Dit weekeinde was weer het tweejaarlijkse stoomfestival in Dordrecht. Ik vond het, ondanks het kwakkelweer, zoals altijd een geweldig evenement. Ik zit er letterlijk bovenop, want de stoomtrein die van station Dordrecht CS naar Baanhoek rijdt en vice versa, komt vlak langs mijn huis.

De locomotieven van de Dordtse stoomtrein zijn overigens niet in Engeland, maar in Duitsland gebouwd. Dat vernam ik van mijn collega Guus de Landtsheer, een expert op het gebied van treinen. Als je de machines goed onderhoudt, zijn ze bijna onverslijtbaar. Ik moet daar weleens aan denken als ik voor de zoveelste keer vertraging op het spoor heb wegens een kapotte trein die in de weg staat. Misschien moeten we gewoon weer terug naar de stoomtractie. Ik ben onmiddellijk voor. Ook omdat mijn Rotterdamse opa machinist was op een stoomlocomotief. Toen de NS in 1958 de laatste stoomlocomotief de deur uitdeed, nu ja, niet helemaal, de 3737 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht, was opa al een aantal jaren met pensioen, maar hij kwam vaak naar ons in Dordrecht (hij had als oud-machinist altijd vrij reizen eerste klas) met zijn prachtige verhalen over het spoor.
Ook de vlootschouw was weer indrukwekkend, ondanks de regen. ‘Het is maar water,’ zou mijn goede vriend Gerard zeggen, maar ik ben toch maar sneller dan anders een plekje in Costa d’Oro gaan zoeken. Gelukkig was het zaterdag en zondag gedeeltelijk droog, zodat ik zonder nat pak die prachtige schepen (ik kan er ook niets aan doen, maar mijn Dordtse opa was zeeman, ook altijd met geweldige verhalen) kon bewonderen en al die andere stoommachines die de Industriële Revolutie, de basis van onze moderne maatschappij, mogelijk maakten. Veel van de antieke bussen waren trouwens ook een feest der herkenning. Even terug naar vroeger tijden. Daar word ik als historicus gelukkig van.