familie

Bajesklanten

Dit jaar hielden we onze familiedag in Veenhuizen. Omdat je met het openbaar vervoer vanuit Dordrecht eerder in Parijs bent dan in de voormalige Koloniën van Weldadigheid, heb ik er maar een weekeinde van gemaakt. Vrijdag heen, zondag terug. Ik zag eerlijk gezegd een beetje op tegen de reis, maar ik heb het me wel lekker makkelijk gemaakt door me vanaf station Assen met een taxi te laten vervoeren.

Je kunt in Veenhuizen comfortabel logeren in het voormalige ziekenhuis. Dat heet Bitter & Zoet, een naam die doet denken aan een apotheek. Ik had een kamer met uitzicht op de grazige, Drentse weiden. Die oogden wat somber door het bewolkte weer, al was de temperatuur voor september nog heel billijk.

Op de Dag zelve scheen nu en dan de zon. Hoewel ik er jaren geleden al eens was geweest en toen een rondleiding kreeg van een gepensioneerd directeur van de gevangenissen aldaar, was het interessant, hoewel tamelijk deprimerend, om de vroegere strafgevangenis, de Rode Pannen te bezoeken. We hadden een gids met aangename, onderkoelde humor. Uiteraard lieten we ons rondrijden in de boevenbus. Omdat het Open Monumentenweekend was, werden we bij het gevangenismuseum verwelkomd door de politiekapel, iets dat de in Veenhuizen verblijvende boeven niet vaak zal overkomen.

Aan het einde van de dag bezochten we brouwerij Maallust, dat is weer eens iets anders dan Visser. Mijn Mooie Madam, een dubbel, werd helaas veel te koud geserveerd. Ik neem het de brouwers niet kwalijk, maar Nederlanders leren het nooit dat je zo’n mooi donker bier niet ijskoud moet serveren. Dat gaat ten koste van de smaak, tenzij je je glas een kwartiertje in de zon laat staan, wat nu ook weer niet de bedoeling was.

Het diner genoten we in Bitter & Zoet, waarna ik, na de afsluitende whisky, slechts de trap op hoefde naar mijn bed. ’s Middags had ik nog even gedacht aan een avondwandelingetje, maar met die wolven tegenwoordig en met het oog op de lange terugreis, heb ik dat idee maar snel laten schieten.

Door |2026-09-14T10:46:18+00:0014 september, 2026|Tags: , |0 Reacties

Negorij

Het was een mooi en ontroerend afscheid van nicht Magda in de aula van crematorium ’t Lief in Beesd. Een bijzonder crematorium in de natuur, heel anders van sfeer dan de Essenhof, waar ik al te vaak in mijn leven ben geweest. Ik moest met de trein van Dordrecht naar Beesd, dat ligt aan de Merwede-Lingelijn. Een trein waarin je wel je fiets kunt meenemen, maar waar toiletten ontbreken. Ik mistte hem op de terugreis bijna, maar de machinist zag me aankomen en wachtte even, wat ik heel aardig vond. Als je uitstapt op station Beesd is de eerste gedachte ‘in wat voor negerij ben ik terechtgekomen?’ Een perron in de leegte, met een paar honderd meter verder een tankstation, een autodealer en een soort aannemer, te oordelen aan de troep op het erf. De weg naar het crematorium is geheel boom- en dus schaduwloos, wat een wandeling op een snikhete dag als gisteren niet echt tot een genoegen maakt.

Na de ceremonie werd een lunch aangeboden in restaurant De Stapelbakker, gelegen in de Heerlijkheid Mariënwaerd. Een soort reünie, al was de aanleiding verdrietig. Ik at een pannenkoek met kaas en sambal, een bijzondere combinatie die me goed beviel. Bij heet weer hoort heet eten, de rijsttafel is niet voor niets in Nederlands-Indië ontstaan.

Ik werd na afloop afgezet bij het ‘station’, wat me een wandeling door de hitte bespaarde. Terug in Dordrecht verviel ik al snel in de routine van alle dag. Naar de verswinkel voor het avondeten en daarna op de fiets om verslag te doen op het terras van Visser. Op de terugweg daarvan reed ik langs pizzeria Olivia in de Vriesestraat, honderdvijftig meter vanwaar ooit mijn geboortehuis stond. Ze hadden nog een tafel vrij op het terras. De salade van de verswinkel zal vanavond ook nog wel vers zijn.

Door |2026-05-27T12:57:05+00:0027 mei, 2026|Tags: , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant