Het was me het weekeinde wel weer. Een afscheidsborrel, een stadswandeling, een bruiloft, heerlijk weer en zondagmiddag ook nog even het staartje van het tweejaarlijkse stoomfestival in Dordrecht kunnen meepikken. Geen wonder dat ik gisteravond al om half elf in bed lag. Het was mooi geweest en bovendien ben ik een ochtendmens. Heerlijk om ’s morgens vroeg, als de dauw nog over de tuin ligt, mijn eitje met spek te eten.

De tuin moet trouwens hoognodig onder handen worden genomen, want het onkruid tiert welig. Veel van wat als onkruid wordt beschouwd mag van mij rustig groeien, maar grassen en woekerplanten die andere verstikken of dreigen de hele bodem te bedekken moeten er uit. Geen nood, morgen staat de hovenier voor de deur. Door het mooie weer van de afgelopen week zijn de rozen volop gaan bloeien en ook de planten die ik vorige week met  heb gehaald doen het goed. Ik houd van veel kleur in de tuin. Zo langzamerhand moet er wel een buitje vallen, bij voorkeur ’s nachts, want de regenton is nog maar voor een derde gevuld.

Het stoomfestival heb ik, na een rondje havens, grotendeels meebeleefd op het terras van de stamkroeg, het zal niemand verbazen. De stoomtrein die regelmatig langs ons huis reed deed me denken aan mijn grootvader, een van de laatsten die nog als meester op een stoomlocomotief heeft gereden. Ik moest ook veel denken aan Stella. Toen ze pas kennis had gemaakt met Dordrecht gingen we voor het eerst samen naar het stoomfestival. Terug naar het verleden, een romantische ervaring, al moest je in dat echte verleden wel rijk en kerngezond zijn om er van te kunnen genieten.