Aan de koffie. Net terug van het stembureau. Lekker makkelijk, want ik woon er vrijwel recht tegenover. Als het verder weg was geweest, was ik uiteraard ook gaan stemmen. Onze voorouders hebben niet voor niets voor het stemrecht gevochten, de gemeente is de dichtstbijzijnde bestuurslaag, waar je op allerlei manieren mee te maken hebt en als je niet gaat stemmen moet je ook niet zeuren en klagen over van alles wat je vindt dat er mis is in de stad.

Het lijkt lente te worden, al is de wind me te fris en mag de temperatuur nog wel iets omhoog. Ik heb de eerste mannen in korte broek alweer gezien. Ik blijf het een zotte dracht vinden. Zeker in de stad. Zo’n broek is iets voor de eigen tuin, maar de mensen lopen nu eenmaal graag rond in malligheden en lompen. Die rare spijkerbroeken met ‘designgaten’ bijvoorbeeld. Het schijnt dat het nu ook mode wordt om vooraf bevlekte broeken te dragen, de bedelaarslook zal ik maar zeggen. Ik hoop nog eens op de terugkeer van de corduroy bandplooibroek en verder zal de mode mij worst wezen.

Straks gaan de gerania naar buiten. Ik twijfel nog een beetje of het niet te vroeg is, maar ze staan al weken binnen in de weg, dus moeten ze maar de deur uit. Voor de paprikaplanten is het nog te vroeg, die gaan na de IJsheiligen de tuin in. De planten in de bloembakken hebben de winter niet overleefd, behalve een viooltje dat ergens vandaan over kwam waaien en nu dapper staat te bloeien. Dat mag blijven als ik de bakken over een poosje weer ga vullen.