reünie

Negorij

Het was een mooi en ontroerend afscheid van nicht Magda in de aula van crematorium ’t Lief in Beesd. Een bijzonder crematorium in de natuur, heel anders van sfeer dan de Essenhof, waar ik al te vaak in mijn leven ben geweest. Ik moest met de trein van Dordrecht naar Beesd, dat ligt aan de Merwede-Lingelijn. Een trein waarin je wel je fiets kunt meenemen, maar waar toiletten ontbreken. Ik mistte hem op de terugreis bijna, maar de machinist zag me aankomen en wachtte even, wat ik heel aardig vond. Als je uitstapt op station Beesd is de eerste gedachte ‘in wat voor negerij ben ik terechtgekomen?’ Een perron in de leegte, met een paar honderd meter verder een tankstation, een autodealer en een soort aannemer, te oordelen aan de troep op het erf. De weg naar het crematorium is geheel boom- en dus schaduwloos, wat een wandeling op een snikhete dag als gisteren niet echt tot een genoegen maakt.

Na de ceremonie werd een lunch aangeboden in restaurant De Stapelbakker, gelegen in de Heerlijkheid Mariënwaerd. Een soort reünie, al was de aanleiding verdrietig. Ik at een pannenkoek met kaas en sambal, een bijzondere combinatie die me goed beviel. Bij heet weer hoort heet eten, de rijsttafel is niet voor niets in Nederlands-Indië ontstaan.

Ik werd na afloop afgezet bij het ‘station’, wat me een wandeling door de hitte bespaarde. Terug in Dordrecht verviel ik al snel in de routine van alle dag. Naar de verswinkel voor het avondeten en daarna op de fiets om verslag te doen op het terras van Visser. Op de terugweg daarvan reed ik langs pizzeria Olivia in de Vriesestraat, honderdvijftig meter vanwaar ooit mijn geboortehuis stond. Ze hadden nog een tafel vrij op het terras. De salade van de verswinkel zal vanavond ook nog wel vers zijn.

Door |2026-05-27T12:57:05+00:0027 mei, 2026|Tags: , |0 Reacties

Geweldig geslaagd!

VWO6-geschiedenis 2008

Gisteren was ik bij de reünie van het Stedelijk Dalton Lyceum, locatie Overkampweg in Dordrecht, de plek waar ik de laatste elf jaren van mijn onderwijsloopbaan doorbracht. Het was een heel geslaagde en drukbezochte bijeenkomst. Heel veel oud-leerlingen en ook de nodige oud-collega’s. Ik kan de gesprekken die ik voerde niet tellen, maar wat was het fijn om zoveel oud-leerlingen te spreken en te horen hoe hun levens na het VWO zijn verlopen. Verrassend was het aantal meisjes dat huisarts is geworden, aanzienlijk meer oud-leerlingen dan ik me herinnerde zijn ook geschiedenis gaan studeren. Dat vervult je als oud-leraar geschiedenis altijd met een beetje bescheiden trots.

In een uitpuilend lokaal 201, mijn vroegere lokaal, gaf ik een minilesje over een aantal broodje aap-verhalen uit de geschiedenis van Dordrecht, wat erg leuk was om te doen. Zoals iedere schoolmeester vroeger had ik een krijtje op zak, maar een bord daarvoor ontbrak. Het is tegenwoordig allemaal ‘smartborden’ en elektronica wat de klok slaat, maar gelukkig hing er ook een bord waarop ik met een stift kon schrijven. Ik was het bordschrijven na zoveel jaren nog niet verleerd. We hebben veel gelachen en even ging de gedachte door me heen dat ik misschien maar weer moet gaan lesgeven. Hoewel, de bureaucratische rambam om het lesgeven heen en het dan weer moeten vergaderen, banden die gedachte snel weer uit.

De sfeer was uitstekend, evenals de organisatie (petje af!), en gelukkig waren alle reünisten boven de achttien dus werden er bier en een wijntje geschonken. Hoewel niet erg bevordelijk voor mijn rug was het geweldig erbij te zijn. Eenmaal thuis lag ik wel om tien uur al in bed. Tja, we houden het maar op de lichtgevorderde leeftijd.

Door |2025-11-02T12:37:54+00:002 november, 2025|Tags: , |0 Reacties
Ga naar de bovenkant