Ik ben niet zo van het centen tellen en zelden te beroerd om een fooi te geven, maar vanavond heb ik voor de aardigheid eens gekeken hoeveel ik deze maand, die nog niet eens helemaal voorbij is, in mijn stamkroeg heb uitgegeven: zeshonderdachtentwintig euro. Daar moet ik toch eens even bij stilstaan. Ik weet het, ik ben wel van ‘gezelligheid kent geen tijd’, maar daarbij vergeet je weleens dat er ook een prijskaartje aan hangt. Nu is dat geld niet alleen opgegaan aan drank, we nuttigen ook iedere week een lekkere stamppot ter plekke en anderhalve week geleden hadden we een heerlijke en dolgezellige Franse maaltijd, maar toch heb ik een beetje het gevoel dat ik niet echt in de wieg ben gelegd voor minister van financiën.

Ik heb de calculator maar snel weggelegd en de laatste pagina’s van de drukproef van Verscholen in het groen doorgenomen. Er moest nog een probleempje worden opgelost: de oneven paginanummers stonden een regel hoger dan de even. Dat bleek een zaak van een verkeerd vinkje te zijn, maar het duurt even voor je, als halve digibeet, zoiets door hebt.

Er komt voor de zekerheid nog een tweede drukproef om door te nemen, maar daarna is het basta. Uiteraard zal er ergens wel een typefoutje in de tekst overblijven, maar daar haal ik dan mijn schouders over op. In het eerste deel van mijn serie literaire dagboeken, verschenen onder de titel En vooral: de gordijnen dicht, komen ergens oplaatbare batterijen voor. Het heeft jaren geduurd voordat iemand opviel dat het oplaadbare moest zijn en toen ik er door die lezer over werd beknord, moest ik eerlijk gezegd hartelijk lachen.

Vanmorgen luisterde ik op Radio1 uiteraard naar Onvoltooid Verleden Tijd terwijl de regen op de lichtluiken kletterde. Ik moest even denken aan de gitaarlessen die ik halverwege de jaren zestig kreeg. Dat ging met liedjes als Ritme van de regen en Brandend zand. Die gitaar heb ik nog steeds, al heb ik hem in geen veertig jaar meer aangeraakt. Toen ik vanmiddag het huis verliet om in de stamkroeg mijn zuurverdiende centen te gaan uitgeven, was het ritme van de regen gelukkig verstomd, alleen die ellendige, harde wind vertikte het om te gaan liggen.