herinneringen

Stoomtractie

Dit weekeinde was weer het tweejaarlijkse stoomfestival in Dordrecht. Ik vond het, ondanks het kwakkelweer, zoals altijd een geweldig evenement. Ik zit er letterlijk bovenop, want de stoomtrein die van station Dordrecht CS naar Baanhoek rijdt en vice versa, komt vlak langs mijn huis.

Dat doet me altijd denken aan mijn jonge jaren, als we op vakantie waren bij mijn oom en tante in Engeland. Achter hun huis was een park en vlak daarachter liep de spoorlijn van Liverpool naar Manchester. Tot 1968 reden er in het Verenigd Koninkrijk nog stoomtreinen en regelmatig deed ik met mijn neven aan train spotting. Ik heb wat van die machtige machines langs zien denderen en zelf ook nog regelmatig in zo’n stoomtrein gezeten. Als je ’s zomers door een tunnel reed moesten als de bliksem de ramen van het compartiment dicht, anders zat je onder de roet.

De locomotieven van de Dordtse stoomtrein zijn overigens niet in Engeland, maar in Duitsland gebouwd. Dat vernam ik van mijn collega Guus de Landtsheer, een expert op het gebied van treinen. Als je de machines goed onderhoudt, zijn ze bijna onverslijtbaar. Ik moet daar weleens aan denken als ik voor de zoveelste keer vertraging op het spoor heb wegens een kapotte trein die in de weg staat. Misschien moeten we gewoon weer terug naar de stoomtractie. Ik ben onmiddellijk voor. Ook omdat mijn Rotterdamse opa machinist was op een stoomlocomotief. Toen de NS in 1958 de laatste stoomlocomotief de deur uitdeed, nu ja, niet helemaal, de 3737 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht, was opa al een aantal jaren met pensioen, maar hij kwam vaak naar ons in Dordrecht (hij had als oud-machinist altijd vrij reizen eerste klas) met zijn prachtige verhalen over het spoor.

Ook de vlootschouw was weer indrukwekkend, ondanks de regen. ‘Het is maar water,’ zou mijn goede vriend Gerard zeggen, maar ik ben toch maar sneller dan anders een plekje in Costa d’Oro gaan zoeken. Gelukkig was het zaterdag en zondag gedeeltelijk droog, zodat ik zonder nat pak die prachtige schepen (ik kan er ook niets aan doen, maar mijn Dordtse opa was zeeman, ook altijd met geweldige verhalen) kon bewonderen en al die andere stoommachines die de Industriële Revolutie, de basis van onze moderne maatschappij, mogelijk maakten. Veel van de antieke bussen waren trouwens ook een feest der herkenning. Even terug naar vroeger tijden. Daar word ik als historicus gelukkig van.

Door |2024-05-27T12:15:56+00:0027 mei, 2024|Tags: , , |0 Reacties

Naar Schotland – Προς Σκωτία

In mei 2007 reisden Stella en ik naar Schotland voor een ontmoeting met de dichter John Burnside, tevens hoogleraar aan de Universiteit van St. Andrews. We logeerden in een fraai, oud landhuis enkele kilometers buiten St. Andrews, nabij de Firth of Forth. Met John bespraken we mijn bloemlezing met vertalingen van zijn gedichten die in 2010 werd uitgegeven bij Liverse.

’s Morgens voor het ontbijt werkte ik aan mijn dagboek. In 2012 verscheen deel drie van mijn serie literaire dagboeken, ook bij Liverse. Dat gaat over de jaren 2007-2008. Daarin staat onder meer het bezoek aan Schotland beschreven. John Burnside kreeg in 2012 de T.S. Eliot-prijs voor zijn poëzie.

Τον Μάιο του 2007, η Στέλλα και εγώ ταξιδέψαμε στη Σκωτία για να συναντήσουμε τον ποιητή John Burnside, επίσης καθηγητή στο Πανεπιστήμιο του St. Andrews. Μείναμε σε ένα όμορφο παλιό αρχοντικό λίγα μίλια έξω από το St. Andrews, κοντά στο Firth of Forth. Με τον John συζητήσαμε την δική μου ανθολογία μεταφράσεων των ποιημάτων του που κυκλοφόρησε το 2010 από το εκδότη Liverse.

Το πρωί πριν το πρωινό δούλευα στο ημερολόγιό μου. Το 2012 κυκλοφόρησε το τρίτο μέρος της σειράς λογοτεχνικών ημερολογίων μου, επίσης από το Liverse. Αυτό αφορά τα έτη 2007-2008. Περιγράφει, μεταξύ άλλων, την επίσκεψη στη Σκωτία. Ο John Burnside τιμήθηκε στο 2012 με το T.S. Eliot-βραβείο για την ποίησή του.

Foto: Stella Timonidou

Door |2024-04-28T17:17:17+00:0028 april, 2024|Tags: , , |0 Reacties

Volkomen natuurlijk – Εντελώς φυσικό

In het Wantijpark in Dordrecht, ik denk in 1980, tijdens muziekfestival Zomertuin de voorloper van Wantijpop. Op de voorgrond van links naar rechts mijn neef Geoffrey, mijn studiegenoot en vriend Peter en mijn toenmalige vriendin Marion. Alle drie jonger dan ik. Vierenveertig jaar later ben ik de enige van hen die nog in leven is. Op weg naar het ouder worden raak je steeds meer mensen kwijt. Het is volkomen natuurlijk, maar het blijft moeilijk te accepteren. ‘Het leven gaat door,’ hoor je dan. Dat is zo. ‘Big deal,’ zou Stella zeggen.

Στο Wantijpark στο Ντόρντρεχτ, νομίζω το 1980, κατά τη διάρκεια του μουσικό φεστιβάλ Zomertuin, του προκατόχου του Wantijpop. Σε πρώτο πλάνο, από αριστερά προς τα δεξιά, ο ξάδερφός μου ο Geoffrey, o συμφοιτητής και φίλος μου Peter και η κοπέλα μου τότε η Marion. Και οι τρεις μικρότεροι από εμένα. Σαράντα τέσσερα χρόνια μετά, είμαι ο μόνος από αυτούς που ζει ακόμα. Όσο μεγαλώνεις χάνεις όλο και περισσότερους ανθρώπους. Είναι απολύτως φυσικό, αλλά παραμένει δύσκολο να το αποδεχτεί κανείς. «Η ζωή συνεχίζεται», ακούς. Αυτό είναι αλήθεια. «Big deal!», θα έλεγε η Στέλλα.

Door |2024-04-25T08:26:45+00:0025 april, 2024|Tags: , |0 Reacties

Sintra

During our visit to Lisbon somewhere in the nineties we also made a day trip to Sintra, the beautiful village where lord Byron once lived for a while and where I stayed before with a friend when we explored Portugal long before I met Stella. We visited the former royal palace where once the Arab rulers lived and after them the kings of Portugal.

We also visited the palace of Pena, a kind of Disney like building from the nineteenth century. We thought the royal palace more interesting and romantic. Romantic is certainly the word for the well preserved historic centre of Lisbon, where we stayed near the Chiado in a hotel next to the famous bar A Brasilièra.

I took the photograph in a pub in Sintra of which I have forgotten the name. Stella looks a bit dreamy, probably thinking of the poems of Byron. She was a great lover of poetry and an excellent poet and translator of poetry herself.

Κατά την επίσκεψή μας στη Λισαβόνα κάπου στη δεκαετία του ενενήντα κάναμε επίσης μια ημερήσια εκδρομή στη Σίντρα, το όμορφο χωριό όπου κάποτε έζησε ο λόρδος Βύρωνας για λίγο και όπου έμεινα πριν με έναν φίλο όταν εξερευνούσαμε την Πορτογαλία πολύ πριν γνωρίσω τη Στέλλα. Επισκεφθήκαμε το πρώην βασιλικό παλάτι όπου κάποτε ζούσαν οι Άραβες ηγεμόνες και μετά από αυτούς οι βασιλιάδες της Πορτογαλίας.

Επισκεφθήκαμε επίσης το παλάτι της Pena, ένα είδος κτιρίου σαν Disney από τον δέκατο ένατο αιώνα. Θεωρήσαμε το βασιλικό παλάτι πιο ενδιαφέρον και ρομαντικό. Ρομαντικό είναι σίγουρα η λέξη για το καλά διατηρημένο ιστορικό κέντρο της Λισαβόνας, όπου μείναμε κοντά στο Chiado σε ένα ξενοδοχείο δίπλα στο διάσημο καφέ A Brasilièra.

Τράβηξα τη φωτογραφία σε ένα καφέ στη Σίντρα του οποίου ξέχασα το όνομα. Η Στέλλα φαίνεται λίγο ονειροπόλα, μάλλον σκέφτεται τα ποιήματα του Βύρωνα. Ήταν μεγάλη λάτρης της ποίησης και εξαιρετική ποιήτρια και μεταφράστρια η ίδια.

Door |2024-04-20T15:10:29+00:0020 april, 2024|Tags: , |0 Reacties

Roken

J.J. Voskuil schrijft in Martelaarschap (dagboeken): “Een man rookt altijd en bij voorkeur een pijp,” (pag. 306). Ik heb dat jaren gedaan. Daarbij waren mijn beide grootvaders het voorbeeld. Allebei aan de pijp en de sigaar. Sigaren rookte ik daarom ook.

Vooral na het overlijden van Stella was de pijp een grote troost, maar na mijn hartstilstand in 2016 ben ik er mee gestopt. Een paar weken geleden probeerde ik het weer eens, want ik houd altijd een voorraad rookwaar aan voor als het oorlog wordt. Ik vond het niet meer lekker en heb hem na een paar trekken uit laten gaan.

Een heel enkele keer wil ik nog weleens een sigaar roken, zo ongeveer eenmaal per jaar, bij een heel bijzondere gelegenheid, al moet die dan niet in een openbaar gebouw plaatsvinden. In onze betuttelaars- en verbiedersmaatschappij kan dat niet meer. Ik denk nog weleens aan mijn eerste jaren in het onderwijs. Toen rookten we gewoon nog een pijp in de klas en als de inspecteur kwam rookte hij vrolijk mee. Toch was dat onderwijs, als je de kranten van nu mag geloven, stukken beter dan dat van vandaag.

Foto: Pita Schrier

Door |2024-04-17T17:32:50+00:0017 april, 2024|Tags: |0 Reacties

Zonnig

In maart 2007 moesten we naar een feest in Friesland. Op de terugweg naar Dordrecht besloten Stella en ik tot een kleine pelgrimage naar Greonterp, waar ooit Gerard Reve woonde in huize Het Gras.

Greonterp ligt aan het einde van de wereld, letterlijk op een terp. Tegenover de voormalige Reve-residentie staat een kapel. Een van de schaarse bewoners van de terp zag ons en bood bereidwillig aan een foto te maken.

We staan er zonnig op en kijken vol optimisme de toekomst in. Dat duurde tot tweede kerstdag van hetzelfde jaar, toen Stella overleed.

Door |2024-04-08T10:26:04+00:008 april, 2024|Tags: |0 Reacties

Spartaans

In de jaren negentig werkte Stella een aantal jaren op het Griekse consulaat in Düsseldorf. In die tijd hadden we een weekendhuwelijk. Of ik reisde met de trein naar Duitsland of Stella kwam met de auto naar Dordrecht. Het reizen per trein ging toen gemakkelijker dan nu. Je stapte in Dordrecht op de intercity naar Keulen en hoefde onderweg maar eenmaal over te stappen. Tegenwoordig moet je vaker overstappen, want treinreizen moet worden gestimuleerd vinden we in Nederland. Om dat te bevorderen zijn ook de meeste stationsrestauraties afgeschaft. Stella verdiende als diplomaat aanzienlijk meer dan ik met mijn schamele lerarentractement. Vandaar die auto.

We huurden een appartement aan de Kennedydamm. Op stand en slechts tien minuten lopen van de charmante Alltstadt. Op de bovenste verdieping van een gebouw uit de jaren dertig. Een Spartaanse tijd. Er zat geen lift in. Ik droom nog weleens van het sjouwen met de boodschappen.

Door |2024-03-24T10:36:29+00:0024 maart, 2024|Tags: |0 Reacties

Kluizenaar

In de zomer van 2008 was ik enkele dagen te gast in het klooster van Megista Lavra in de monnikenrepubliek Athos. Samen met een vriend, Kostas, was ik uitgenodigd door de abt, een voormalig student van hem. Vanuit het klooster maakten we wandeltochten door de omgeving. Op een van die tochten zochten we een kluizenaar op, maar die bleek afwezig. Een uitstapje naar Thessaloniki hoorden we later.

We picknickten op de avli, de binnenplaats van de kluis. De kluizenaar moet al een tijdje afwezig zijn geweest, want zijn aangrenzende moestuin stond er angstig uitgedroogd bij. In de tuin was een waterput. We gaven de gewassen grondig water en wandelden daarna met een tevreden gevoel terug naar Megista Lavra, waar vader Lazaros, de monnik die ons door de abt als oppasser was toegewezen, al klaar stond met feta en tsipouro.

Door |2024-03-19T14:52:44+00:0019 maart, 2024|Tags: , |0 Reacties

De schone letteren

Eind 1978 werd mijn verhalenbundel Centre Ville gepresenteerd in de Statenzaal in het Hof. Een uitgave van de Culturele Raad Dordrecht in de zogenaamde Dordtreeks. Een zeer bescheiden boekje met een fraaie omslag, ontworpen door kunstenaar Bas Damme.

De presentatie werd zo druk bezocht, dat er niet voor iedereen plaats was. Niet vanwege mijn populariteit als debuterend schrijver, maar omdat het Willem Breuker Collectief de muzikale begeleiding deed.

Jarenlang sierde het titelverhaal een placemat van het gelijknamige café-restaurant hoek Visbrug-Voorstraat. Daar werd op 28 juli 1891 mijn grootvader Cornelis Bekker geboren. Mijn overgrootvader had er tot 1900 een koffiehuis, dat hij in dat jaar overdeed aan zijn zus en zwager. Zelf begon hij toen een café op de hoek van de Nieuwbrug en de Wijnstraat. Daar was hij tot 1946 actief. Jaren later kreeg de zaak bekendheid onder de naam Lord Lister. Nu is er een goudsmid gevestigd.

Foto: Marion Vomberg

Door |2024-03-15T13:18:00+00:0015 maart, 2024|Tags: , , |0 Reacties

Llandudno

This picture must have been taken in 1963 on one of our family visits to England. I remember we took a boat from Liverpool to Llandudno in Wales. We are gathered on the Great Orme looking down at Llandudno pier which is partly visible. The picture shows my mum and dad, as well as my auntie Ann (my mother’s sister) my little sister, my three English cousins and myself. I believe uncle Harold took the photograph as he’s not in the picture. Of all these people only my cousin Brian, my sister and myself are still alive.

Door |2024-03-04T16:01:32+00:004 maart, 2024|Tags: |0 Reacties
Ga naar de bovenkant