hendrik-Ido-Ambacht. Ik had daar de derde klas. Kindertjes van rond de negen, die nu rond de zestig zijn. Een van hen, Astrid, schreef daar gisteren iets over op Facebook. Zestig, evenals Ronald Giphart. Toen ik kwekeling (toch een veel mooier woord dan stagiair) was op School Vest in Dordrecht, dezelfde waarvan ik aan het eind van de tweede wegens wangedrag werd verwijderd, liep daar ook de kleine Ronald Giphart rond, maar dit terzijde.

De Taalstaat is een van mijn favoriete radioprogramma’s, evenals OVT en Met het oog op morgen. Op zaterdag- en zondagmorgen moeten ze me niet bellen tussen respectievelijk elf en een en tien en twaalf, dan neem ik eenvoudig niet op. Ik ben veel meer een radiomens dan een televisiemens. Voordeel van de radio is dat je er al luisterend iets bij kunt doen. Een gedicht schrijven of zoals nu, heel toepasselijk tijdens De Taalstaat, het corrigeren van een drukproef.

Door |2026-02-14T11:03:18+00:0014 februari, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Het Oog

Ik luister naar de jubileumuitzending van Met het oog op morgen. Het programma bestaat vijftig jaar. Ik denk aan de keren dat ik er te gast was om het een en ander te vertellen over de toestand in Griekenland of op Cyprus. Ik heb er een aardig klokje aan overgehouden, dat op de schoorsteenmantel in mijn werkkamer staat, en een CD met muziek uit de uitzendingen.

Bijdragen aan het programma was altijd een genoegen. Je werd gastvrij ontvangen en soms ontmoette je interessante medegasten. Ik herinner me bijvoorbeeld Hedy d’ Ancona en wijlen Aad Veldhoen. Ik ontmoette er een paar keer een professor in de economie van Nyenrode, waarvan ik de naam ben vergeten. Dat ligt niet aan die econoom, ik ben gewoon slecht in namen. Ik zei weleens tegen mijn leerlingen: ‘Hadden jullie maar een nummer, dan wist ik wie wie was’.

Een van de presentatoren die grote indruk op me maakte was John Jansen van Galen. Een expert op het gebied van de geschiedenis van Suriname, al kwam ik om iets uit te leggen over Griekenland. Journalisten hebben de neiging om te vragen naar de toekomst, maar historici dienen daarover uiterst terughoudend te zijn. Het heden duiden is al ingewikkeld genoeg. Zo’n vraag over de toekomst werd me in Het Oog nooit gesteld.

John Jansen van Galen sloot zijn presentatie altijd af met een gedicht. Op een avond las hij tot mijn verbazing een gedicht uit mijn bundel In dit laagland. Afsluiten met een gedicht wordt niet meer gedaan. Desalniettemin luister ik nog altijd met genoegen naar Het Oog. Ik hoop dat het programma mij ruimschoots gaat overleven.

Door |2026-01-04T21:58:57+00:004 januari, 2026|Tags: , , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant