Foto: Lé

Nachtvorst na een verregende dag. Dat betekent weer allerlei codes in delen van het land. Zou iemand zich daar nu werkelijk iets van aantrekken? Een paar weken geleden kwam er zo’n waarschuwing omdat een storm over het land zou trekken. Het zal ongetwijfeld op sommige plekken hard hebben gewaaid, maar op ons eiland viel het alles mee, een windje, dat was het wel.

Twee dingen waar ik slecht tegen kan: winters weer en vergaderen. In deel IX van het literair dagboek, waaraan ik dagelijks braaf werk (we halen publicatie in het voorjaar wel), moet ik vaak vergaderen. Te vaak. Eerlijk gezegd waren dat vergaderen en het inkorten met een week van de zomervakantie belangrijke redenen om een punt achter mijn loopbaan in het onderwijs te zetten. Altijd weer die mannetjes en vrouwtjes, mannetjes vaker, die tijdens de rondvraag toch nog eens een plasje moesten doen over een onderwerp waarover allang was besloten, altijd weer een kletsmeier die over niet ter zake doende dingen begon, altijd weer een haantje dat zichzelf te graag hoorde praten.

Toch was ik gisteren weer eens op een vergadering. In Pictura, het oudste Teekengenootschap van Nederland. Daar ben ik kunstlievend lid van. Het was vooral koud in de vergaderruimte, want hoe verwarm je met winters weer een kolossaal zestiende eeuws gebouw? De kille zit was echter de moeite waard. Aan het einde ging het over kunst. Goede vriendin Lé gaf een presentatie van haar werk en die was geweldig. Daarna gingen we samen met een nazaat van Abraham van Strij, in 1774 een van de vier oprichters van Pictura, borrelen in een nabij gelegen etablissement. Dat zit in een goed verwarmd pand uit 1902 met een fraaie Jugendstil-gevel.