Het was fijn om na bijna elf jaar het huis terug te zien dat Stella in Thessaloniki had toen ik haar leerde kennen. Het komt regelmatig voor in mijn literair-dagboek deel IX (Verscholen in het groen) dat dit voorjaar uitkwam. Na haar overlijden erfde haar jongste broer het, zo had ze bepaald, met als doel dat later zijn enige dochter, toen zes jaar, het zou erven. Ik kreeg het levenslang vruchtgebruik. In 2015 deed ik, om allerlei redenen die er nu even niet toedoen, afstand van dat vruchtgebruik. Het scheelde een hoop verantwoordelijkheid en gedoe met de belasting, de verzekering en het elektriekbedrijf. Inmiddels woont nichtje M., bezig aan haar doctoraal als landbouwkundig ingenieur, er alweer een tijdje. Gisteren ging ik voor het eerst op bezoek.
Het voelde heel vertrouwd om de taxichauffeur het adres op te geven. Dat vergt altijd enige uitleg, want het appartementengebouw is gelegen aan een kort, vrijwel onbekend straatje in de wijk Ano Toumba, om de hoek bij het Paok-stadion. Het had net even geregend, waardoor de marmeren trap naar de toegangsdeur zoals gewoonlijk gevaarlijk glad was en de post lag evenals vroeger in de plantenbak, waar al vele jaren geen plant meer in heeft gestaan, te wachten om te worden opgehaald.
Binnen was het een en ander veranderd, uiteraard. Zo was het ligbad vervangen door een comfortabele inloopdouche, kwamen we binnen door een nieuwe, inbraakbestendige (naar men zegt) voordeur en was er hier en daar een fris verfje aangebracht, maar Stella’s schrijfbureautje annex boekenkast, waaraan ik vele uren heb zitten werken, staat nog altijd op zijn vaste plek. Dat ontroerde me een beetje. Ik was verbaasd te horen dat de verwarmingsketel die we vierentwintig jaar geleden hebben laten installeren, het nog steeds doet. Misschien omdat hij op het voorbalkon hangt en daar geniet van frisse lucht.
Later op de avond nam ik nichtje M. en haar vriend, ook landbouwkundige, mee uit eten in restaurant Anemomilos. Ook heel vertrouwd, want dat was pas geopend toen ik Stella leerde kennen en sindsdien hebben we er vaak gegeten. Ik vertelde de jongelui over die tijd, niet zonder af en toe een vleugje nostalgie, maar dat zal wel aan die extra fles wijn van de zalige xinomavro-druif hebben gelegen.