Precies om elf uur stond gistermorgen een koerier met de koffer voor de deur. De kleine zorgen van de dag zijn weer heel even voorbij. Als de bliksem heb ik mijn overhemden, broek en jasje in de kast gehangen. Alles enigszins gekreukt, maar daar hebben we een strijkijzer voor. Ik had net eerder een verbanddoos bij de dichtstbijzijnde apotheek besteld. Die haal ik straks op. Ter vervanging van het setje dat ik al een jaar of tien geleden bij een Dordtse drogist kocht. Ik heb in die paar dagen zo weinig extra spullen moeten aanschaffen dat het de moeite van het declareren niet waard is. De vorige keer dat ik acht dagen zonder koffer zat heb ik dat wel gedaan en mijn geld binnen korte tijd teruggekregen. Soms gaan dingen ook goed.

Om half twee met een taxi naar Kalamaria gereden voor een lunch met neef Haris en nicht Cathy in een luxe restaurant waar gigantische hoeveelheden voedsel werden geserveerd. Ik ben een kleine eter en al helemaal bij de lunch. Ik heb mijn best gedaan, maar het is net als bij de wagenwielgrote pizza’s die je vaak geserveerd krijgt: de helft ging nog niet naar binnen. Geanimeerd was het wel. Ze hadden ook zwager Savvas met zijn vrouw Fotini uitgenodigd en neef Pericles, de kunstschilder en schrijver van mijn Griekse familie. Uiteraard ging het gesprek voor een flink deel over politiek. De huidige regering kwam er niet al te best vanaf om over Trump maar te zwijgen.

Weer terug uit Kalamaria heb ik de belastingaanslag betaald. Je kunt er maar vanaf zijn. Tot mijn verbazing kreeg ik een melding ’transactie goedgekeurd voor 16 april’, maar het bedrag werd niet afgeschreven. Een minuut na middernacht nog even gekeken. Toen was de afschrijving gedaan. ’s Banks wijs ’s banks eer, zullen we maar denken. Er hoorde een betaalcode bij van vijfendertig cijfers. Als dat maar goed is gegaan. Ik wacht nog maar even voor ik inlog op mijn Griekse belastingpagina.