Thessaloniki

Arbeiden!

Over de terugreis van Athene naar Dordrecht heb ik niets te klagen. Ondanks een e-mail van de KLM dat het vliegtuig tien minuten vertraging had, kwamen we keurig op tijd aan op Schiphol. Ook de taxi’s naar en van de vliegvelden waren op tijd, met aardige, hulpvaardige chauffeurs. Het heeft wat gekost, maar zo kon ik moeiteloos de werkzaamheden aan het spoor omzeilen. Jaren te weinig in het spoor investeren betekent nu jarenlang in de ellende en de rotzooi moeten zitten om het allemaal weer goed te maken.

We vlogen vanuit Athene in noordelijke richting en passeerden daarbij Thessaloniki. Even voelde ik spijt dat ik daar niet wat langer ben gebleven, maar dat kwam dit keer niet uit. Morgen voor een paar dingetjes, niet ernstig, maar wel noodzakelijk, een gang door de medische wereld en zondag – en daar zie ik naar uit – de presentatie van Verscholen in het groen. Om 16.00u in Visser in Dordrecht, noteer het even.

Inmiddels is het bevrijdingsdag. Je kunt de radio of televisie niet aanzetten of de krant opslaan of je wordt met je neus op het belang van het vieren van de vrijheid gedrukt. Terecht, maar op bevrijdingsdag heb je maar een keer in de vijf jaar een vrije dag. Ik vind dat een beetje hypocriet van de overheid, maar wat wil je in een land dat met nationale feestdagen zo gierig is als het onze? 1 Mei vrij, zoals overal in Europa? Vergeet het maar. Op de Dag van de Arbeid zal de arbeider arbeiden!

Gisteren heb ik de Dordtse draad weer opgepakt en ben ik een pizza gaan eten bij Costa d’Oro. Om acht uur werd ook daar twee minuten stilte gehouden, een ernstig moment waar iedere gast zich gelukkig aan hield. In voorgaande jaren ging ik wel naar de herdenking op het Sumatraplein, maar sinds er een kans is dat ook plaatselijke volksvertegenwoordigers met het gedachtengoed van Wilders of Baudet aanwezig zijn, heb ik daar moeite mee.

Door |2026-05-05T11:07:48+00:005 mei, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Getreiter en gezeik

Hopelijk ben ik weer voor een tijdje van het gezeur met mijn Griekse bank af. Vanmorgen heeft een vriendelijke, ietwat verlegen jongeman in het kantoor in Ano Toumba mijn ID-kaart langdurig bekeken, alsof het een zeldzame diamant was, en daarna wat gegoocheld met een computer. Ik moest vijf handtekeningen zetten en toen was alles blijkbaar in orde. Niet voor lang, vrees ik, want volgend jaar verloopt de geldigheid van mijn ID en krijg ik er eentje met een ander nummer. Dan maak ik maar weer een afspraak.

Zoals ik al eerder schreef is Ano Toumba een aangename wijk om te vertoeven, wat ik dan ook heb gedaan. Heerlijk koffie gedronken in het aangename café Idea in de Perevou en daarna nog even bij familie langsgelopen voor een smakelijke tiropita. Het was vanmorgen even lastig om een taxi te vinden in Ano Poli. Als er eens eentje voorbij kwam was hij bezet en reed hij door. Uiteindelijk zelf maar een taxi gebeld. Die was er binnen vier minuten en wat kan mij dat kleine bedragje extra voor de service schelen? Naar verluidt hebben ze in het hiernamaals, zo dat zou bestaan, alleen Il Banco di Santo Spirito en die vertrouw ik voor geen cent, dus voor mijn definitieve vertrek mag er best nog het een en ander worden uitgegeven.

Vrienden uit Thessaloniki willen eind mei een weekend naar Dordrecht komen, dus na een gezellig etentje in Konaki met een zwager en een nichtje heb ik bijna twee uur zitten zoeken naar logies. Niets, helemaal niets, op een paar hotels buiten het centrum na, waarvan ik hen uiteindelijk de goedkoopste heb aangeraden. Al die tijd verbaasde ik me dat er van alles was volgeboekt, ik kon het zo gek niet bedenken, tot ik me realiseerde dat dan het stoomfestival plaatsvindt. Ik had beter moeten weten, al is het natuurlijk ondanks dat slecht gesteld met het aantal hotelkamers ter stede en tien jaar getreiter en gezeik rond het Vrieseplein heeft de situatie er niet echt beter op gemaakt. Dordrecht mag dan de oudste stad van Holland zijn, het is nog maar de vraag of het ook de meest gastvrije is.

Door |2026-04-27T13:07:45+00:0027 april, 2026|Tags: , , , |0 Reacties

Dubbel verlies

Gisteren geluncht bij vrienden in Ano Toumba, onze vroegere buurt. Een voortreffelijke vismaaltijd. Ik heb nog altijd een gevoel van thuiskomen als ik in Ano Toumba ben, ook al is het markante meisjesweeshuis afgebroken en op die plaats een gezellig pleintje aangelegd. De bushalte daar heet nog steeds ‘Weeshuis’, om ons te herinneren aan wat er ooit was. Ik ga er morgen weer heen, voor mijn afspraak met de bank en een bezoek aan de kantoorboekhandel in de Tsiapanou, waar ik al vele jaren vulpotloden en ander schrijfgerei koop. In Dordrecht is in het hele centrum geen kantoorboekhandel meer te vinden, hier zijn ze er gelukkig nog volop.

Na de lunch moest ik zorgen op tijd te vertrekken want ’s avonds werd de bekerfinale tussen Paok en Ofi Kreta gespeeld. Dan heerst er een vrolijke chaos rond het Paok-stadion dat op vijf minuten lopen van ons vroegere appartement ligt, waardoor bussen en taxi’s niet of nauwelijks meer rijden. We konden in die tijd de wedstrijden zo’n beetje vanaf ons balkon volgen.

We volgden hem deze keer in gezelschap van de eigenaar en vrienden in Konaki. Tot verdriet van de aanwezigen verloor Paok in de verlenging met 2-3. Ofi Kreta werd jarenlang getraind door de Nederlander Gène Gerards. Omdat we het verlies even moesten verwerken onder het genot van wijn en fèta werd het laat. Voor mij was het eigenlijk een dubbel verlies, want FC Dordrecht ging vrijdag tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen de teil in tegen Willem II, een club waarvan je als Schapenkop nooit wil verliezen. Ik vertelde dat ik ooit de Nederlandse trainer van Iraklis, Thijs Libregts, in het Kaftanzoglio-stadion heb geïnterviewd voor het tijdschrift Lychnari. Mijn zwager Menelaos was destijds atletiektrainer in dat stadion, waar Iraklis zijn thuiswedstrijden speelt, en Libregts zijn dochter een collega docent op mijn school. Twee ingangen! Het werd een prima interview, maar dit alles terzijde. Gelukkig is het vandaag zondag. Een onontbeerlijke rustdag met volop tijd om me weer in de wonderlijke wereld van J.J. Voskuil te verdiepen.

Door |2026-04-26T13:28:18+00:0026 april, 2026|Tags: , , , |0 Reacties

Hark

Gelukkig heeft het alleen woensdag de hele dag geregend. Nu schijnt de zon weer dagelijks, al mogen de temperaturen wat mij betreft wel wat omhoog. Vanmorgen voor het stortbad nog even de airco laten loeien, want ik zit niet in Griekenland om kou te lijden. Dan had ik wel een vlucht naar IJsland geboekt.

Na het ontbijt zat ik op mijn gemak de kranten te lezen (een van de zegeningen van het internet) toen ik me plotseling realiseerde dat ik alleen vandaag nog gelegenheid had om op de Kapani oregano te kopen, die je daar goedkoop en van goede kwaliteit kunt krijgen. Ik heb vrienden in Dordrecht beloofd een voorraadje mee te nemen. Trouw en het AD dus maar gelaten voor wat ze waren en geprobeerd een taxi te nemen. Het duurde lang voor er eentje stopte en die chauffeur nam me niet mee, want hij moest iemand oppikken in Faliro. Ik ben uiteindelijk te voet gegaan, twintig minuten de helling af, ondanks de pijn in mijn kuiten van al dat lopen over geaccidenteerd terrein.

Onderweg dacht ik na over het verschil in kwaliteit tussen Trouw en het AD. Die laatste krant lees ik eigenlijk alleen voor het Dordtse nieuws. Het landelijke nieuws gaat me te veel richting de Telegraaf. Ooit las ik het NRC-Handelsblad, maar toen heer Bommel van de achterpagina verdween ben ik uit protest overgegaan op Trouw. Goede onderzoeksjournalistiek, interessante weekendbijlage en iets te veel aandacht voor religie en spiritualiteit. Dat sla ik dus over. Iemand vroeg mee eens waarom ik de Volkskrant niet las, waar tenslotte een naamgenoot de scepter zwaait, maar daar heerst me toch net iets te veel dweepzucht.

Voor ik de Egnatia overstak richting Kapani ben ik even op een bankje gaan rusten in de buurt van het standbeeld van Eleftherios Venizelos (1864-1936) misschien wel de belangrijkste staatsman uit de Griekse geschiedenis. Mooi is het beeld niet, Venizelos staat er bij als een hark die zich geen houding weet te geven. Vaak is het beeld het beginpunt van een πορία (een demonstratie) als er weer eens een van de endemische stakingen plaatsvindt, die Griekenland teisteren. Meestal lopen daarbij aanhangers van PAME, de enige Stalinistische vakbond van Europa, voorop. Vandaag kwamen er alleen wat knappe studentes langs. Ik ben maar niet te lang blijven zitten. Voor je het weet word je, leunend op je wandelstok, uitgemaakt voor oude viezerik.

Door |2026-04-24T14:40:42+00:0024 april, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Heldenverering en mythologie

Vanmorgen koffie bij Baraka met D., hoogleraar aan de pedagogische faculteit en redacteur van Stella’s vertaling van mijn geschiedenis van Cyprus. In de ochtend komen er vaker professoren bij Baraka, voornamelijk gepensioneerde. Er zat ook een dameskransje dat een geweldig lawaai voortbracht. Allemaal doof, vermoed ik. Zelf hoor ik ook zo scherp niet meer, al wijst iedere gehoortest tot nu uit dat nog ik voldoende hoor voor de verzekering om geen apparaten te vergoeden.

Ik dacht na het betalen van de belastingaanslag een onbezorgde tijd door te kunnen brengen, maar nee, de bank stuurt me dringende berichten dat ik allerlei papieren moet opsturen of inleveren, anders kan ik straks mijn rekening niet meer gebruiken. Die papieren heb ik al talloze malen moeten insturen. Er schijnt nu ook iets mis te zijn met het nummer van mijn ID. Vroeger liep ik dan even binnen bij het kantoor in Ano Toumba, waar ik ook regelmatig geld kwam halen. Daar zaten twee caissières met wie ik in de loop van de tijd een goede band opbouwde. Ik bracht zelfs op hun verzoek nu en dan tulpenbollen mee uit Nederland. Die dames zijn ontslagen en binnenlopen kun je niet meer als je iets te vragen hebt. Je moet een afspraak maken. Vanuit Nederland had ik dat geprobeerd, maar er waren geen data beschikbaar. Nu, drie weken later, kon ik ineens ruim kiezen. Binnenkort dus de confrontatie.

Met D. gesproken over zijn laatste boek en het genoegen dat hij beleeft aan de literatuur. Van enkele bevriende schrijvers heeft hij boeken geredigeerd, helaas liefdewerk oud-papier, maar wel degelijk liefdewerk. Ik herinnerde me de presentatie van Stella’s vertaling van Afrodite en Europa. D. was een van de sprekers en nam het voor me op toen ik het hevig aan de stok kreeg met een andere hoogleraar die beweerde dat ik het Ottomaanse Rijk niet ‘de zieke man van Europa’ mocht noemen. Het moest ‘de zieke man’ zijn, want Turken waren geen Europeanen. Voor hij benoemd werd tot professor in de geschiedenis werkte hij bij het Museum van de Macedonische Strijd, een nationalistische instelling vol negentiende-eeuwse heldenverering en aanklevende mythologie. Samen dienden we de man stevig van repliek, waarna ik hem nooit meer ergens heb ontmoet, ook niet in Baraka, maar dat zal niet aan ons liggen.

Door |2026-04-21T16:05:54+00:0021 april, 2026|Tags: , , , , |0 Reacties

Senang

Na het uitlezen van het prachtig geschreven, maar beklemmende boek ’t Hoge Nest van Roxane van Iperen, begonnen aan het vierde dagboekdeel van J.J. Voskuil. Een flinke overgang mag ik wel zeggen. Voskuil zelf is al geen lachebekje, maar zijn vrouw Lousje, in het boek L., alsof we niet weten wie er wordt bedoeld, lijkt me iemand waarmee onmogelijk samen is te leven. Dat Voskuil dat tot zijn einde is gelukt is bewonderenswaardig. Er moet aan hem, al vind ik Het Bureau een geniale romanserie, ook een behoorlijke steek los hebben gezeten.

Buiten regent het zachtjes en is het nog geen twintig graden. ‘Heerlijk,’ zeggen al die goedwillende, maar onwetende bekenden van me als ik zeg dat ik naar Griekenland ga, ook al vertel ik honderd keer dat ik hier niet op vakantie ben, maar op werk- en familiebezoek. Soms krijg ik daar een Voskuilachtig humeur van, al kunnen die mensen er ook niets aan doen. Griekenland, dat is voor hen zon, zee, retsina en vooral goedkoop eten, behalve natuurlijk als je je door de commercie laat bedotten en in een drukbezocht toeristenoord belandt. Dan vliegen de euro’s zomaar uit je zak.

Waar ik me over verbaas zijn die talloze naïeve Nederlanders die ik op het internet voorbij zie komen met hun wens of voornemen naar Griekenland te emigreren. Het is mijn tweede vaderland, ik heb er familie en vrienden en ik ben er niet voor niets regelmatig, maar wonen? Alleen al de gezondheidszorg. Uitstekende artsen, voor zover niet om de verdiensten uitgeweken naar het buitenland, en prima verzorging, maar wel alleen als je een particulier ziekenhuis kunt betalen. Zo niet dan ben je aan de goden overgeleverd. Als voormalig hartpatiënt durf ik nog steeds niet te bedenken hoeveel AED’s er in Thessaloniki zijn te vinden. En dan hebben we nog de bureaucratie. Ja, de belastingdienst stuurt een beleefd bedankje als je je aangifte hebt gedaan en de beste wensen met Nieuwjaar, maar heeft evengoed schijt aan het belastingverdrag met Nederland. Althans, de ambtenaren op het kantoor waar ik onder val. Ik vermoed dat enkele bankbiljetten daarin verandering zouden kunnen brengen, maar daar ben ik te Nederlands voor terwijl ik ernstig hoop dat mijn vermoeden ongegrond is.

Toen ik gisteren een zonnige wandeling maakte via Prigipos, het fraaie Jugendstilcafé schuin tegenover het geboortehuis van Mustafa Kemal (Ataturk), naar Baraka aan het Navarinoplein, voelde ik me echter buitengewoon gelukkig. Een gevoel dat me zelden overkomt, behalve in Thessaloniki. Ik denk wel regelmatig met enige weemoed aan de jaren met Stella, maar ook met warmte aan de mensen die ik hier ken. De stad geeft me bovendien een gevoel van vrijheid en zelfs enige mate van zorgeloosheid, dat me in Dordrecht zelden bekruipt, maar hier wonen? Nee, ondanks dat ik me in Thessaloniki heel senang voel en er als schrijver uitstekend kan werken, toch maar niet.

Door |2026-04-18T19:37:14+00:0018 april, 2026|Tags: |0 Reacties

Rots in de branding

Ik heb mij vanmorgen met gezwinde spoed naar de altijd levendige en gezellige Kapani begeven om daar enig ondergoed, sokken en een overhemd te kopen. Dat laatste zit nog ingepakt en dat laat ik zo, want zojuist werd ik gebeld door iemand van het vliegveld: de koffer is gearriveerd en wordt morgenochtend bezorgd. Een mooi cadeau voor mijn Atheense neefje, al zal die eerst nog flink moeten groeien om het te kunnen dragen. Ondergoed en sokken zijn nooit weggegooid geld, want in Dordrecht ligt een heleboel ouwe meuk in de linnenkast, die ik bij terugkomst eens flink ga uitmesten, een karwei waarmee ik de vriendin die op het huis past niet wil belasten.

Na de Kapani even de pas erin gezet, voor zover mogelijk met mijn rug, richting de logistria, de boekhoudster, die haar oude, afgetrapte kantoor in de omgeving van het station heeft omgeruild voor een schoon, fris en gezellig ingerichte ruimte in de buurt van het gerechtsgebouw. ‘Ik heb het gekocht’, deelde ze me trots mede, ‘en blijf hier tot mijn pensioen zitten.’ Ik maak dat niet meer mee, want ze is minstens veertig jaar jonger dan ik, maar toch mijn rots in de branding als ik het weer eens aan de stok heb met de Griekse bureaucratie. Ze heeft de belastingaangifte in orde gemaakt, waarop de AADE, de Griekse belastingdienst, mij een uitgebreide e-mail stuurde met dank en allerlei aanwijzingen hoe ik de aanslag, die er meteen op volgde, kan afdrukken. Buitengewoon correct, kom er bij de Nederlandse fiscus eens om, maar onnodig, want de boekhoudster, die heel toevallig ook Stella heet, had alles al afgedrukt en mij de papieren in een keurig mapje overhandigd. Nu alleen nog betalen, maar daarvoor heb ik tot eind juli de tijd.

Daarna ben ik een ouzootje gaan halen bij Chilai, een sfeervolle wijnbar annex restaurant met zeer charmante bediening, in de Agiou Mina, de straat waar ook het Joods Museum van Thessaloniki is gevestigd, maar dit terzijde. Aldus verzamelde ik de nodige energie om een taxi naar huis te zoeken, iets waarvoor je in Thessaloniki eerlijk gezegd weinig moeite hoeft te doen. Meestal loop ik naar de benedenstad, maar de steile straten omhoog naar mijn pied-à-terre zijn opa Klok tegenwoordig te veel en taxi’s kosten in verhouding met Nederland vrijwel niets.

Door |2026-04-15T16:08:11+00:0015 april, 2026|Tags: , |0 Reacties

Koffer gezocht

Het zat er al in toen ik bericht kreeg dat mijn vlucht naar Thessaloniki was geschrapt omdat er bij Lufthansa voor de zoveelste keer werd gestaakt. Ik had geboekt bij Austrian, die het werk over had gelaten aan de Duitse buren. Die hadden in september mijn verblijf al langdurig verziekt door m’n koffer op Schiphol te vergeten, waarna hij pas acht dagen later in Thessaloniki arriveerde.

Ik kreeg keurig bericht van Lufthansa dat ik was omgeboekt. Ik zou met ITA naar Rome vliegen en daar overstappen op een vlucht van Aegean naar Thessaloniki. Overstaptijd veertig minuten. Hoewel we bij wijze van uitzondering niet met vertraging van Schiphol vertrokken, werd dat in de praktijk een half uur. De twee toestellen stonden naast elkaar geparkeerd, maar wat ik vanaf het begin al vreesde: mijn koffer is nog ergens onderweg. ‘We hebben nog geen antwoord op onze berichten naar Amsterdam en Rome’, aldus een vriendelijke meneer op het vliegveld van Thessaloniki, die ik vanmorgen belde. Ik ben niet tegen het recht om te staken, maar ik zit opnieuw met de gebakken peren, om het maar eens origineel te zeggen. Morgen weer naar de Kapani om onderbroeken, hemden, sokken, een overhemd en een warme trui, want het is op het ogenblik in Griekenland frisser dan in Nederland. Tenzij het ding vandaag nog arriveert. Daar reken ik maar niet op.

Gelukkig heb ik de supermarkt om de rechterhoek, mijn favoriete restaurant om de linkerhoek en vier apotheken in de straat, terwijl de burgemeester een paar huizen verderop woont, maar die arme man kan er verder ook niets aan doen. Verhongeren zal ik niet en de persoonlijke hygiëne is gewaarborgd, maar het zal lang duren voor ik nog eens op stap ga met de Oostenrijkers of Duitsers. Nu ja, niet in Dordrecht, als stadsgids, dan kan ik het prima met hen vinden, maar de lucht in? Dat laat ik voortaan maar aan Van Speijk over.

Door |2026-04-14T09:14:36+00:0014 april, 2026|Tags: , |0 Reacties

Cliché

De tijd vliegt, luidt het bekende cliché, maar clichés kunnen maar al te waar zijn. Precies een week geleden bood ik enkele Griekse vrienden een maaltijd aan in het onvolprezen familierestaurant Konaki, in de buurt van mijn pied-à-terre in Thessaloniki. Het was een heerlijk zwoele avond na een mooie zomerdag, waarop we volop genoten van de gastvrijheid van eigenaar Dimitris en zijn dochter.

De zondag daarna vloog ik naar het winderige Nederland, waar ik voorlopig ben. Er moet historisch onderzoek worden gedaan, er staan lezingen op de agenda, er moet worden geschreven en tussendoor treed ik ook met plezier op als stadsgids in Dordrecht, maar ik ben me alweer aan het bezinnen op het volgende verblijf in Thessaloniki, dat zeker niet al te lang op zich zal laten wachten.

Hoewel ik zowel daar als in Dordrecht veel vrienden heb, en me dus in beide steden zeer thuisvoel, liggen de dierbare herinneringen aan Stella toch vooral in Thessaloniki. Drie van de vier vrienden waarmee ik at waren in haar tijd medestudenten aan de Aristoteles Universiteit. Het is troostend om met hen herinneringen aan haar op te halen.

Door |2025-09-26T09:56:44+00:0026 september, 2025|Tags: , , |0 Reacties

Alfa en omega

Een zangeres op straat met een stem waarmee ze beslist op het podium hoort. Daarachter een ‘zomaar even’ op de stoep geparkeerde vrachtwagen, met helemaal op de achtergrond de alfa en de omega van mijn gelukkige jaren met Stella, de Agia Sofia. Een septemberdag waarop het nog gewoon dertig graden werd in het hart van Thessaloniki.

Gisteren ben ik voor de rest van de herfst naar het winderige vaderland gevlogen. Vanmorgen heb ik voor het eerst sinds vele weken de verwarming aangezet. In Dordrecht worden vandaag de vloedschotten uitgeprobeerd, langs de huizenrij op de Voorstraat, die het eiland voor het water moeten behoeden. Hopelijk worden de gemeentewerkers niet omver gereden door kleuters op fatbikes. Wat heb ik die vooral niet gemist in Thessaloniki!

Door |2025-09-22T06:11:52+00:0022 september, 2025|Tags: |0 Reacties
Ga naar de bovenkant