
Gisteren met vriend H. geluncht bij Zorbas in de Lisiou, het befaamde restaurant waar de legendarische Frans van Hasselt dagelijks at. Ik heb er veel aangename avonden met hem doorgebracht, tot hij in 2011 overleed. Zijn portret hangt nog steeds links van de ingang. Er zijn enkele nieuwe obers, maar ook ‘de jongens’, zoals Frans ze noemde, werken er nog. Ik word er altijd als een verloren zoon ontvangen.
Bij de lunch eerst rode wijn, daarna tsipouro en vervolgens de metro naar huis. Ik ben daarna niet meer de deur uitgegaan en heb me vermaakt met J.J. Voskuil. Hij heeft een oogje op een meisje van het Bureau, Mirjam. Die wordt op een gegeven ogenblik opgepakt op verdenking van het plaatsen van een bom. Ze bleek lid van de Rode Jeugd, een sektarisch, communistisch clubje. Het loopt met een sisser af, maar ik moest denken aan mijn vrienden T. en P., die lid waren van net zo’n gezelschap, de Socialistische Jeugd. De afdeling Dordrecht schilderde op een avond hakenkruisen op de ramen van een advocaat ter plekke, broer van een CHU-minister. Een belangrijke daad van protest uiteraard, met een diepgaand effect op de landelijke politiek. Ik mocht niet bij de SJ, want ik had ooit in een vrolijke bui verklaard dat ik boer Koekoek wel grappig vond. Sindsdien sta ik wantrouwend tegenover activisme, hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn.
Ik moet het huis nog opruimen en het vuilnis naar de container brengen. Dan zijn we klaar voor de reis. Ik heb even via het internet gekeken. Ik vrees dat de koude van plan is met me mee te reizen. Het zij zo.