Magere tijden

Na een mooi weekend met twee feestjes is het nog steeds een heerlijke nazomer. Van mij mag het zo blijven, al is het wat de klimaatcrisis betreft een ernstig teken aan de wand. Ik heb nu eenmaal een hekel aan de winter met die onmogelijk donkere dagen rond kerst en die vreselijke maanden januari en februari die, ik heb het al eens eerder geschreven, in feite één lange maandag zijn. Maandag, de doodste dag van de week, vooral in Dordrecht, waar meer dan de helft van de horeca dan gesloten is.

Jaren geleden wilde ik eind november, begin december nog weleens een paar dagen naar Lissabon gaan, om de winter even te ontlopen en toen Stella nog leefde, brachten we de feestdagen in december meestal door in Thessaloniki, hoewel het in noord-Griekenland ook behoorlijk fris kan zijn. Je hebt er in ieder geval meer zon. De herfst met zijn melancholische kleuren vind ik daarentegen mooi. Niets beters dan ergens in een bosrijke omgeving op een verstilde, mistige herfstdag terug te denken aan wat voorgoed voorbij is. Ik word er bijna poëtisch van.

Wat de poëzie betreft beleef ik magere tijden, maar deel tien van mijn literair dagboek vordert. Met horten en stoten, dat wel, maar het groeit gestaag. Ondertussen maak ik plannen om een aantal van mijn miniaturen, ‘zeer korte verhalen’ zou A.L. Snijders zeggen, te bundelen. Het zijn nog maar plannen, maar het is goed om met het oog op de wintermaanden iets spannends in het vooruitzicht te hebben.