
De afgelopen dagen heb ik gewerkt aan de opmaak van het boek. Een tijdrovend karwei, zeker voor mij. Ik heb geen typografische achtergrond en ben de handigste niet op de computer. Dat bleek toen ik de tekst naar de drukker wilde sturen. Ik was vergeten dat ik die moest opladen of inladen (hoe noem je zoiets zonder het obligate Engels te gebruiken?) in een door de drukker geleverd sjabloon. Dat betekende dat ik al het werk nog een keer mocht overdoen. Nooit veroordeeld en toch een taakstraf, zeg maar.
Ik ben halverwege de klus, want er is meer te doen onder de wolken dan het opmaken van een boek. In de komende dagen maak ik hem af. Als Jacob Recourt gereed is met het omslagontwerp gaat de boel naar de drukker voor een proef, die uiteraard nauwgezet bekeken en gecorrigeerd moet worden, want altijd blijft er ergens wel een foutje zitten, waar je als auteur van een tekst gemakkelijk overheen leest.
Wanneer het boek precies uitkomt weet ik nog niet. Wel dat de presentatie kort voor of na de zomer zal zijn. We wachten af. Ondertussen kijk ik nu en dan een beetje weemoedig naar de foto van de olijvenplukster. Ik mis haar. Al zeventien jaar en dat wordt door geen boek, hoe boeiend ook, goed gemaakt.