Zeventien jaar alweer



Het avontuur mislukte, de Schotten werden bij Culloden vernietigend verslagen, waarmee de kans dat er ooit weer een Stuart zou regeren definitief van de baan was. Voor zover ik hem heb gezien, ik ben pas aan het einde van het tweede seizoen en er komen er nog vijf, is het een prachtig verfilmde serie, hoe onwaarschijnlijk het verhaal ook is. Er speelt een Nederlandse actrice in mee, Lotte Verbeek, in de rol van Geillis Duncan. Ze spreekt, voor zover ik dat kan beoordelen, met een vlekkeloos Schots accent.
Na Culloden brak een dieptepunt aan in de Schotse geschiedenis. De Highland Clearances, waarbij tienduizenden Schotten gedwongen werden de hooglanden te verlaten, die daar in feite nooit meer van zijn bekomen. Denkend aan die treurige geschiedenis stuitte ik, op zoek naar iets geheel anders, op deze foto, die ik in 1978 maakte tijdens een reis door de Highlands en de Outer Hebrides. Zou het toeval zijn?

Ik ben er maar een enkele keer geweest, want ik kende toen nog nauwelijks Grieks en die generatie schoolmeesters sprak geen enkele vreemde taal, op een enkeling na die Turks kende, waarmee ik ook niet uit de voeten kon. Begin jaren negentig werd het kafeneion gekocht door een ondernemende Griek die verzot was op sigaren, maar dit terzijde. Hij verbouwde het en maakte er een fraai café-restaurant van in de stijl van het fin-de-siècle. Het ging To kordisto gourouni (Het opwindbare varken) heten.
De schoolmeesters kwamen er niet meer, maar ik vond het een aangename plek voor de ochtendkoffie en de krant (toen kon je nog volop buitenlandse kranten kopen in de stad). Je kon er ook uitstekend lunchen en dineren en het terras bood een fraai uitzicht op de Agia Sofia. Ik rookte er graag een sigaar met de uitbater. Ook met zijn vrouw en de twee dikbuikige kelners kon ik uitstekend overweg.
Net voor de coronatijd werd het pand waarin ‘het varken’ zat gekocht door Paok-eigenaar Savvidis. Die liet het zwaar vervallen gebouw restaureren en redde daarmee een van de weinig overgebleven iconische panden van de stad, dat bekend staat als To kokino spiti (Het rode huis). Voor ‘het varken’ was in Savvidis plannen geen plaats. De uitbater werd uitgekocht en vertrok naar elders. Geen idee waarheen, ik heb hem nooit meer gezien. Op de plaats van ‘het varken’ zit nu een smakeloos moderne afhaalzaak voor koffie en broodjes.

Terwijl ik in Antwerpen een soepje nuttigde vroeg ik me af waar in Nederland je nog zulke stationsrestauraties hebt. Op de meeste stations helemaal niet, daar kun je naar een kiosk of iets uit een muur trekken. De zaken op de stations van Rotterdam en Utrecht zijn me te modern en te sfeerloos. Ik kan me eigenlijk alleen het grand-café bij perron 2 van station Amsterdam-Centraal bedenken. Het zou kunnen zijn dat Groningen ook nog zoiets heeft, maar ik ben daar te lang niet geweest om het me te kunnen herinneren.
Ik denk met weemoed terug aan de restauratie op station Holland Spoor, waar mijn studiemaat en ik, toen we geschiedenis MO deden aan de School voor Taal- en Letterkunde, vele aangename uren doorbrachten. Na de grote brand, ook jaren geleden alweer, is hij verdwenen, men vond het de moeite niet waard dit erfgoed in oude staat terug te brengen.
Ook Haarlem had zo’n mooie restauratie. Ik heb er de schilder Kees Verwey, toen al op hoge leeftijd, nog koffie zien drinken. Op een dag kwam ik met vrienden terug van een bijeenkomst in Haarlem en zagen we dat de restauratie daar was veranderd in een of andere salsa-tent. Wat er nu van geworden is, weet ik niet, de laatste keer dat ik op het Haarlemse station was, was de boel dicht en donker.
Dordrecht had ook een aardige stationsrestauratie, zij het geen fin-de siècle. Je kon in de jaren zeventig en tachtig goed eten in de toen nog eerste klasse. Later werd die met de tweede klasse samengevoegd. Ook niet onaardig, maar een stap achteruit. Nu is het een kille Albert Heyn to go. Treinreizen, het wordt steeds sfeerlozer en minder aantrekkelijk.

Aanstaande zondag ga ik naar Amsterdam om het 75-jarig jubileum van de Fulbright Commission in the Netherlands mee te vieren. Ik zie er naar uit, maar met pijn in mijn hart omdat Stella er niet bij is. Gelukkig zijn er de herinneringen en de twee boeken met brieven die ik aan haar schreef. Aan het derde en laatste wordt gewerkt, ik denk dat het eind volgend jaar uitkomt.
In de loop der jaren ben ik het contact met de meeste Fulbright-scholars uit mijn groep verloren. Een enkele keer hoor ik nog iets van mijn geweldige kamergenoot Ragnar Sigurdsson uit IJsland, met nieuwjaar sturen Reiner Presser uit Duitsland en ik elkaar onze beste wensen en hoogstwaarschijnlijk ontmoet ik in het voorjaar Alev Bulut uit Istanbul in Thessaloniki. Zo gaat dat nu eenmaal, maar wie weet kom ik zondag na zoveel jaren nog enkele Nederlandse Fulbrighters uit Minneapolis 1987 tegen. Dat zou mooi zijn.
Foto van links naar rechts: Anne-Claire Vautrin (?), Alev Bulut, Stella Timonidou. Klára Szábo. Minneapolis 1987.

Ik was even terug in mijn eigen studententijd aan de Gemeentelijke Pedagogische Akademie in Dordrecht, een opleiding die in de vroege jaren zeventig hoog aangeschreven stond in Nederland. Wij waren ‘kwekelingen’ met een even gezonde hekel aan waardeloze workshops als de meisjes in de bus. Een van onze docenten (een zeer kundig neerlandicus, dat wel) kwam op het modieuze idee om met ons een sensitivity training te doen, een experiment dat hem op veel hoongelach kwam te staan en chaos in de klas veroorzaakte, want wij verdomden het eenvoudig aan zulke flauwekul mee te doen.
Kwekeling, zou dat woord nog gebezigd worden in het basisonderwijs? Ik vermoed van wel, want de leraar is nog steeds meester en de lerares is nog steeds juf. Ik ben trouwens voorstander van het charmantere onderwijzer en onderwijzeres. Leraren zijn meer iets voor het voortgezet onderwijs. Ik heb het niet zo op termen die leerkrachten meer aanzien moeten geven terwijl er aan de echte problemen, zoals het lerarentekort en de veel te grote werkdruk in het onderwijs, niet of nauwelijks iets wordt gedaan. Er wordt veel over gepraat, dat wel, en ondertussen is het kolderkabinet Schoof van plan om te bezuinigen op het onderwijs. Toen de meisjes op het Leerpark uitstapten, wenste ik hen in stilte veel sterkte toe.
Foto: Studenten aan de GPA Dordrecht 1971. Archief Kees Klok.

Ik herinner me wel dat we in 1973 met de nog jonge stichting Bobby Kinghe een voetbalteam hadden dat meespeelde in een competitie tussen allerlei Dordtse organisaties die iets deden op cultureel of aanverwant gebied. Het kan ook zijn dat er enkele kroegenteams meededen, want ik herinner me ook een klinkende overwinning op dat van Sprankje Groen, ik meen 5-1. Ik maakte toen een eigen goal, wat me niet in dank werd afgenomen. Wat ik niet meer wist is dat er van zo’n wedstrijd eens een kort filmpje is opgenomen, dat door mijn goede vriend Han van Gorkom op MP4 is gezet. De kwaliteit is niet hoog, het screenshot daarom ook niet, maar de personen zijn nog wel herkenbaar. Het is waarschijnlijk rust, of de wedstrijd is net over, dat weet ik uiteraard niet meer. Ik sta hier als tweede van rechts te praten met een onbekende toeschouwer en Bep Schoor, de verloofde van Han. Curieus jezelf ineens te zien als langharige student van bijna 22, in een voetbaltenue. Dat laatste is misschien het meest curieuze van alles voor een dichtende schaker.

Het was een heel warme dag, het kwik liep op tot 38 graden. Gelukkig was de plechtigheid pas om acht uur ’s avonds, maar ook toen was het nog tropisch warm. Daarna was de bruiloft, in een feestgelegenheid op een heuvel boven de stad, waar het iets koeler was. Gegeten en gedanst werd er volop.
Vanuit Nederland waren alleen mijn ouders aanwezig, want in augustus hielden we nog een Hollandse bruiloft. Iets minder warm, maar daarom niet minder geslaagd.
Σήμερα συμπληρώνονται 34 χρόνια από τότε που παντρευτήκα με τη Στέλλα. Στη Θεσσαλονίκη. Μια υπέροχη μέρα που ακόμα θυμάμαι με συγκίνηση. Ευτυχώς, δεν ξέραμε ακόμη ότι η Στέλλα θα πέθαινε πολύ νέα δεκαεπτά χρόνια αργότερα.
Ήταν μια πολύ ζεστή μέρα, η θερμοκρασία ανέβηκε στους 38 βαθμούς. Ευτυχώς, η τελετή δεν ήταν μέχρι τις οκτώ το βράδυ, αλλά ακόμα και τότε ήταν τροπικά ζεστή. Μετά έγινε ο γάμος, σε ένα χώρο πάρτι σε έναν λόφο πάνω από την πόλη, όπου είχε λίγο πιο δροσιά. Υπήρχε άφθονο φαγητό και χορός.
Μόνο οι γονείς μου ήταν παρόντες από την Ολλανδία, γιατί είχαμε έναν ολλανδικό γάμο τον Αύγουστο. Λίγο λιγότερο ζεστό, αλλά όχι λιγότερο επιτυχημένο.

Het is in Griekenland streng verboden originele archeologische voorwerpen zonder vergunning uit te voeren. We hadden het ding keurig ingepakt als handbagage voor in het vliegtuig. Bij de controle werd hij uiteraard gezien. De luchthavenpolitie kwam eraan te pas. De agent vroeg naar het bonnetje. ‘Ik heb dat ding zeker vijftien jaar geleden in een museumwinkel gekocht,’ legde Stella uit, maar de man geloofde haar niet.
Hij wilde hem in beslag nemen, waarop Stella zo furieus werd dat de commandant van de luchthavenpolitie werd geroepen. ‘Wat leuk dat ik u weer eens zie, mevrouw Timonidou. Wat is er aan de hand?’ Een oud-leerling van haar, die het verhaal aanhoorde, de agent fijntjes wees op het stempel onder de voet van de amfoor, waaruit bleek dat het inderdaad een kopie was, en ons vervolgens koffie aanbood in zijn kantoor.