Eergisteren weer eens een ‘praatje’ op mijn Youtube-kanaal gezet. Altijd leuk om te doen, als ik tenminste voldoende tijd heb om te monteren en foto’s erbij te zoeken. Het inspreken doe ik spontaan uit het hoofd, maar wel nadat ik van tevoren heb bedacht waarover ik het ongeveer ga hebben. Meestal dwaal ik af van de grote lijn en bewandel ik allerlei zijstraten en -stegen. Ook nu weer. Ineens kwam de politiek om de hoek kijken, terwijl ik het liever over literatuur heb. Wat ik in ieder geval heb vermeden is het terugblikken op het afgelopen jaar. Dat doe ik als historicus wel over een jaar of vijfentwintig, wanneer de waan van de dag eraf is. Als ik tenminste tijd van leven heb.

Over vijfentwintig jaar word ik bijna honderd, nu ja, als ik dat haal, want ik houd stiekem nogal van het goede leven en hoewel ik merk dat ik wat onzekerder word op de fiets ga ik toch echt niet met een helm rijden. Een heer bedekt zich met een hoed of een pet, zeker nu de temperaturen rond het vriespunt zijn. Mijn hoeden heb ik allemaal gekocht bij mevrouw Bonelli in de Agia Sofiastraat in Thessaloniki, op een na. Die komt van meneer Tegelaar uit de Lombardstraat. Dat was een man die in mijn herinnering altijd somber keek, alsof hij in zijn eentje voor de hele erfzonde moest opdraaien, maar uitstekende spullen verkocht hij wel.

Gisteren door de kou naar Ruud gefietst om pom te eten. Hij is een uitstekende kok met veel verstand van wijnen. Het werd een Bourgondische avond in het goede gezelschap van vrienden. Ruud woont op de Varkenmarkt. Daar stond voor de ramp uit de jaren zestig, die stadssanering heet, de synagoge. Op de Varkenmarkt! Nu staat er een drollig mannetje dat graaf Dirk IV moet voorstellen. De vorige keer dat ik bij Ruud was deed ik een vergeefse poging hem van zijn sokkel te fietsen. Nu kwam ik zonder brokken thuis. Winterkou werkt nogal ontnuchterend.