
Het Wantijbad roept bij mij altijd koude herinneringen op aan de zwemles in mijn lagere schooltijd. Na de zomervakantie werden die lessen in september nog in het Wantijbad gegeven. Dan kwam je ’s morgens vroeg met de klas aanfietsen en zag je dat verdomde bordje voor het raam van de kassa met de watertemperatuur. Altijd rond de zestien graden, soms minder, wat het zwemmen nog akeliger maakte. Ik weet het, er zijn mensen die in de winter graag buiten zwemmen, die dat heerlijk vinden, maar ik heb er een pesthekel aan. Misschien komt mijn credo dat water er niet is om in te liggen, maar om over te varen, daar vandaan. Wie zal het zeggen?
Glibberige herinneringen heb ik aan de periode dat je aan de hengel moest zwemmen. Dan kreeg je een koude, slijmerig aanvoelende leren band om je heen. Was je wat verder gevorderd dan volstond de badmeester met een haak onder je kin en als die niet meer nodig was, werd je geacht in het diepe te springen. Deed je dat vanwege de waterkoude niet snel genoeg, dan duwde het hoofd der school (in onze tijd van titelinflatie heet zo iemand directeur) je er onverbiddelijk in. Hij was wel zo sportief om er uiteindelijk zelf ook in te springen, maar dat maakte nooit dat ik het schoolzwemmen, hoe noodzakelijk het is, ook maar eventjes leuk vond.