
Vandaag begin ik aan fase twee van het literair dagboek, maar eerst moet nog de nodige correspondentie worden afgedaan. Veel daarvan uiteraard per e-mail. Mails naar vaste correspondenten en/of met een inhoud die ik van belang vind om te bewaren sla ik op. Een elektronische aanvulling op mijn archief. In dat archief moeten ergens de brieven zitten die ik in 1987 vanuit de Verenigde Staten aan Lupius schreef. Volgens mijn dagboek heb ik die van hem teruggekregen, maar ik kan ze niet meer vinden. Ik kan me niet voorstellen dat ze verloren zijn gegaan, maar tot nu toe heb ik er tevergeefs naar gezocht.
Gisteravond zag ik bij RTV-Dordrecht een aflevering van Ouwe jongens krentebrood, de plaatselijke versie van de landelijke babbelprogramma’s. Daar kwam Sinterklaas binnenstappen. Moet dat nou? dacht ik. Het ging over zijn paard. Vorig jaar had de organisatie kennelijk een paard gehuurd van iemand die het beest had verwaarloosd, wat de Partij voor de Dieren in de gordijnen had gejaagd. ‘Dat paard moet verboden worden!’ Ik word erg moe van die opgeheven vingers en die doordrammerij. Huur gewoon een gezond paard, dan is er niets aan de hand. Ik vrees dat er nog eens een idioot opstaat die voorstelt dat de sint op een fatbike zijn entree maakt.