Voor ik de verjaardag van de dochter van een vriendin ging vieren, deed ik eerst nog een stadswandeling. Door ‘hofjes en droomtuinen’ in Dordrecht. Vanuit de Kunstkerk, want het was in het kader van de tentoonstelling Dreamscapes van tuin- en landschapsarchitect Piet Oudolf, die de fraaie tuin tussen de Kunstkerk en brasserie/filmtheater De Witt ontwierp. Een esthetische oase in het hart van Dordrecht.

Het weer werkte mee, dat ervaar ik weleens anders. De plekken die we bezochten straalden rust uit in het bruisende stadshart. De tuin van het Dordrechts Museum met op de muur het fraaie gedicht van Jan Eijkelboom, met de reusachtige platanen, de paardenkastanjes, de beuken langs het hek. Het wonderlijke contrast tussen de prachtige Arend Maartenshof en de gruwelijk lelijke parkeergarage Drievriendenhof. Dordrecht excelleert in de afwisseling tussen prachtige plekken en oerlelijke bouw uit de tijd van de zogenaamde ‘stadssanering’. Misschien dat Vlamingen zich daarom hier vaak zo thuisvoelen.

In de bus naar de verjaardag (ik was na de wandeling te lui om te gaan fietsen) sprak een hoogbejaarde heer mij aan. ‘Ik heb lang geleden nog tegen u geschaakt. U bent toch Kees Klok? U had wit en opende met e2-e4. Uiteindelijk werd het remise’. Ik kon me de man en de schaakpartij niet herinneren. Het was in de tijd dat ik bij Dordrecht speelde, voordat Groothoofd en later De Willige Dame werden opgericht. Dat is dus zeker zo’n vijftig jaar geleden. Ik vertelde hem dat ik het schaken eraan heb gegeven toen De Willige Dame verhuisde van Visser naar de Trinitatiskapel. Dat is ook alweer zo’n tien jaar geleden, denk ik. Journalist Hans Berrevoets voert mij nog weleens op als schaker. Dat is veel eer voor iemand die zijn leven lang ronddobberde in de onderste regionen van de club.