historicus en letterkundige

Blog van Kees

21 04, 2026

Heldenverering en mythologie

Door |2026-04-21T16:05:54+00:0021 april, 2026|Tags: , , , , |0 Reacties

Vanmorgen koffie bij Baraka met D., hoogleraar aan de pedagogische faculteit en redacteur van Stella’s vertaling van mijn geschiedenis van Cyprus. In de ochtend komen er vaker professoren bij Baraka, voornamelijk gepensioneerde. Er zat ook een dameskransje dat een geweldig lawaai voortbracht. Allemaal doof, vermoed ik. Zelf hoor ik ook zo scherp niet meer, al wijst iedere gehoortest tot nu uit dat nog ik voldoende hoor voor de verzekering om geen apparaten te vergoeden.

Ik dacht na het betalen van de belastingaanslag een onbezorgde tijd door te kunnen brengen, maar nee, de bank stuurt me dringende berichten dat ik allerlei papieren moet opsturen of inleveren, anders kan ik straks mijn rekening niet meer gebruiken. Die papieren heb ik al talloze malen moeten insturen. Er schijnt nu ook iets mis te zijn met het nummer van mijn ID. Vroeger liep ik dan even binnen bij het kantoor in Ano Toumba, waar ik ook regelmatig geld kwam halen. Daar zaten twee caissières met wie ik in de loop van de tijd een goede band opbouwde. Ik bracht zelfs op hun verzoek nu en dan tulpenbollen mee uit Nederland. Die dames zijn ontslagen en binnenlopen kun je niet meer als je iets te vragen hebt. Je moet een afspraak maken. Vanuit Nederland had ik dat geprobeerd, maar er waren geen data beschikbaar. Nu, drie weken later, kon ik ineens ruim kiezen. Binnenkort dus de confrontatie.

Met D. gesproken over zijn laatste boek en het genoegen dat hij beleeft aan de literatuur. Van enkele bevriende schrijvers heeft hij boeken geredigeerd, helaas liefdewerk oud-papier, maar wel degelijk liefdewerk. Ik herinnerde me de presentatie van Stella’s vertaling van Afrodite en Europa. D. was een van de sprekers en nam het voor me op toen ik het hevig aan de stok kreeg met een andere hoogleraar die beweerde dat ik het Ottomaanse Rijk niet ‘de zieke man van Europa’ mocht noemen. Het moest ‘de zieke man’ zijn, want Turken waren geen Europeanen. Voor hij benoemd werd tot professor in de geschiedenis werkte hij bij het Museum van de Macedonische Strijd, een nationalistische instelling vol negentiende-eeuwse heldenverering en aanklevende mythologie. Samen dienden we de man stevig van repliek, waarna ik hem nooit meer ergens heb ontmoet, ook niet in Baraka, maar dat zal niet aan ons liggen.

18 04, 2026

Senang

Door |2026-04-18T19:37:14+00:0018 april, 2026|Tags: |0 Reacties

Na het uitlezen van het prachtig geschreven, maar beklemmende boek ’t Hoge Nest van Roxane van Iperen, begonnen aan het vierde dagboekdeel van J.J. Voskuil. Een flinke overgang mag ik wel zeggen. Voskuil zelf is al geen lachebekje, maar zijn vrouw Lousje, in het boek L., alsof we niet weten wie er wordt bedoeld, lijkt me iemand waarmee onmogelijk samen is te leven. Dat Voskuil dat tot zijn einde is gelukt is bewonderenswaardig. Er moet aan hem, al vind ik Het Bureau een geniale romanserie, ook een behoorlijke steek los hebben gezeten.

Buiten regent het zachtjes en is het nog geen twintig graden. ‘Heerlijk,’ zeggen al die goedwillende, maar onwetende bekenden van me als ik zeg dat ik naar Griekenland ga, ook al vertel ik honderd keer dat ik hier niet op vakantie ben, maar op werk- en familiebezoek. Soms krijg ik daar een Voskuilachtig humeur van, al kunnen die mensen er ook niets aan doen. Griekenland, dat is voor hen zon, zee, retsina en vooral goedkoop eten, behalve natuurlijk als je je door de commercie laat bedotten en in een drukbezocht toeristenoord belandt. Dan vliegen de euro’s zomaar uit je zak.

Waar ik me over verbaas zijn die talloze naïeve Nederlanders die ik op het internet voorbij zie komen met hun wens of voornemen naar Griekenland te emigreren. Het is mijn tweede vaderland, ik heb er familie en vrienden en ik ben er niet voor niets regelmatig, maar wonen? Alleen al de gezondheidszorg. Uitstekende artsen, voor zover niet om de verdiensten uitgeweken naar het buitenland, en prima verzorging, maar wel alleen als je een particulier ziekenhuis kunt betalen. Zo niet dan ben je aan de goden overgeleverd. Als voormalig hartpatiënt durf ik nog steeds niet te bedenken hoeveel AED’s er in Thessaloniki zijn te vinden. En dan hebben we nog de bureaucratie. Ja, de belastingdienst stuurt een beleefd bedankje als je je aangifte hebt gedaan en de beste wensen met Nieuwjaar, maar heeft evengoed schijt aan het belastingverdrag met Nederland. Althans, de ambtenaren op het kantoor waar ik onder val. Ik vermoed dat enkele bankbiljetten daarin verandering zouden kunnen brengen, maar daar ben ik te Nederlands voor terwijl ik ernstig hoop dat mijn vermoeden ongegrond is.

Toen ik gisteren een zonnige wandeling maakte via Prigipos, het fraaie Jugendstilcafé schuin tegenover het geboortehuis van Mustafa Kemal (Ataturk), naar Baraka aan het Navarinoplein, voelde ik me echter buitengewoon gelukkig. Een gevoel dat me zelden overkomt, behalve in Thessaloniki. Ik denk wel regelmatig met enige weemoed aan de jaren met Stella, maar ook met warmte aan de mensen die ik hier ken. De stad geeft me bovendien een gevoel van vrijheid en zelfs enige mate van zorgeloosheid, dat me in Dordrecht zelden bekruipt, maar hier wonen? Nee, ondanks dat ik me in Thessaloniki heel senang voel en er als schrijver uitstekend kan werken, toch maar niet.

17 04, 2026

Grote brokken

Door |2026-04-17T06:34:31+00:0017 april, 2026|Tags: , |0 Reacties

Precies om elf uur stond gistermorgen een koerier met de koffer voor de deur. De kleine zorgen van de dag zijn weer heel even voorbij. Als de bliksem heb ik mijn overhemden, broek en jasje in de kast gehangen. Alles enigszins gekreukt, maar daar hebben we een strijkijzer voor. Ik had net eerder een verbanddoos bij de dichtstbijzijnde apotheek besteld. Die haal ik straks op. Ter vervanging van het setje dat ik al een jaar of tien geleden bij een Dordtse drogist kocht. Ik heb in die paar dagen zo weinig extra spullen moeten aanschaffen dat het de moeite van het declareren niet waard is. De vorige keer dat ik acht dagen zonder koffer zat heb ik dat wel gedaan en mijn geld binnen korte tijd teruggekregen. Soms gaan dingen ook goed.

Om half twee met een taxi naar Kalamaria gereden voor een lunch met neef Haris en nicht Cathy in een luxe restaurant waar gigantische hoeveelheden voedsel werden geserveerd. Ik ben een kleine eter en al helemaal bij de lunch. Ik heb mijn best gedaan, maar het is net als bij de wagenwielgrote pizza’s die je vaak geserveerd krijgt: de helft ging nog niet naar binnen. Geanimeerd was het wel. Ze hadden ook zwager Savvas met zijn vrouw Fotini uitgenodigd en neef Pericles, de kunstschilder en schrijver van mijn Griekse familie. Uiteraard ging het gesprek voor een flink deel over politiek. De huidige regering kwam er niet al te best vanaf om over Trump maar te zwijgen.

Weer terug uit Kalamaria heb ik de belastingaanslag betaald. Je kunt er maar vanaf zijn. Tot mijn verbazing kreeg ik een melding ’transactie goedgekeurd voor 16 april’, maar het bedrag werd niet afgeschreven. Een minuut na middernacht nog even gekeken. Toen was de afschrijving gedaan. ’s Banks wijs ’s banks eer, zullen we maar denken. Er hoorde een betaalcode bij van vijfendertig cijfers. Als dat maar goed is gegaan. Ik wacht nog maar even voor ik inlog op mijn Griekse belastingpagina.

15 04, 2026

Rots in de branding

Door |2026-04-15T16:08:11+00:0015 april, 2026|Tags: , |0 Reacties

Ik heb mij vanmorgen met gezwinde spoed naar de altijd levendige en gezellige Kapani begeven om daar enig ondergoed, sokken en een overhemd te kopen. Dat laatste zit nog ingepakt en dat laat ik zo, want zojuist werd ik gebeld door iemand van het vliegveld: de koffer is gearriveerd en wordt morgenochtend bezorgd. Een mooi cadeau voor mijn Atheense neefje, al zal die eerst nog flink moeten groeien om het te kunnen dragen. Ondergoed en sokken zijn nooit weggegooid geld, want in Dordrecht ligt een heleboel ouwe meuk in de linnenkast, die ik bij terugkomst eens flink ga uitmesten, een karwei waarmee ik de vriendin die op het huis past niet wil belasten.

Na de Kapani even de pas erin gezet, voor zover mogelijk met mijn rug, richting de logistria, de boekhoudster, die haar oude, afgetrapte kantoor in de omgeving van het station heeft omgeruild voor een schoon, fris en gezellig ingerichte ruimte in de buurt van het gerechtsgebouw. ‘Ik heb het gekocht’, deelde ze me trots mede, ‘en blijf hier tot mijn pensioen zitten.’ Ik maak dat niet meer mee, want ze is minstens veertig jaar jonger dan ik, maar toch mijn rots in de branding als ik het weer eens aan de stok heb met de Griekse bureaucratie. Ze heeft de belastingaangifte in orde gemaakt, waarop de AADE, de Griekse belastingdienst, mij een uitgebreide e-mail stuurde met dank en allerlei aanwijzingen hoe ik de aanslag, die er meteen op volgde, kan afdrukken. Buitengewoon correct, kom er bij de Nederlandse fiscus eens om, maar onnodig, want de boekhoudster, die heel toevallig ook Stella heet, had alles al afgedrukt en mij de papieren in een keurig mapje overhandigd. Nu alleen nog betalen, maar daarvoor heb ik tot eind juli de tijd.

Daarna ben ik een ouzootje gaan halen bij Chilai, een sfeervolle wijnbar annex restaurant met zeer charmante bediening, in de Agiou Mina, de straat waar ook het Joods Museum van Thessaloniki is gevestigd, maar dit terzijde. Aldus verzamelde ik de nodige energie om een taxi naar huis te zoeken, iets waarvoor je in Thessaloniki eerlijk gezegd weinig moeite hoeft te doen. Meestal loop ik naar de benedenstad, maar de steile straten omhoog naar mijn pied-à-terre zijn opa Klok tegenwoordig te veel en taxi’s kosten in verhouding met Nederland vrijwel niets.

14 04, 2026

Koffer gezocht

Door |2026-04-14T09:14:36+00:0014 april, 2026|Tags: , |0 Reacties

Het zat er al in toen ik bericht kreeg dat mijn vlucht naar Thessaloniki was geschrapt omdat er bij Lufthansa voor de zoveelste keer werd gestaakt. Ik had geboekt bij Austrian, die het werk over had gelaten aan de Duitse buren. Die hadden in september mijn verblijf al langdurig verziekt door m’n koffer op Schiphol te vergeten, waarna hij pas acht dagen later in Thessaloniki arriveerde.

Ik kreeg keurig bericht van Lufthansa dat ik was omgeboekt. Ik zou met ITA naar Rome vliegen en daar overstappen op een vlucht van Aegean naar Thessaloniki. Overstaptijd veertig minuten. Hoewel we bij wijze van uitzondering niet met vertraging van Schiphol vertrokken, werd dat in de praktijk een half uur. De twee toestellen stonden naast elkaar geparkeerd, maar wat ik vanaf het begin al vreesde: mijn koffer is nog ergens onderweg. ‘We hebben nog geen antwoord op onze berichten naar Amsterdam en Rome’, aldus een vriendelijke meneer op het vliegveld van Thessaloniki, die ik vanmorgen belde. Ik ben niet tegen het recht om te staken, maar ik zit opnieuw met de gebakken peren, om het maar eens origineel te zeggen. Morgen weer naar de Kapani om onderbroeken, hemden, sokken, een overhemd en een warme trui, want het is op het ogenblik in Griekenland frisser dan in Nederland. Tenzij het ding vandaag nog arriveert. Daar reken ik maar niet op.

Gelukkig heb ik de supermarkt om de rechterhoek, mijn favoriete restaurant om de linkerhoek en vier apotheken in de straat, terwijl de burgemeester een paar huizen verderop woont, maar die arme man kan er verder ook niets aan doen. Verhongeren zal ik niet en de persoonlijke hygiëne is gewaarborgd, maar het zal lang duren voor ik nog eens op stap ga met de Oostenrijkers of Duitsers. Nu ja, niet in Dordrecht, als stadsgids, dan kan ik het prima met hen vinden, maar de lucht in? Dat laat ik voortaan maar aan Van Speijk over.

9 04, 2026

Patatje

Door |2026-04-09T10:47:51+00:009 april, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Met R. naar de presentatie van Het lied van Agilouz geweest, de nieuwe roman van Mohammed Benzakour. De ondertitel luidt Hoe ik vogels bevrijdde in Indonesië. Het boek begint met een ontroerend verhaal over een ontmoeting met een vogel, nadat Mohammed heel slecht nieuws ontving over de gezondheid van zijn moeder, na een herseninfarct. Over zijn moeder heeft hij de prachtige roman Yemma. Stilleven van een Marokkaanse moeder geschreven, maar dit terzijde. Er werd ook werkelijk een vogel bevrijd: een merel uit de vogelopvang kreeg in de tuin van boekhandel Van Gennep aan de Oude Binnenweg in Rotterdam, waar de presentatie plaatsvond, de vrijheid en zit daar nu hopelijk volop te kwinkeleren.

Het was druk bij Van Gennep, maar gelukkig vond ik nog een plekje om te zitten, want mijn rug wilde gisteren niet echt meewerken. Aan het prachtige lenteweer zal het niet hebben gelegen. Ik had op tijd een pilletje moeten slikken, denk ik. Er was mooie muziek, een combinatie van Koerdische luit en dwarsfluit. De musici hadden nooit eerder samen gespeeld, maar het klonk prachtig. Kees Moeliker sprak in vogeltaal en cabaretier en schrijver Hans Dorrestein hield een puntige lofrede. Voor zover ik het kon verstaan, want de microfoon bij Van Gennep had iets harder mogen klinken. De knappe dame die ik na afloop met Hans Dorrestein op het terras van Sijf zag, vroeg of ik Kees was van de verhalenmiddag in Visser, wat mij enigszins verraste.

We waren met de trein naar Rotterdam gekomen. Geen pretje in de spits. Normaal reis ik eersteklas, maar voor dat korte stukje vanaf Dordrecht even niet. Gelukkig was er nog wel een zitplaats in de boemel die zich tegenwoordig sprinter noemt. Ik heb het niet op sprinters, maar dat had ik ook niet op boemeltreinen. Omdat we aan de vroege kant waren legden we even aan in Melief Bender, een stokoud en bijzonder prettig etablissement. Ik weet zeker dat opa Klok, mijn Rotterdamse grootvader, er ook weleens kwam. Lang geleden, want hij is in 1963 gestorven.

Na afloop zijn we opnieuw naar Melief Bender getogen voor een afzakker. Daarna wilden we een patatje halen op Rotterdam CS, voor we terug spoorden naar Dordrecht. Dat konden we vergeten, er was om negen uur ’s avonds op het station van de grootste havenstad van Nederland geen frietje meer te krijgen. In arren moede toen maar een sausijzenbroodje gekocht bij Albert Heijn. Gelukkig geen vegetarisch, zoals je alleen maar kunt krijgen in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordt. Ik heb niets tegen vegetarisme, al doe ik er zelf niet aan, maar ik haat het als je mensen geen keuze gunt.

8 04, 2026

Traditionele weg

Door |2026-04-08T10:26:40+00:008 april, 2026|Tags: , , , , |0 Reacties

Het was weer een plezierige ervaring om aan boord van een riviercruiseschip een lezing te geven over de hoogtepunten (en een enkel dieptepunt) uit de geschiedenis van Dordrecht. Het was voor een Engels gezelschap. Een klein beetje een thuiswedstrijd dus, met een fraai uitzicht over het drukste rivierenkruispunt van Europa. Eerder, op eerste paasdag, had ik een stadswandeling met een groepje Amerikanen. Voordeel van een kleine groep is dat je meer persoonlijk contact hebt dan wanneer het aantal gasten erg groot is. Even dreigde een spettertje regen, maar dat woei snel over. Aardige, enthousiaste mensen die er ook niets aan kunnen doen dat er een, op zijn zachtst gezegd, eigenaardige meneer bij hen president is. Hopelijk nog maar voor heel even, maar dat houd ik voor me. Die mensen komen voor Dordrecht en haar boeiend verleden, niet voor mijn gedachten over het wereldgebeuren.

Voor die wandeling een bezoek gebracht aan het atelier van Lé in Pictura (open atelier route). Ze is weer met een indrukwekkend werk bezig. Later dit jaar gaat ze in Dordrecht exposeren. Ik kijk daar nu al naar uit. Aan andere ateliers ben ik niet toegekomen, want eerst luisterde ik ’s morgens naar mijn favoriete programma op Radio 1 (OVT van de VPRO) en vroeg in de middag moest ik met mijn gasten op stap. Daarna was het te laat en bovendien riep de stamkroeg waar de dag diende nabesproken.

Verder de afgelopen dagen alvast bezig geweest met enige voorbereiding voor de presentatie van Verscholen in het groen. De meeste uitnodigingen zijn de deur uit. Alles via e-mail, al druk ik er nog wel eentje af voor vriend G., die niet in het bezit is van enigerlei computerapparatuur, e-mail of wat daar ook op lijkt, zaken die hij verafschuwt. Hij moet het zelf weten, moeilijker kun je het jezelf in deze tijd niet maken, maar dan gaat het ook helemaal volgens de traditionele weg, via een envelop met een postzegel. Ook al is de voor mij dichtstbijzijnde brievenbus (schandalig zoveel als het postbedrijf er heeft weggehaald) nog geen honderd meter van zijn huis.

30 03, 2026

Zoveel meer

Door |2026-03-30T05:54:34+00:0030 maart, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Zaterdag naar de uitreiking van de Schefferprijs geweest in het Dordrechts Museum. Interessante interviews met de genomineerden, Faria van Creij-Callender, Ricardo van Eyk en Lorian Gwynn. De prijs ging naar Faria. Voor de aansluitende borrel de tentoonstelling bezocht en genoten van het werk van alle drie de kandidaten. Er is veel moois te zien in het museum. De tentoonstelling van Turner en Assmann en nu ook deze van de Scheffer. Vlak ook de vaste collectie niet uit. Met enige regelmaat loop ik het museum binnen om naar een aantal parels uit die collectie te kijken. Te Noorden bij Nieuwkoop van Weissenbruch bijvoorbeeld, maar er is zoveel meer. Ik zou er drie pagina’s A4 mee kunnen vullen.

Gistermiddag ‘Vertel je verhaal’ in Visser, de verhalenmiddag die ik samen met Jet Hoogerwaard, Nahed Hallak, Walter van de Lagemaat en Mohammed Benzakour organiseer. Tien vertellers met ieder een waar gebeurd verhaal. Het was een sfeervolle middag. Visser was bijna tot de laatste plaats vol. Wel de nodige last van de rug. Misschien omdat ik ’s morgens had gewerkt als stadsgids, al geef ik liever het verzetten van de klok de schuld. Wintertijd, zomertijd, wintertijd, zomertijd…. Niemand die het wil, maar toch ieder half jaar weer dat malle gedoe en dat al decennia lang.

Na afloop wilden we met een klein gezelschap gaan eten bij Olivia, maar dat zat helemaal vol. Daarom werd het Portobello, waar het gezellig was, maar waar ik de wagenwielpizza uiteraard niet in zijn geheel naar binnen kreeg. Met de helft had ik, hoewel hij lekker was, als kleine eter al moeite. De laatste keer dat ik daar at, was op de sterfdag van Stella, ruim achttien jaar geleden. Beetje bijzonder wel. Het goot van de regen, toen ik uiteindelijk naar huis fietste, en het woei dat het een aard had. Beroerd weer dat mijn humeur grondig bedierf, al weet ik dat dat niet helpt.

Foto: Walter van de Lagemaat

21 03, 2026

Akoestiek

Door |2026-03-21T10:14:43+00:0021 maart, 2026|Tags: , , , , |0 Reacties

Jaap Schlee (1948-2016), portret van Paul Léautaud. Tekening, potlood.

Gisteravond met Lé en haar moeder naar een concert door Merwe’s Oratorium Vereniging in de Augustijnenkerk. Het Requiem van Duruflé, het Stabat Mater van Josef Rheinberger en het lied ‘Verleih uns Frieden’ van Mendelssohn. Indrukwekkend mooi, met bijzondere begeleiding op het kerkorgel en door een vioolorkest. Ik moest aan mijn ouders denken, die in 1947 in de Augustijnenkerk zijn getrouwd en in het bijzonder aan mijn vader, die in onze tijd in de kosterswoning van de Remonstrantse kerk regelmatig op het orgel speelde. Toen we een bandje hadden, in de jaren zestig, repeteerden we weleens in de kerk, die de beste akoestiek van alle Dordtse kerken heeft. Soms speelde pa op het orgel een paar nummers mee.

Na afloop werd ik aangesproken door een dame die vroeg of ik Kees Klok was. Het bleek dat we klasgenoten waren op de Boermanschool. We hadden elkaar drieënzestig jaar geleden voor het laatst gezien. Dat ze me herkende na zo’n lange tijd! Misschien omdat mijn kop met enige regelmaat opduikt in de plaatselijke media?

’s Middags het portret van Paul Léautaud, getekend door Jaap Schlee, opgehaald bij de lijstenmaker in de Vriesestraat. Ik kocht het een paar jaar geleden tijdens een tentoonstelling in Pictura, waarna het lang in een map op mijn werkkamer stond. Hij hangt nu in de woonkamer naast het schilderij van Dimitris Xonoglu. Het was een aangename zestien graden toen ik naar het centrum fietste, na afloop van het concert was het rond het vriespunt. Dat was even slikken.

18 03, 2026

Overgewaaid

Door |2026-03-18T10:01:21+00:0018 maart, 2026|Tags: , , |0 Reacties

Aan de koffie. Net terug van het stembureau. Lekker makkelijk, want ik woon er vrijwel recht tegenover. Als het verder weg was geweest, was ik uiteraard ook gaan stemmen. Onze voorouders hebben niet voor niets voor het stemrecht gevochten, de gemeente is de dichtstbijzijnde bestuurslaag, waar je op allerlei manieren mee te maken hebt en als je niet gaat stemmen moet je ook niet zeuren en klagen over van alles wat je vindt dat er mis is in de stad.

Het lijkt lente te worden, al is de wind me te fris en mag de temperatuur nog wel iets omhoog. Ik heb de eerste mannen in korte broek alweer gezien. Ik blijf het een zotte dracht vinden. Zeker in de stad. Zo’n broek is iets voor de eigen tuin, maar de mensen lopen nu eenmaal graag rond in malligheden en lompen. Die rare spijkerbroeken met ‘designgaten’ bijvoorbeeld. Het schijnt dat het nu ook mode wordt om vooraf bevlekte broeken te dragen, de bedelaarslook zal ik maar zeggen. Ik hoop nog eens op de terugkeer van de corduroy bandplooibroek en verder zal de mode mij worst wezen.

Straks gaan de gerania naar buiten. Ik twijfel nog een beetje of het niet te vroeg is, maar ze staan al weken binnen in de weg, dus moeten ze maar de deur uit. Voor de paprikaplanten is het nog te vroeg, die gaan na de IJsheiligen de tuin in. De planten in de bloembakken hebben de winter niet overleefd, behalve een viooltje dat ergens vandaan over kwam waaien en nu dapper staat te bloeien. Dat mag blijven als ik de bakken over een poosje weer ga vullen.

Ga naar de bovenkant