Vanmorgen koffie bij Baraka met D., hoogleraar aan de pedagogische faculteit en redacteur van Stella’s vertaling van mijn geschiedenis van Cyprus. In de ochtend komen er vaker professoren bij Baraka, voornamelijk gepensioneerde. Er zat ook een dameskransje dat een geweldig lawaai voortbracht. Allemaal doof, vermoed ik. Zelf hoor ik ook zo scherp niet meer, al wijst iedere gehoortest tot nu uit dat nog ik voldoende hoor voor de verzekering om geen apparaten te vergoeden.

Ik dacht na het betalen van de belastingaanslag een onbezorgde tijd door te kunnen brengen, maar nee, de bank stuurt me dringende berichten dat ik allerlei papieren moet opsturen of inleveren, anders kan ik straks mijn rekening niet meer gebruiken. Die papieren heb ik al talloze malen moeten insturen. Er schijnt nu ook iets mis te zijn met het nummer van mijn ID. Vroeger liep ik dan even binnen bij het kantoor in Ano Toumba, waar ik ook regelmatig geld kwam halen. Daar zaten twee caissières met wie ik in de loop van de tijd een goede band opbouwde. Ik bracht zelfs op hun verzoek nu en dan tulpenbollen mee uit Nederland. Die dames zijn ontslagen en binnenlopen kun je niet meer als je iets te vragen hebt. Je moet een afspraak maken. Vanuit Nederland had ik dat geprobeerd, maar er waren geen data beschikbaar. Nu, drie weken later, kon ik ineens ruim kiezen. Binnenkort dus de confrontatie.

Met D. gesproken over zijn laatste boek en het genoegen dat hij beleeft aan de literatuur. Van enkele bevriende schrijvers heeft hij boeken geredigeerd, helaas liefdewerk oud-papier, maar wel degelijk liefdewerk. Ik herinnerde me de presentatie van Stella’s vertaling van Afrodite en Europa. D. was een van de sprekers en nam het voor me op toen ik het hevig aan de stok kreeg met een andere hoogleraar die beweerde dat ik het Ottomaanse Rijk niet ‘de zieke man van Europa’ mocht noemen. Het moest ‘de zieke man’ zijn, want Turken waren geen Europeanen. Voor hij benoemd werd tot professor in de geschiedenis werkte hij bij het Museum van de Macedonische Strijd, een nationalistische instelling vol negentiende-eeuwse heldenverering en aanklevende mythologie. Samen dienden we de man stevig van repliek, waarna ik hem nooit meer ergens heb ontmoet, ook niet in Baraka, maar dat zal niet aan ons liggen.