Foto: Bart Damen

Ik breng een groot deel van de dag door met Mensje van Keulen. Dat wil zeggen: met haar nieuwe dagboekdeel Omgeslagen dagen, dat gaat over de jaren 1983-87. Ik vind het fascinerend. Waarom? Misschien omdat ik een deel van de wereld waarin ze zich beweegt ken uit de dagboeken van Hans Warren? Misschien omdat er bekenden in voorkomen en schrijvers die we in de jaren zeventig in Dordrecht ontmoetten op de literaire avonden van Bobby Kinghe? Misschien omdat Amsterdam toen nog een stad was waar we graag kwamen, voor de boel werd vergeven door blowende, zuipende en op straat pissende toeristen, Engelse zatlappen op kop? Misschien omdat ik vanaf het verschijnen van Bleekers zomer een liefhebber van haar werk ben?

Of misschien omdat ze een generatiegenote is? Ze is een maand eerder dan Stella geboren. Stella leerde ik in 1987 kennen. Het dagboek roept een zekere weemoed naar de jaren tachtig in me op, hoewel die, als ik mijn eigen literair dagboek teruglees, niet in alle opzichten geweldig waren. In het onderwijs was het vooral ellende, veroorzaakt door onnodige fusies en rampzalige bezuinigingen.

Voor ik straks naar een afspraak ga met een oud-leerling, die inmiddels zelf leraar is, lees ik nog even verder. Mensje schrijft verslavend. Jammer alleen dat ze het over Cees Buddingh’ heeft in plaats van Kees, maar ja, wisten ze in die tijd in Amsterdam veel? Daar mochten ze Buddingh’ niet lezen van W.F. Hermans, vleesgeworden mandarijn op zwavelzuur, die toen vanuit Parijs de Republiek der Letteren met zijn gal bedroop.