Ondanks de drukte



Niets bijzonders dus, maar schaafwondjes zien er altijd erger uit dan ze zijn. Daarom heb ik even gewacht met het opnemen en op Youtube zetten van een nieuw ‘praatje’. Inmiddels is het wondje genezen en het praatje hier verschenen.
Er wordt ook aan een nieuw Boekenpraatje gewerkt, maar daarvoor is altijd enig leeswerk nodig en dat kost tijd. Ik denk dat het nieuwe eind september verschijnt, uiteraard weer over enkele historische werken. Collega Guus en ik zijn druk doende met de achttiende eeuw, maar ook andere perioden uit de geschiedenis blijven boeien. Dat hoor je in het praatje van deze week.

Ik heb het niet op hoogten en hoewel de ‘skyline’ van Rotterdam vanaf het dak van De Pot indrukwekkend is, houd ik het liever bij laagbouw. Ik hoop dan ook dat de megalomane plannen voor het Dordtse Maasterras niet door zullen gaan, al is er natuurlijk niemand die mij gaat dwingen in te trekken in een woontoren. Als ik moet kiezen tussen de Zalmhaventoren in Rotterdam of de Hofstraat in Dordrecht, dan wordt dat zonder aarzeling het laatste.
Ik heb mij zo goed en zo kwaad als mogelijk over mijn hoogtevrees heengezet en ben met het zweet in mijn handen door het gebouw gaan zwerven, samen met Lé, een goede vriendin. We hebben ook deelgenomen aan een rondleiding door een medewerkster. Dat bracht ons in een van de ruimten waar de collecties liggen een opgeslagen. Ik moest denken aan mijn bezoek, vorig jaar, aan het depot van de gemeente Dordrecht, nabij de Moerdijkbrug, waar ik ineens met een duizend jaar oude schedel in mijn handen stond. Hier mochten we, terecht, er liggen zeer kwetsbare voorwerpen, niets aanraken.
Na afloop zaten we nog even op een bank in het Museumpark en ontdekten we ons spiegelbeeld in De Pot. Op grote hoogte keken we vanaf de begane grond naar onszelf. Een bijzondere ervaring.
Foto: Lé Holshuijsen

Hun kleding was wel een groot contrast met de smakeloze lorren waarin veel Dordtse dames en heren zich op zomerdagen kleden. Al die mannen die voor joker lopen in belachelijke halfkorte broeken, sommigen met daaronder sandalen waarin de vreselijkst ogende sokken. Anderen met blote voeten, ook in sandalen, met uitzicht op zo’n reeks onverzorgde kalknagels.
Ook de dames kunnen er wat van. Hoeveel lillend vlees zie je op een middag niet op de Voorstraat lopen in veel te korte broekjes of rokjes die misschien leuk staan bij een tiener, maar niet bij een moeke van tegen de negentig kilo?
Ik heb ook een buik, maar die laat ik echt niet onder mijn t-shirt uit hangen. Een t-shirt draag ik alleen in de tuin, nooit op straat, maar dit terzijde. En dan hebben we ook nog die overdaad aan tatoeages. Goed, iedereen mag erbij lopen hoe hij of zij wil, maar ik hoef het niet allemaal esthetisch geslaagd te vinden.

Vijfenveertig jaar geleden kocht ik het huis waarin ik nog steeds woon, vooral vanwege de veranda. Die deed mij denken aan Nederlands-Indië, het land dat niet meer bestaat en waar ik ook nooit ben geweest, maar waarover ik veel heb gelezen en als nogal romantische jongeling veel heb gedroomd. De enige oud-kolonie van Nederland die ik uitgebreid heb bezocht was Suriname. Dat was een fantastische reis, maar niet lang daarna kwam 8 december 1982. Ik ben er nooit meer geweest en gezien mijn licht gevorderde leeftijd en afgenomen reislust, zal ik er ook wel niet meer komen. Toch denk ik nog vaak aan die verstilde ogenblikken aan de oever van de rivier, als de zon onderging op Stoelmanseiland.
Op zwoele zomeravonden zit ik graag op de veranda. Te lezen of zomaar wat te mijmeren. Een heel enkele keer steek ik daarbij weleens een klein sigaartje op. Een guilty pleasure die het leven dragelijk houdt.


Ik zou in afwisseling met cabaretière Hilde de Jong optreden in de tuin van het Dordrechts Museum. Dat konden we gezien het weer gevoeglijk vergeten, maar het programma was verplaatst naar de wijnbar van Art & Dining (het museumrestaurant) en ietwat aangepast, omdat ook het Estudiantina Ensemble, dat op het Statenplein zou spelen, naar binnen was gehaald. We traden in plaats van drie keer allemaal twee keer op, wat resulteerde in een leuke, afwisselende middag, die afgesloten werd met swingende, Latijns-Amerikaanse muziek.
De wijnbar ziet uit op het gebouw waarin vroeger School Vest zat. Daar heb ik twee jaar lang op school gezeten en ik was er veel later kwekeling. Ik had in die dagen verkering met een meisje dat studeerde voor kleuterleidster. Toen was het idee om de kleuterschool samen te voegen met de lagere school tot basisschool nog niet geboren en was er voor kleuterleidsters een aparte opleiding, de KLOS. De directrice in die tijd viel op door een forse boezem. Ze verbood haar leerlingen tijdens de praktijklessen broeken te dragen. En dat in hetzelfde gebouw als de progressiefste Pedagogische Akademie van Nederland.
Over twee en een halve week hebben we alweer de jaarlijkse Dordtse 
Het thema is dit jaar ego, ofwel ego-literatuur. Zoals bekend ben ik een groot liefhebber van dagboeken, brieven, memoires en autobiografieën. Dit jaar werk ik zelf aan het programma mee. Om half twee, half drie en half vier zal ik spreken over mijn dagboeken en daaruit voorlezen. Dat gebeurt in de tuin van het Dordrechts Museum. Een mooiere plek kan ik me bijna niet voorstellen.
Hoewel me de gelegenheid werd geboden om ook mijn boeken ter plekke te verkopen, ga ik dat niet doen. Ik laat dat met liefde over aan de boekhandel, waar mijn boeken, zoals het jongste Nazomer. Zestig brieven aan Stella, te bestellen zijn, of bij Uitgeverij Liverse. Nazomer is niet bij Liverse verschenen, maar bij Amforeas. Het is te bestellen via deze link.

Merkwaardig volk die Haarlemmers, nog wat in de war door 1574, vermoed ik. Ze spreken er overigens keurig Nederlands. Naar verluidt werd ooit het Haarlems accent gekozen als standaard Nederlands. Een goede beslissing, je moet er toch niet aan denken dat voor het Amsterdams was gekozen, maar dit terzijde.
Een prominent lid van de Haarlem Branch, drs. J.C. van Kessel, hield een lezing over ‘J.B. van Amerongen, schakel tussen Coenen en Bomans’. Een interessante figuur, die J.B. van Amerongen. Leraar Engels en uiteindelijk gepromoveerd op het proefschrift The actor in Dickens. Van Amerongen, Dickenskenner en later ook nog populair voordrachtskunstenaar, komt niet voor in Vleugelman, de biografie van Bomans, in tegenstelling tot andere Dickenskenners. Dat was een punt van kritiek door de spreker. Zo leert men nog eens iets.
Na de lezing was er de traditionele borrel, gevolgd door een uitstekend diner. Daarna moet je dan met de trein terug naar Dordrecht. In de trein heen las ik in A Tale of Two Cities van Dickens, ons book of study van dit jaar. Tijdens de terugweg ging dat moeilijk. Ik reis altijd eerste klas, daar betaal ik extra voor, iets wat veel lompe medepassagiers ontgaat. Ik zat in de stiltecoupé, op de eerste verdieping, zeg maar, want de eerste klas beneden was gevuld met een roedel luidruchtige jongeren, zo luidruchtig dat het boven doordreunde. Ze stapten pas uit op Rotterdam centraal. We waren nog niet bij Blaak of twee conducteurs kwamen de vervoersbewijzen controleren. Ik dacht daar iets van, maar ze waren wel bijzonder vriendelijk.

De basis voor het literair dagboek zijn mijn dagboekaantekeningen uit die tijd. Daarin kom ik veel bekends tegen, maar ook een aantal verrassingen. Zo herinner ik me wel een reünie uit 2007 van de lagere school in Hendrik-Ido-Ambacht waar ik van 1974 tot 1977 als onderwijzer werkte, maar niet dat er ook op zaterdag 23 september 1989 zo’n bijeenkomst was, waar ik het kennelijk bijzonder naar mijn zin had. Wat ik me dan weer wel herinner is de kampeerweek in augustus 1989 op de camping van de Aristotelesuniversiteit van Thessaloniki in Posidi op het schiereiland Kassandra. Daar kwam ik vandaan met een opgezwollen, pijnlijke enkel vanwege de dazen.
Het zal nog even duren voor het manuscript gereed is, maar ik ben benieuwd wat voor verdraaiingen of kronkels van mijn geheugen ik nog ga ontdekken. Het is een bekend feit dat het geheugen nogal selectief en onnauwkeurig is. Dat pleit tegen het hechten van al te veel waarde aan mondelinge geschiedenis, in goed Nederlands ook wel oral history genoemd. Daar kun je alleen maar belang aan hechten als de beweringen worden ondersteund door documenten. Bijvoorbeeld brieven of dagboeken, waarmee de cirkel rond is. Daarom vind ik het zo leuk dat de Dordtse boekenmarkt, op 6 juli 2025, in het teken staat van de ego-literatuur en dat ik daar ook een bijdrage aan mag leveren.
Foto: dichteres Stella Timonidou op de Dordtse boekenmarkt (© Kees Klok)