Opeens herinner ik me een avond met volle maan in Thessaloniki met een gratis concert van de zangeres Nena Venetsanou bij de Yedi Kuleh, ofwel de Eptapirgos. Dat is de Oost-Romeinse citadel in de bovenstad, die jarenlang diende als gevangenis. Nu is het een museum en gedeeltelijk opslagplaats van de archeologische dienst. Stella en ik genoten van het concert. Na afloop opende het gevangenismuseum zijn deuren en gingen we er voor het eerst een kijkje nemen. ‘Pame stin filaki’ (we gaan naar de gevangenis) grapten we.

Ik spreek liever van het Oost-Romeinse rijk dan van Byzantium. Hoewel in het Oost-Romeinse rijk overwegend Grieks werd gesproken en de hoofdstad Constantinopel verrees op de plek van de Griekse kolonie Byzantion, zouden de bewoners raar hebben opgekeken als iemand ze Byzantijnen zou hebben genoemd. Natuurlijk wil ik niet roomser zijn dan de paus, dus als het zo uitkomt gebruik ik ook de termen Byzantium en Byzantijns, maar daarbij houd ik altijd dat Oost-Romeinse in gedachten. Toen Rome viel anno 476, bleef in het oosten het Romeinse rijk nog zo’n kleine duizend jaar bestaan, tot aan de verovering van Constantinopel door de Osmaanse sultan Mehmet II in 1453.

Ik moet ook aan Cyprus denken, eveneens lange tijd deel van het Oost-Romeinse rijk. Het is alweer tien jaar geleden dat ik op dat fascinerende, maar treurig verdeelde eiland was. Tijdens zijn lange geschiedenis was Cyprus vaak de speelbal van machtige rijken in de buurt, zoals dat van de Assyriërs, de Egyptenaren, de Romeinen en de Osmanen. De sporen zijn nog op vele plekken op het eiland te zien. Die tonen de grootse geschiedenis van een klein land dat zich nog steeds nabij een van de gevaarlijkste gebieden ter wereld bevindt.