Kleine verandering



Ik ben er maar een enkele keer geweest, want ik kende toen nog nauwelijks Grieks en die generatie schoolmeesters sprak geen enkele vreemde taal, op een enkeling na die Turks kende, waarmee ik ook niet uit de voeten kon. Begin jaren negentig werd het kafeneion gekocht door een ondernemende Griek die verzot was op sigaren, maar dit terzijde. Hij verbouwde het en maakte er een fraai café-restaurant van in de stijl van het fin-de-siècle. Het ging To kordisto gourouni (Het opwindbare varken) heten.
De schoolmeesters kwamen er niet meer, maar ik vond het een aangename plek voor de ochtendkoffie en de krant (toen kon je nog volop buitenlandse kranten kopen in de stad). Je kon er ook uitstekend lunchen en dineren en het terras bood een fraai uitzicht op de Agia Sofia. Ik rookte er graag een sigaar met de uitbater. Ook met zijn vrouw en de twee dikbuikige kelners kon ik uitstekend overweg.
Net voor de coronatijd werd het pand waarin ‘het varken’ zat gekocht door Paok-eigenaar Savvidis. Die liet het zwaar vervallen gebouw restaureren en redde daarmee een van de weinig overgebleven iconische panden van de stad, dat bekend staat als To kokino spiti (Het rode huis). Voor ‘het varken’ was in Savvidis plannen geen plaats. De uitbater werd uitgekocht en vertrok naar elders. Geen idee waarheen, ik heb hem nooit meer gezien. Op de plaats van ‘het varken’ zit nu een smakeloos moderne afhaalzaak voor koffie en broodjes.

Over the years it has become a nice tradition, a meeting with founder of the Poetry Centre Netherlands, Wim van Til and his wife Meja, in Thessaloniki. This time we met in one of my favourite restaurants, Konaki, around the corner from my pied-à-terre. After a rainy Wednesday the weather had improved and we enjoyed a beautiful, mild late summer day and an excellent meal. Hopefully next year again!

Na de uitzending schreef ik Brief 58 voor het nieuwe en waarschijnlijk laatste brievenboek aan Stella, waarvoor ik nog een titel moet bedenken. Hij staat inmiddels op mijn weblog. Dat doe ik niet met alle brieven, maar soms dus wel. Een voorproefje voor het boek. Nog twee Brieven en dan zit de eerste versie in de computer. Dan volgt de kritische lezing van het manuscript, eerst door mezelf, daarna door een externe redactrice en dan begint het proces om er een boek van te maken. Het duurt dus nog wel een jaar of wat voordat het resultaat er is. Ondertussen kan mijn trouwe lezerspubliek zich vermaken met Griekse en Cypriotische besognes, dat op 7 november wordt gepresenteerd, maar hier al te bestellen is en wie wil dat eigenlijk niet?
Aan het eind van de middag wandelde ik in de richting van de benedenstad. Ongeveer halverwege, in de Apostolou Pavlou, bevindt zich het fraaie Jugendstil-kafeneion Prigipos, schuin tegenover het geboortehuis van Mustafa Kemal. Daar dronk ik op het terras twee karafjes tsipouro, terwijl ik me vermaakte met het observeren van de busladingen Turkse toeristen die dat geboortehuis, nu museum, kwamen bezoeken. Het meisje dat bediende had een hartverwarmend vrolijke glimlach. Terug nam ik een taxi, want tegen de helling teruglopen zag ik na die tsipouro niet zitten. Zonder trouwens ook niet, want het laatste stuk, door de Theotokopoulou, is erg stijl en ik ben geen onbedorven jongeling meer.
’s Avonds at ik waar ik het liefste eet als ik in Thessaloniki ben. In Konaki. Naast de deur, fijne mensen, goed eten voor een schappelijke prijs en altijd mooie muziek (rebetica). Ik prijs het restaurant aan in mijn laatste column, na 22 jaar trouwe dienst, in het herfstnummer van het Griekenland Magazine. Die column staat ook in Griekse en Cypriotische besognes. Dochter Rania van eigenaar Dimitris maakte op mijn verzoek een foto van de oude dichter aan de dis.

In de benedenstad dronk ik een cappuccino en een tsipouro met mezedes (hapjes). Dat kostte me tien euro. Vervolgens at ik in mijn buurtrestaurant bakalao (vis in een jasje van deeg gebakken), een hete peper, gebakken aardappels, een salade met kool, wortelen en olijven. Ik spoelde alles weg met een halve liter rode wijn. Alles bij elkaar, inclusief fooi: vijftien euro.
Al met al kostte de dag mij vijfendertig euro. Dat is minder dan een rondje aan de stamtafel van mijn Dordtse kroeg, die, althans voor Nederlandse begrippen, toch ook milde prijzen hanteert. Ik heb het idee dat ik hier min of meer slapende rijk word. Een beetje zelfbedrog is gezond voor de geest, denk ik altijd maar.


Het was een heel warme dag, het kwik liep op tot 38 graden. Gelukkig was de plechtigheid pas om acht uur ’s avonds, maar ook toen was het nog tropisch warm. Daarna was de bruiloft, in een feestgelegenheid op een heuvel boven de stad, waar het iets koeler was. Gegeten en gedanst werd er volop.
Vanuit Nederland waren alleen mijn ouders aanwezig, want in augustus hielden we nog een Hollandse bruiloft. Iets minder warm, maar daarom niet minder geslaagd.
Σήμερα συμπληρώνονται 34 χρόνια από τότε που παντρευτήκα με τη Στέλλα. Στη Θεσσαλονίκη. Μια υπέροχη μέρα που ακόμα θυμάμαι με συγκίνηση. Ευτυχώς, δεν ξέραμε ακόμη ότι η Στέλλα θα πέθαινε πολύ νέα δεκαεπτά χρόνια αργότερα.
Ήταν μια πολύ ζεστή μέρα, η θερμοκρασία ανέβηκε στους 38 βαθμούς. Ευτυχώς, η τελετή δεν ήταν μέχρι τις οκτώ το βράδυ, αλλά ακόμα και τότε ήταν τροπικά ζεστή. Μετά έγινε ο γάμος, σε ένα χώρο πάρτι σε έναν λόφο πάνω από την πόλη, όπου είχε λίγο πιο δροσιά. Υπήρχε άφθονο φαγητό και χορός.
Μόνο οι γονείς μου ήταν παρόντες από την Ολλανδία, γιατί είχαμε έναν ολλανδικό γάμο τον Αύγουστο. Λίγο λιγότερο ζεστό, αλλά όχι λιγότερο επιτυχημένο.

Het wachten is nu op de tweede proefdruk. Die komt weer via de post, dus dat kan nog wel een weekje duren. Als alles in orde blijkt wordt het boek gepubliceerd. Ik twijfel of ik een bescheiden presentatie zal houden of niet. Mocht die er komen, dan wordt dat minstens in september, anders zitten mijn potentiële lezers allemaal nog in Griekenland of op Cyprus.

Er wordt altijd gezegd dat boeken in eigen beheer nooit hun weg naar de recensenten vinden. Mijn ervaring is dat als je publiceert bij een kleine uitgever die niet de mogelijkheden heeft van een Prometheus, een Bezige Bij of een Arbeiderspers, die boeken hun weg naar de meeste recensenten ook niet vinden. Een enkele uitzondering daargelaten. Mijn Griekenlandboek vindt zijn weg heus wel naar de beperkte groep echt in het land geïnteresseerde lezers, daar ben ik niet bang voor.
Om de laatste hand aan het boek te leggen wacht ik op de drukproef. Die is allang verstuurd en volgens ons topbedrijf Post.nl, dat van de befaamde nauwkeurigheid en degelijkheid, is hij ook allang bij mij bezorgd. Helaas. Ik zou haast zeggen uiteraard heb ik nog niets in de brievenbus aangetroffen en dat is gewoon heel vervelend.

Het is in Griekenland streng verboden originele archeologische voorwerpen zonder vergunning uit te voeren. We hadden het ding keurig ingepakt als handbagage voor in het vliegtuig. Bij de controle werd hij uiteraard gezien. De luchthavenpolitie kwam eraan te pas. De agent vroeg naar het bonnetje. ‘Ik heb dat ding zeker vijftien jaar geleden in een museumwinkel gekocht,’ legde Stella uit, maar de man geloofde haar niet.
Hij wilde hem in beslag nemen, waarop Stella zo furieus werd dat de commandant van de luchthavenpolitie werd geroepen. ‘Wat leuk dat ik u weer eens zie, mevrouw Timonidou. Wat is er aan de hand?’ Een oud-leerling van haar, die het verhaal aanhoorde, de agent fijntjes wees op het stempel onder de voet van de amfoor, waaruit bleek dat het inderdaad een kopie was, en ons vervolgens koffie aanbood in zijn kantoor.